De ingenieur heeft leren luisteren

Infrastructuur

Voordat Rijkswaterstaat gaat bouwen, haalt de omgevingsmanager wensen op bij betrokken gemeenten, provincies en burgers. Hebben blokkende scholieren last van de werkzaamheden? „Wij betalen de examentraining.”

De snelweg A4 richting Schiphol. Foto ANP / Evert Elzinga

Slimme ingenieurs wantrouwen, dat doen Nederlanders al lang. Aan het begin van de jaren zestig maakte liedjeszanger Jaap Fischer een nummer over het sluiten van het Veerse Gat in Zeeland, bedacht door „een man uit Delft” die thuis „zeventien caissons en een heleboel pontons” had liggen, „van zijn ome, om hogerop te komen”. Deze man, „voor Delft een hele knappe”, zag het dichten van de zeearm als een geschikte bestemming.

Het liedje preludeert op hoe in de daaropvolgende decennia ingenieurs, meestal van Rijkswaterstaat, zouden worden beschouwd: enerzijds bewonderenswaardig gedreven lieden die het land verrijken met internationaal gewaardeerde dijken en dammen, wegen en bruggen, anderzijds mensen die daarbij totaal geen acht slaan op de omgeving en ‘autistisch’ hun feilloos berekende ‘kunstwerken’ – zoals in het jargon de viaducten en bruggen worden aangeduid – op de werkelijkheid loslaten.

Kentering

Theo van de Gazelle (1955) kan zich nog goed herinneren dat hij in de jaren zeventig civiele techniek ging studeren aan wat toen nog de Technische Hogeschool Delft heette. Het was de tijd waarin Rijkswaterstaat een zandlichaam had gestort voor de aanleg van een nieuwe snelweg tussen Rotterdam en Den Haag, de A4 Midden-Delfland – een weg die er pas ruim veertig jaar later zou komen. „Tot de jaren zeventig was de aanleg van wegen booming business”, vertelt Van de Gazelle. „De grote groei van het aantal auto’s moest nog komen. Het kon allemaal niet snel genoeg gaan. De weg in Midden-Delfland was een kentering. Die moest ‘zorgvuldig’ gebeuren. Uiteindelijk is er een weliswaar zeer dure, maar fantastische weg gekomen.”

Van de Gazelle is hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Midden-Nederland, plaatsvervangend directeur-generaal en portefeuillehouder omgevingsmanagement. Dat laatste houdt in: niet alleen bouwen, maar ook rekening houden met wat de omgeving wenst en vindt.

Van de Gazelle: „Een zekere mate van omgevingsmanagement hebben we altijd gevoerd. Maar ruim tien jaar geleden hebben we het pas goed op de kaart gezet.

Het was de tijd waarin Rijkswaterstaat ‘log’ werd genoemd, ‘duur’ en ‘te groot’. Er werd gesproken over ‘een staat in de staat’. Sindsdien zijn we publieksgerichter gaan denken vanuit het idee: we zijn er voor de gebruikers.”

Wensen ophalen

Sinds 2005 werken bij alle projecten van Rijkswaterstaat standaard omgevingsmanagers. Zij volgen een min of meer uniforme strategie. Ze gaan aan het begin van een project, bij de planfase, „wensen ophalen” bij gemeenten, provincies en omwonenden.

„Gemeenten stellen regelmatig voorwaarden waaraan wij proberen te voldoen, provincies willen nogal eens vragen of er met dit project tegelijk óók iets anders kan worden uitgevoerd”, aldus Van de Gazelle.

Moet Rijkswaterstaat eenvoudigweg uitvoeren wat de politiek heeft besloten, bijvoorbeeld de aanleg van een snelweg? „Nee”, zegt Van de Gazelle, „want voordat zo’n politiek besluit wordt genomen, is het al begonnen. Eerst is er een verkenning. Dan neemt de minister een besluit. De Kamer vindt er ook iets van. Zonder omgevingsmanagement haalt zo’n plan nooit de eindstreep.”

De voordelen van omgevingsmanagement zijn evident, zegt Van de Gazelle. Hij noemt enkele voorbeelden, zoals de onlangs voltooide wegverbreding van de snelweg A12 tussen Utrecht en Veenendaal. „Een gevoelig traject.” Bij de aanbesteding heeft Rijkswaterstaat gekozen voor een bouwer die bereid was met de omgeving rekening te houden. „In de aanbesteding van dit project werd een tevreden omgeving als criterium meegenomen.” Zo kon de automobilist tijdens de bouw gewoon honderd kilometer per uur blijven rijden.

„Daarmee kweek je goodwill, en je verleidt ze géén juridische procedures te starten. Daardoor was de bouw anderhalf jaar eerder klaar dan verwacht. Mensen zijn best bereid te accepteren en te incasseren, als je ze maar meeneemt en daadwerkelijk actie onderneemt op tips en klachten.”

Hij noemt ook de druk bereden Galecopperbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal in Utrecht. „Een complexe operatie, omdat er zo veel partijen bij betrokken zijn.” Automobilisten. Winkelbedrijven als Ikea. „Die willen niet dat de brug dicht is als zij net een actieweekend hebben.” Scheepvaart. „Langs deze route wordt Schiphol van kerosine voorzien. Als dat stokt, kunnen mensen niet meer met vakantie.”

Zelfs de plannen voor verbouwing van de snelwegen bij het landgoed Amelisweerd in Utrecht worden, alle weerstand ten spijt, dankzij omgevingsmanagement volgens Van de Gazelle welwillend ontvangen.

„De gemeente Utrecht is nog steeds formeel geen voorstander van de nieuwe weg, maar van ambtenaren krijgen we toch complimenten voor onze attitude, onze bereidheid naar iedereen te luisteren. Felle tegenstanders hou je altijd. Maar er zijn ook mensen die blij zijn met nieuwe geluidsschermen, en met een nieuw dak boven de weg, zodat bos en stad met elkaar worden verbonden.”

De natuur heeft gewonnen

Fouten worden natuurlijk gemaakt. „We hebben laatst bij verschillende projecten bij het Amsterdam-Rijnkanaal steeds opnieuw een aparte vergunning aangevraagd voor de kap van enkele bomen. Dat wekt weerstand in een stad als Utrecht, waar elke boom eigenlijk heilig is, en ook een grote symbolische waarde heeft. Dat werkt versnipperend. Daarom hebben we besloten een en ander te stroomlijnen.”

En was het plan om een snelweg langs het Naardermeer te bouwen, jaren geleden, ook zo’n vergissing? „Nee”, zegt Van de Gazelle. „Het was verkeerskundig misschien beter geweest dat plan door te zetten. Maar de natuur heeft gewonnen. We hebben andere plannen gemaakt, zoals de verbreding van de Gaasperdammerweg.”

Waar eindigt het omgevingsmanagement? Is het denkbaar omwonenden zélf te laten uitzoeken wat het ideale tracé van een verbrede rivier of een nieuwe snelweg is? „Tot op zekere hoogte kunnen omwonenden meepraten”, zegt Van de Gazelle. Als „mooiste voorbeeld” noemt hij een commissie van omwonenden, die bij het plaatsen van een geluidsscherm langs de snelweg A1 bij Stroe zélf het type scherm koos.

Bredere A9 ‘Stillere achteruitrijpiepers’

©

Ilke Taner. Foto Olivier Middendorp

Ilkel Taner is omgevingsmanager voor de renovatie van de Noord-Hollandse Velsertunnel, onder het Noordzeekanaal.

„Ik moest de omgeving vertellen dat de tunnel negen maanden dicht zou gaan. Dat vonden ze niet leuk. Ze waren tegen. Ze werden boos. Ik heb hen vervolgens uitgenodigd en laten zien wat er allemaal in de tunnel moest worden verbouwd. Toen begrepen ze het.”

Het geheim van omgevingsmanagement is volgens Taner „luisteren naar de omgeving” en „samen” manieren zoeken om de hinder te beperken. Voorafgaand aan de operatie, die nu loopt, heeft Taner negen maanden gepraat met belanghebbenden, van strandtenthouders en transportbedrijven tot Tata Steel en gemeenten. „Daar kwamen veel ideeën naar voren. We hebben een extra rijstrook in de alternatieve Wijkertunnel aangelegd, en we hebben calamiteitenbogen en keerlussen gebouwd bij de Velsertunnel om het verkeer makkelijker te laten omrijden. Ook hebben we een website gebouwd met realtime verkeersinformatie. We hebben een Facebook-pagina gemaakt. En we hebben extra borden langs de weg geplaatst om autorijders te helpen.”

„De operatie wordt met een militaire precisie voorbereid en uitgevoerd. Toen de tunnel dichtging, stonden journalisten met hun camera’s al te wachten op boze automobilisten. Natuurlijk is het drukker geworden op de wegen rond de tunnel. Maar het is toch meegevallen. Mede dankzij al die partijen die hebben meegedacht, zoals bedrijven die personeel opriepen de spits te mijden.”

Taner is ervan overtuigd dat haar werk bijdraagt aan een efficiënter project. Ook de „hindermacht” neemt erdoor af. „Als je niet goed naar mensen luistert, stappen ze naar SBS6 of ze richten een actiegroep op. Dan ben je als Rijkswaterstaat verkeerd bezig.”

Velsertunnel ‘Realtime verkeersinformatie’

Foto’s Olivier Middendorp

Marcel Floor. Foto Olivier Middendorp

Marcel Floor is omgevingsmanager van de verbreding van de A9 in Amsterdam Zuidoost, de Gaasperdammerweg. Het project loopt vijf jaar, waarvan het eerste is verstreken.

„Wij staan met één been in de buurten en met één been bij de bouwers”, zegt Floor. Aan hem de taak Amsterdam „bereikbaar” te houden, in een gebied met met achtduizend inwoners en jaarlijks zeshonderd evenementen. Lastig, soms. „Als je denkt dat je een weekend hebt uitgekozen om zonder overlast een afrit af te sluiten, blijkt ineens dat Ikea uitverkoop heeft.”

Luisteren naar de omgeving is cruciaal. „Tijdens de bouw steken we voortdurend de thermometer in de wijken. We willen polsen hoe mensen bijvoorbeeld de onvermijdelijke heiwerkzaamheden ervaren.” Er lopen en fietsen stewards door de wijken, „wandelende vraagbaken”, die aanbellen bij bewoners thuis. Dit soort contacten heeft geleid tot maatregelen zoals heien met dempende „mantels” en minder luide achteruitrijpiepers van trucks.

De bouwers kwam ook ter ore dat uitgerekend tijdens het intrillen van de damwanden scholieren moesten studeren voor hun eindexamens. „Wij willen dat iedereen z’n examen haalt, en daarom konden ze op onze kosten naar examentraining.”

Floor heeft niet de indruk dat hij mogelijke protesten in de wijken tegen de bouw de kop probeert in te drukken. „We hebben echt wat te bieden”, zegt hij. „De leefbaarheid in deze wijken wordt vergroot. Straks is er in plaats van een snelweg een drie kilometer lange landtunnel. Bovendien leggen we op die tunnel een park aan, met een oppervlakte van twee keer het Vondelpark.”

Floor heeft ook te maken met een actiegroep. „Ze zijn altijd kritisch, maar we hebben toch een waardevolle relatie. Bij de geboorte van mijn zoon kreeg ik zelfs een kaartje.”