‘Onze ogen prikten, in een roes renden we naar de deur’

Chloorgasaanval in Saraqib Het gezin van de 23-jarige Mohammed schuilde in de kelder voor de bombardementen. Helaas waren ze daar niet veilig; chloorgas zakt naar beneden.

©

Mohammed Haj Qasem (23) werkt op de ambulance in Saraqib, de Syrische stad in de provincie Idlib die eerder deze maand werd getroffen door wat vermoedelijk een chloorgasaanval was. NRC sprak met hem via voicechat.

Waar was u tijdens de aanval?

„Ik was buiten de deur toen ik hoorde dat er iets met mijn familie was gebeurd. Ik ben zo snel mogelijk op de ambulance gesprongen en naar huis gegaan.”

Wat trof u daar aan?

„De hele familie. Als eerste en belangrijkste zag ik mijn moeder en het zoontje van mijn zus. Ze hadden het erg benauwd en moesten overgeven. Ik was vooral bezorgd om mijn neefje, want die was al eerder gewond geraakt bij een bombardement. Hij is pas dertien.”

170816BUI_Idlib

Op het moment van de aanval waren er acht mensen in huis. Haj Qasems ouders wonen op de eerste verdieping en daarboven woont het gezin van zijn oom. Beide families waren op het moment van de aanval in de kelder om te schuilen voor mogelijke bombardementen.

„Omdat chloorgas naar beneden gaat, kregen ze daar juist meer chloorgas binnen”, zegt Haj Qasem. „Ze zagen er heel slecht uit, ik heb om ze gehuild.”

Haj Qasems zus Fatme (32) was op het moment van de inslag bij hun ouders op bezoek en vertelt:

„We hoorden een explosie. Niet zo’n harde explosie, dus we dachten dat het een eindje verderop was en reageerden verder niet. Aan bombardementen zijn we inmiddels wel gewend. Totdat de geur van chloor het huis binnenkwam. Mijn ogen gingen pijn doen en we begonnen allemaal te hoesten. In een soort roes zijn we allemaal naar de deur gerend. Het vat was twee, drie meter voor het huis neergekomen. Ik kon nauwelijks ademhalen.”

In het ziekenhuis zagen ze meer patiënten met ademhalingsproblemen. „Ik denk dat er dertig of veertig slachtoffers waren”, zegt Mohammed Haj Qasem. „Ik heb ze niet precies geteld, ik ben bijna de hele tijd in de buurt van mijn moeder gebleven omdat ik bezorgd was. Op zich heb ik in twee jaar ambulancewerk ergere dingen gezien, maar nu was het mijn eigen familie die was getroffen.”

Volgens een BBC-verslag waren er ongeveer dertig slachtoffers van de vermeende chloorgasaanval.

Waaruit leidt u af dat het chloorgas was?

„Ten eerste door de geur: die is onmiskenbaar. De symptomen zijn ook allemaal hetzelfde: niet kunnen ademhalen, overgeven, zwaar gevoel op de borst. Bovendien heb ik het al een keer eerder gezien bij een aanval hier, maar toen was het minder sterk dan nu.”

Hoe werden de patiënten behandeld?

„We hebben eerst water over ze heen gegooid, nog voor de deur, om ze schoon te spoelen. Daarna kregen ze zuurstof toegediend en medicijnen: hydrocortison, Dixon [mogelijk wordt obidoxime bedoeld, een medicijn dat wordt gebruikt bij besmetting met zenuwgas, red.] en neusspray.

„Dat is wat we het meest gebruiken. De jongens konden meteen in het ziekenhuis hun besmette kleren uittrekken, de vrouwen zijn naar het huis van een familielid gegaan om andere kleren aan te doen en even bij te komen. Na een paar uur mochten alle patiënten weer het ziekenhuis uit, al hadden sommigen nog steeds moeite met ademhalen.”

Hoe is het nu, een paar dagen later?

„Met mijn neefje is het gelukkig goed gekomen. Mijn andere zus en mijn moeder zijn nog steeds hun stem kwijt, verder gaat het wel. Ik heb iedereen naar het huis van mijn zus buiten de stad gebracht. Daar is frisse lucht. De ramen zijn door de klap uit het huis van mijn ouders geslagen en de chloorgeur is nog steeds niet weg, dus ze kunnen niet meteen terug naar huis.”