In cruciaal Syrië-rapport werd geschrapt

Rapport ‘Bestemming Syrië’

Studie naar Nederlandse ‘uitreizigers’ in Syrië speelt cruciale rol in rechtszaken tegen Syriëgangers. De auteurs verwijten het OM een ‘heel extreme’ interpretatie.

Dado Ruvic/Reuters

„Ik vind dit te ver gaan”, zegt professor Ruud Peters.

„Ons onderzoek wordt te ruim geïnterpreteerd”, zegt professor Edwin Bakker.

De twee hoogleraren van de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden deden vorig jaar onderzoek naar de leefsituatie van Nederlandse jihadgangers en schreven er een rapport over: Bestemming Syrië. Zelf omschrijven ze hun onderzoek van 87 pagina’s als „een eerste schets” die „diverse beperkingen” kent en bovendien in drie maanden moest worden uitgevoerd. Er kan dus „geen algemene geldigheid” aan worden ontleend. Toch is het wetenschappelijke document van cruciale betekenis bij de vervolging van Syriëgangers. En dat wekt op zijn minst enig ongemak bij de auteurs van het onderzoek.

Sinds de studie in januari 2016 verscheen, duikt hij bij herhaling op in rechtszaken tegen Nederlandse jihadisten die naar Syrië uitreizen of eruit terugkeren. Deze zaken draaien telkens om de vraag of Syriëgangers betrokken waren bij de gewapende strijd. Een reis naar een ver land is immers niet strafbaar, het deelnemen aan een gewapend conflict of het ondersteunen van een terroristische groepering wel. ‘Bestemming Syrië’ geeft het antwoord: volgens dit rapport is het praktisch onmogelijk om naar Syrië te gaan zonder betrokken te zijn bij een terroristische strijdgroep. Ook mensen die in het kalifaat een andere rol vervullen dan die van strijder, zouden IS indirect ondersteunen.

Enkele geschrapte passages nuanceren het beeld dat álle Syriëgangers betrokken zijn bij de gewapende strijd

Beperkt aantal bronnen

Rechters die een oordeel moeten vellen over de strafbaarheid van een Syriëreis, baseren zich mede op dit onderzoek. Zo legde de Rotterdamse rechtbank begin dit jaar twee Arnhemmers die naar Syrië wilden vertrekken celstraffen op tot 3,5 jaar. Als motivatie verwees de rechter onder andere naar ‘Bestemming Syrië’.

Deze en andere gerechtelijke uitspraken werpen de vraag op waar de claim dat Syriëgangers zich niet zouden kunnen onttrekken aan de strijd op is gebaseerd. Op een beperkt aantal bronnen, zo blijkt na bestudering van ‘Bestemming Syrië’. Bij de passage over de onvermijdelijke deelname aan de strijd wordt in de begeleidende noten verwezen naar uitlatingen van „een journalist” en „een ambtenaar van het ministerie van Veiligheid en Justitie”. Voor de stelling dat Syriëgangers die weigeren zich voor IS in te zetten, worden beschouwd als spionnen, heeft slechts één bron: een anonieme onderzoeker. Beide aannames zijn als feit terechtgekomen in meer gerechtelijke vonnissen.

De auteurs zeggen in een reactie dat zij hun stellingen baseren op meer bronnen dan in de bronnenlijst wordt genoemd. Zij staan nog steeds achter hun conclusie dat mannelijke Syriëgangers onherroepelijk betrokken raken bij de gewapende strijd. Voor vrouwen ligt dat iets anders.

‘Extreme interpretatie’

En laat de nieuwste zaak waarin ‘Bestemming Syrië’ een rol speelt nu net om een vrouw draaien: de 20-jarige Laura H. is teruggekeerd uit het kalifaat en claimt dat zij niets anders gedaan heeft dan het verzorgen van haar twee kinderen. Maar de rechter-commissaris heeft dinsdag besloten haar 90 dagen langer vast te houden op de Terrorisme Afdeling. Het OM motiveert de beslissing haar in hechtenis te nemen onder andere door te verwijzen naar ‘Bestemming Syrië’. Daarin zou volgens het OM staan dat het niet aannemelijk is dat vrouwen in Syrië verblijven „zonder betrokken te raken bij de gewapende strijd, dan wel op andere wijze ondersteunende handelingen te verrichten voor IS”.

Maar de auteurs van het rapport zien dat anders. „Het OM interpreteert ons onderzoek heel extreem”, zegt hoogleraar Bakker.

„Ze interpreteren het te ruim. Lang niet alle vrouwen gaan daar willens en wetens naartoe om de gewapende strijd te steunen. Er zijn juist veel meisjes naartoe gegaan in de naïeve veronderstelling dat ze in het kalifaat het beste als moslim kunnen leven.”

En co-auteur Peters: „Bij mijn weten schrijven wij niet dat alle vrouwen daar betrokken zijn bij de gewapende strijd. Er zijn daar zat vrouwen die gewoon in een huis zitten, getrouwd zijn en voor de kinderen zorgen.”

Het rapport zelf meldt onder meer: „Vrouwen zijn voornamelijk verantwoordelijk voor de zorg voor het gezin.” Daarnaast kunnen buitenlandse vrouwen worden ingezet voor propagandataken, ronselen en – in een enkel geval – het met zweepslagen afdwingen van de religieuze wetten.

Passages verwijderd

Er is nog iets anders aan de hand met het veel geciteerde onderzoek: er zijn zinnen uit geschrapt. Enkele geschrapte passages nuanceren het beeld dat álle Syriëgangers betrokken zijn bij de gewapende strijd. Zo vermeldde de originele versie dat niet valt uit te sluiten dat uitreizigers „een andere rol voor zich zien weggelegd dan strijder (bijvoorbeeld het kunnen werken als kok, docent of arts)”. De zin maakt deel uit van de slotparagraaf die volgens de onderzoekers is verwijderd op verzoek van de rechtbank Rotterdam, de opdrachtgever van het onderzoek. Waarom de complete slotparagraaf moest worden verwijderd, kan de rechtbank vanwege vakantie niet toelichten.

Volgens de onderzoekers komt de aangepaste versie in grote lijnen overeen met het oorspronkelijke rapport. Toch willen zij dat de originele versie voortaan wordt gebruikt voor rechtszaken. Peters: „De passages die zijn weggevallen zijn niet onbelangrijk. De rechterlijke macht moet onze originele versie blijven gebruiken.”