Feuilleton in 60 afleveringen 45/60 President Tsaar op Obama Beach A.F.Th. van der Heijden Wat voorafging: President Tsaar trad af. Omdat aan het ICC in Den Haag de rechtszaak rond MX17 werd voorbereid, joeg het Kremlin een nieuwe wet door de Doema: de Pushkin Invasion Act. Dat ik al mijn bewijsmateriaal had afgestaan aan het 

Feuilleton in 60 afleveringen

45/60

President Tsaar op Obama Beach

A.F.Th. van der Heijden

Wat voorafging: President Tsaar trad af. Omdat aan het ICC in Den Haag de rechtszaak rond MX17 werd voorbereid, joeg het Kremlin een nieuwe wet door de Doema: de Pushkin Invasion Act.

Dat ik al mijn bewijsmateriaal had afgestaan aan het Internationale Strafhof, betekende niet dat ze me daar dankbaar met rust lieten. Tergend lange uren werd ik door het Office of the Prosecutor ondervraagd over de herkomst van de vele foto’s, van Nikita’s schetsboek, van het filmpje gemaakt door taxichauffeur Pjotr van de uit Snizjne vertrekkende lanceerkaravaan, van de mij door Oleg ter hand gestelde envelop met scherven uit de twee luchtdoelraketten, en van de geluidsopname door Oleg gemaakt in de commandowagen op 17 juli 2014. Ondertussen werden alle stille en minder stille getuigen aan een grondige forensische analyse onderworpen, met aanvullende vragen aan mij tussendoor.

Het OTP droeg zelf ook nog een relevant filmpje aan, dat als door een wonder niet op internet terecht was gekomen: mijn verkrachting door Artiom, de pelotonsnicht van de Azovs. Ik weigerde aanvankelijk ernaar te kijken, totdat de hoofdaanklaagster mevrouw Grenouille me van het belang van mijn commentaar overtuigde, omdat het belangrijk bewijs opleverde tegen commandant Skoropadski, die van marteling zijn oorlogsstrategie scheen te hebben gemaakt. ‘Op voorwaarde,’ zei ik, ‘dat de beelden niet in de rechtszaal vertoond worden. Ik kan Branda niet van de publieke tribune weghouden.’

Het werd me toegezegd. Omdat vooral de pijn en de vernedering me waren bijgebleven, had ik de halfwassen zaaduitstorting in de voorbije jaren blijkbaar gemakkelijk kunnen verdringen, zodat de close-up ervan me in totaal ongeloof overviel. Ik schaamde me tegenover de meekijkende vrouwen: madame Grenouille en een van haar aanklaagsters. Hakkelend legde ik uit dat het hier een onvrijwillige reactie van het lichaam betrof: de prostaat op de automatische piloot.
‘Weet ik toch,’ suste Grenouille. ‘Als u eens wist hoeveel verkrachtingsfilmpjes ik uit hoofde van mijn functie niet heb moeten aanzien… ook van mannen door mannen. Men kweekt een olifantshuid aan eelt op de ziel.’

Ik identificeerde de verkrachter als Artiom (die later gesneuveld bleek), de beide beulsknechten als Petro en Dmitri, en de regisserende commandant als Aleksander Skoropadski.

‘U behoorde niet tot de tegenstanders, meneer Haandrikman… wat voor belang konden deze nationalistische Oekraieners erbij hebben om u zo mensonterend te martelen?’

‘Skoropadski had zich in het hoofd gehaald dat ik de toedracht rond het neerhalen van MX17 kende, zoals ook de Seps dat dachten. De commandant hoopte het geheim uit me te kunnen folteren, om zo zelf de dertig miljoen tipgeld van Rikscha in de wacht te slepen… zogenaamd om zijn mannen van scherfvesten en nachtkijkers te voorzien.’

‘U heeft uw kaken kennelijk aardig op elkaar weten te houden,’ zei Grenouille. En ik, de verkeerde toon aanslaand: ‘Misschien won mijn hebzucht het van de pijn… En wat die verkrachting betreft, door te veinzen dat ik het niet erg vond, lieten ze me op dit onderdeel van het torment verder met rust. Een gok, maar het werkte.’

Vanaf dat moment werd het verhoor vertroebeld door de suggestie dat mijn bereidheid om te getuigen geen ander doel diende dan het bemachtigen van de door Rikscha uitgeloofde beloning. Ik zei: ‘Waarom ben ik dan niet meteen met mijn hoogwaardige materiaal naar Hamburg gegaan? Ze hebben daar specialisten genoeg om de zaak verder uit te zoeken, en die gaan directer op hun doel af dan jullie, met alle respect.’

‘Misschien wilde u eerst van ons apparaat profiteren om zekerheid te verkrijgen… alvorens bij Rikscha aan te bellen,’ opperde de hoofdaanklaagster. En ik: ‘Meerdere malen ben ik op hun kantoor in Hamburg geweest. Ze wilden hun eigen rechercheurs met mijn gegevens op pad sturen. Ik besloot uiteindelijk het traject van de officiële gerechtigheid te doorlopen. Dus, mevrouw… hier ben ik. Geheel tot uw dienst. Ook al blundert het zich al twee decennia door een reeks hopeloze processen heen, ik heb groot ontzag voor uw internationale instituut.’ En Grenouille, sussend weer: ‘U weet dat we met getuigen niet voorzichtig genoeg kunnen zijn. Ze worden bij de vleet geïntimideerd en omgekocht.’

‘Mevrouw, ik heb bij de notaris een verklaring gedeponeerd. Mochten de dertig miljoen dollar mij toekomen, dan zal ik ze van de eerste tot de laatste cent investeren in een nog op te richten denktank.’ Ik legde Grenouille uit waar die zich mee zou gaan bezighouden. Het was even stil, toen zei ze: ‘Dan wordt u dus straks onze grootste concurrent.’ Ik: ‘Het is toekomstmuziek waar nu nog wapengekletter klinkt, maar het is mijn streven om met de Anti-Tank Think Tank het Internationaal Strafhof overbodig te maken.’

‘U brengt ons in een paradoxale positie, meneer Haandrikman. Als het ICC z’n bestaansgrond wil behouden, zullen wij ons ervoor moeten beijveren dat die premie van Rikscha u nimmer toevalt.’

Handtekening A.F.Th. van der Heijden

Het zessenveertigste deel van dit feuilleton verschijnt woensdag 16 augustus op nrc.nl/afth.