De Thuiskok: Bananenbrood

©

Een van de bekendste ‘sportables’ is bananenbrood. Ten eerste omdat het zo makkelijk te maken is, ten tweede omdat het zo lekker is. Daardoor kun je het zowel als ontbijt, tijdens het sporten of op werk eten. Ik ben het zelfs wel eens tegengekomen in een café waar het geserveerd werd als alternatief voor appeltaart. Verder is bananenbrood lactosevrij, veganistisch en bevat het veel koolhydraten.

Verwarm de oven voor op 180 graden. Pel de bananen en doe ze samen met de ontpitte dadels, water, sojayoghurt, citroensap, kaneel en gember in een keukenmachine of blender. Mix tot je een glad mengsel hebt. Doe nu het boekweitmeel, 80 gram havermout, speltbloem, bakpoeder en zout in de mengkom. Mix nog een keer tot er een gladde substantie ontstaat. Het mengsel is wat droog. Als je blender moeite heeft met mengen kun je even schudden met de mengbeker of een heel klein beetje water of sojayoghurt toevoegen. Snijd de papaja in stukjes en gebruik een spatel om deze samen met het maanzaad en de rozijnen door het beslag te roeren. Zo blijven de stukjes straks zichtbaar in het brood. Vet het bakblik in met een beetje kokosolie en spatel het beslag in de vorm. Bestrooi de bovenkant van met de overgebleven havermout en bak het bananenbrood in ongeveer 40 minuten goudbruin.