Een abseilende Don Giovanni in de loods

Opera op locatie

Een wegrijdend orkest, zingen op de loopbrug: in oude constructieloods krijgt Mozarts opera nieuwe vorm.

Vrouwenversierder Don Giovanni (Martijn Cornet) vlucht aan een touw. Foto Ben van Duin

Een cursus abseilen, die had bariton Martijn Cornet ter voorbereiding van een opera nog niet eerder hoeven volgen. Maar er is wel meer nieuw en anders aan de productie Don Giovanni van Holland Opera. De toevoeging van vijf dansers bijvoorbeeld, die als demonen de antiheld achtervolgen. Of keiharde dance die als terugkerend intermezzo uit de boxen schalt en Mozarts partituur openbreekt.

Groeiende eenzaamheid

Maar wat allereerst opvalt aan deze Don Giovanni, die vrijdagavond in première gaat, is de locatie: de Werkspoorkathedraal, een enorme industriële hal bij het Amsterdam-Rijnkanaal, op een kwartier fietsen van de binnenstad van Utrecht. Vanaf de jaren zestig werden hier stalen constructies gebouwd. De ruimte werd gered van de sloop, Utrecht is een evenemententerrein rijker.

Regisseur Joke Hoolboom besloot de hal vol roestige steunpilaren, loopbruggen en lange zichtlijnen goed te gebruiken. Bij aanvang zit het publiek op een grote tribune, de Nieuwe Philharmonie Utrecht op een hoog podium op wieltjes daar vlak tegenover. Gedurende de voorstelling rijdt deze stellage, orkest en al, met anderhalve meter per minuut naar achter. „Ik wil de groeiende eenzaamheid tonen van Don Giovanni”, verklaart Hoolboom, „door de speelvloer steeds groter te maken en de ruimte rondom Don Giovanni steeds leger. Hij lacht maar bijna niemand blijft bij hem.”

Voor Hoolboom en het in Amersfoort gebaseerde Holland Opera (voorheen Xynix Opera) is opera op locatie een specialiteit. Fort Rijnauwen bood het decor voor Blauwbaard en The Tempest, een ondergrondse parkeergarage was de onderwereld van L’Orfeo. Elke ruimte brengt zijn eigen ideeën mee. Hoolboom: „Bij het zien van de Werkspoorkathedraal kreeg ik meteen een brainwave cadeau: ik had associaties met een ruige straat in New York, vol hoge wanden en brandtrappen, wist dat de Don een clubeigenaar was, dat er stoere Amerikaanse auto’s moesten rondrijden.”

Don Giovanni ‘remix’

De opera werd rigoureus ingekort bovendien. In plaats van de ouverture klinkt meteen de eerste scène waarin Don Giovanni de vader van een van zijn prooien vermoordt. En nadat hij aan het eind van de eerste akte ternauwernood – in dit geval: abseilend van een loopbrug – de nabestaanden ontvlucht, komt hij meteen op het kerkhof terecht waar het standbeeld van de vader hem bestraffend toezingt. Bijna de gehele tweede akte is daarmee gesneuveld.

Natuurlijk, de opera van Mozart en librettoschijver Lorenzo da Ponte is een onbetwist meesterwerk. „Maar de vele kluchtscènes hoeven van mij niet zo”, geeft Hoolboom toe, „die maskers zijn niet meer van deze tijd. Ik vind dat met al die aria’s en verkleedpartijen de angel uit het stuk gaat. Terwijl het hier gaat om een vrouwenversierder die door een moord te begaan een grens overschrijdt. In de opera lijkt hij geen gewetensnood te hebben. Daarom voeg ik vijf dansers toe, met hetzelfde pak aan als de Don, die hem als furiën plagen: hij komt niet zomaar weg met zijn daad.”

Inderdaad klimmen de dansers voortdurend achter titelrolvertolker Martijn Cornet aan, tijdens een repetitie een week vóór de première. Toch vindt Cornet een rustig moment om het verloofde boerenmeisje Zerlina (Lilian Farahani) te versieren bovenop de loopbrug: haar bruidssluier wordt afgenomen en dwarrelt tien meter omlaag. Waarna Cornet het weer op een hollen moet zetten omdat een bedrogen ex hem betrapt.

De jonge musici van de Nieuwe Philharmonie spelen op darmsnaren met een ronde klank, die zijn veel mooier te uit te lichten dan moderne stalen snaren. En wat vindt dirigent Johannes Leertouwer van deze Don Giovanni ‘remix’ ? „Ik ben een traditioneel musicus en dus een uitstervend ras. Maar als deze aanpak in deze ruimte een nieuw publiek trekt, is het het waard: Mozart geeft zin aan het bestaan.”