Wie zit er achter nieuwe chloorgasaanvallen Syrië?

Verbod chemische wapens Dat in Syrië weer gifgas wordt gebruikt, staat wel vast. Maar de officiële zoektocht naar de daders is pas net begonnen.

Een slachtoffer van een mogelijke gifgasaanval in mei vorig jaar. Foto Firas Taki/Getty

En weer is de burgerbevolking van Syrië bestookt met chloorgas. Op 2 augustus vielen ‘cilinders’ met chloor op Saraqib. Op 10 augustus kwamen vatbommen met chemische lading terecht in Aleppo. Weer stroomden de ziekenhuizen vol met naar adem snakkende slachtoffers. Weer waren er doden. En weer is de VN om een onderzoek gevraagd.

Dat onderzoek zal er komen. Ook de geruchtmakende dodelijke aanvallen met het zenuwgas sarin in buitenwijken van Damascus in 2013 zijn tot in detail geanalyseerd door experts van de VN en de OPCW, de organisatie die toeziet op naleving van het verdrag tegen chemische wapens. De raketinslagen werden in kaart gebracht, de doden geteld, de aard van het gifgas werd aangetoond. Uiteindelijk moest alleen in het midden blijven wie de granaten had afgevuurd.

Maar veel werd goedgemaakt door het besluit van de Syrische president Assad om al zijn chemische wapens op te geven. In september 2013 ratificeerde Syrië alsnog het chemischewapenverdrag uit 1993. Kort daarop begon de afvoer en vernietiging van de voorraden chemische munitie en grondstoffen. Binnen een jaar was het karwei geklaard. Voortaan zou gifgas geen slachtoffers meer maken.

Het liep anders. Al in april 2014 verschenen berichten over de inzet van een ander gas, minder agressief dan sarin of mosterdgas, maar evenzeer in hoge dosis verstikkend en dodelijk. Het bleek chloor te zijn; de Syriërs herkenden de geur van bleekmiddel. Heel onverwacht kwam het niet. In Irak exploderen geregeld auto’s die chloor verspreiden. De eerste chlooraanvallen in Syrië waren al net zo weinig effectief als die autobommen.

Chloor is niet onschuldig

Zo kon de indruk ontstaan dat het gedoe met chloor maar kinderspel is. Dat is het niet. Chloor is een werkzaam strijdgas en de aanvallen, vanuit hoog vliegende helikopters, worden steeds ‘professioneler’. Er zijn er al meer dan honderd geweest.

De inzet van gifgas dreigt weer gewoon te worden. Dat ondergraaft het internationale vertrouwen in het chemischewapenverdrag. En in het gezag van de OPCW.

Veel chlooraanvallen zijn geanalyseerd door de OPCW Fact-Finding Mission in Syria, opgericht kort na de eerste chlooraanval van april 2014. Het chemischewapenverdrag verbiedt uitdrukkelijk de inzet van giftige gassen, welke gassen dan ook, als wapen. Dat geldt ook voor binnenlandse conflicten.

De OPCW stuurde eind mei 2014 inspecteurs naar Kafr Zeta, dat toen meermaals was getroffen. Daarbij waren ook resten van het gebruikte wapen gevonden: gascilinders binnen een buisvormige omhulling. Dat had de OPCW-missie afgeleid uit YouTube-filmpjes en posts op Facebook en Twitter. Het leek een buitenkans.

Maar nog vóór Kafr Zeta was bereikt, reden de inspecteurs op een bermbom. Daarna werden ze onder vuur genomen. Sindsdien ziet de organisatie af van inspecties ter plaatse. Getuigen (slachtoffers en hulpverleners) worden in het buitenland geïnterviewd.

Inmiddels heeft de OPCW-missie zes rapporten uitgebracht over onderzochte gasaanvallen. Soms op uitnodiging van de Syrische regering, meestal op verzoek van de oppositie, getroffen burgers of ngo’s.

Het gaat niet steeds om chloor, er is ook onderzoek gedaan naar een aanval met mosterdgas in Marea (augustus 2015) en de mogelijke inzet van sarin tegen Syrische militairen in Daraya (februari 2015).

Geelgroene wolk zakt snel in

Maar de chloorgasaanvallen domineren. Ze worden gelijkluidend beschreven. Eerst verschijnen die hoog vliegende helikopters, dan is er een fluitend geluid en een gedempte ontploffing. Even later stijgt een geelgroene of geelbruine wolk op die wel 40 of 50 meter hoog reikt maar snel inzakt en zich als een laag van een paar meter dik over de omgeving verspreidt. Binnen die laag sterven dieren, verwelken planten en verbleekt donkere kleding.

Zuigelingen en hoogbejaarden lopen er groot risico. Na ongeveer drie kwartier is de wolk opgelost. Slachtoffers die op tijd zuurstof kregen (en/of medicijnen die de verkrampte bronchiën ontspannen) zijn binnen een paar uur weer op geknapt. Het herstel is volledig.

In alle gevallen wordt het chloor in Syrië verspreid door vatbommen: slordig in elkaar gelaste buisvormige constructies van ruwweg 1 bij 2 meter waarbinnen de eigenlijke chloorcontainers zijn opgesloten. In 2014 ging het nog vaak om standaardgascilinders die door de klap van de inslag en wat springstof kapotsloegen.

Steeds vaker blijken de vaten gevuld te zijn met allerlei chemicaliën die het chloor pas na de inslag doen ontstaan. Zo zou kaliumpermanganaat chloor vrijmaken uit zoutzuur. Er zijn ook andere chemicaliën aangetroffen.

De rapporten van de fact finding-missie laten in het midden wie de chlooraanvallen uitvoeren. Dat alleen het Syrische leger met helikopters boven steden vliegt, is kennelijk onvoldoende aanwijzing.

Voor de schuldvraag is eind vorig jaar het OPCW-UN Joint Investigative Mechanism opgericht. Dat onderzoekt een selectie van de aanvallen die de fact finders beschreven en rapporteert de uitkomsten aan de Veiligheidsraad. In februari bracht het Mechanism zijn eerste rapport uit. Het is een werkplan. Ons wacht een complexe taak, staat daar. Een uitdaging.