Voorarrest Laura H. met negentig dagen verlengd

H. zegt met haar twee kinderen ontsnapt te zijn uit het kalifaat. Ze wordt onder meer verdacht van deelname aan een terroristische organisatie.

Een rechter verlaat een rechtszaal. Foto ANP

Het voorarrest van Laura H. (20) is met negentig dagen verlengd. De raadkamer van de rechtbank in Rotterdam heeft dat dinsdag bepaald, meldt ANP. Ze wordt verdacht van deelname aan een terroristische organisatie en de voorbereiding tot het plegen van terroristische misdrijven, in de periode september 2015 tot en met juli 2016.

H. kwam op maandag 1 augustus aan op Schiphol, nadat ze begin juli uit IS-gebied zou zijn ontsnapt. Ze werd direct aangehouden, wat standaardprocedure is voor mensen die terugkeren uit gebied dat in handen is van IS. De rechter-commissaris besloot enkele dagen later dat haar voorarrest met veertien dagen werd verlengd. Er loop een strafrechtelijk onderzoek tegen haar. Ook zijn haar kinderen opgevangen in een pleeggezin.

Op vakantie naar Turkije

Zelf beweert H. in het IS-gebied alleen voor haar jonge kinderen te hebben gezorgd. Het OM geloofde daar vooralsnog echter weinig van, omdat hij diverse rapporten, onder andere ‘Leven bij ISIS, de mythe ontrafeld’ van het AIVD en het rapport ‘Bestemming Syrië’van Weggemans, Peters en Bakkers, blijkt dat het voor vrouwen “niet aannemelijk is in Syrië te verblijven zonder betrokken te raken bij de gewapende strijd, dan wel op andere wijze ondersteunende handelingen te verrichten voor IS”.

In september 2015 reisden Laura H. en haar man, een Nederlander van Palestijns-Duitse afkomst, via Turkije af naar Raqqa, de hoofdstad van het door IS gestichte kalifaat. H. beweert zelf dat ze ervan overtuigd was met het gezin op vakantie te gaan naar Turkije en vluchtelingen gingen helpen.

Geen geweld

Maar ook als H. niet direct deelnam aan de gewapende strijd, staat niet vast dat ze per definitie geen strafbare feiten heeft gepleegd. Dat komt mede doordat het strafrechtelijke begrip ‘deelname aan een terroristische organisatie’ ruim geïnterpreteerd wordt. In februari oordeelde de rechtbank in Rotterdam: “Ook indien zaken ten goede komen aan deelnemers/strijders van de organisatie, kan dit als deelneming aan die organisatie worden gezien.” In dat geval zet het verweer niet mee te hebben gedaan aan de gewapende strijd geen zoden aan de dijk.