Arnon Grunberg werkt veertien dagen in slachthuizen. Mijn laatste dag in Abattoir Noord-Holland. Ik zal Bob Bakker en zijn mannen missen. Zelfs in het slachthuis kun je je thuis voelen.

Schrijver Arnon Grunberg werkt deze zomer in slachthuizen

7/14

‘Mijn voorkeur gaat uit naar vrouwelijk vlees. Dat is vetter’

Arnon Grunberg

Mijn laatste dag in Abattoir Noord-Holland. Ik zal Bob Bakker en zijn mannen missen. Zelfs in het slachthuis kun je je thuis voelen.

Misschien is de voorwaarde dat je zelf niet geslacht wordt, maar daar ben ik niet zeker van. „Ik ga nu naar Duitsland om te slachten,” zeg ik tegen Bob. Hij antwoordt: „Ik moet elke avond de kerktoren van mijn dorp zien.”

Hans, een man van in de vijftig die nu twee jaar bij Bob werkt, staat een koe doormidden te zagen. Er komt water uit de zaag. Dat water moet voorkomen dat de zaag het vlees verbrandt. „Vroeger had je koeien die wogen 300 kilo, tegenwoordig wegen ze 700 kilo,” zegt Hans.

Verderop staat Bob. Nog een keer vraag ik hem naar het handwerk van de dood.

„Je wacht tot die stilstaat en dan grijp je hem,” zegt Bob. „Paarden zijn gevoelig.”

Is dat wat het roofdier intuïtief weet? Wachten tot de prooi stilstaat en hem dan grijpen?

Ik herinner me hoe ik zag hoe Bob een schaap even over zijn rug streelde om hem rustig te maken voor hij het schietmasker op de kop van het schaap zette. De linkerhand streelt terwijl de rechterhand doodt, dat moet de zachte dood zijn.

„Alles wat hier binnenkomt moet dood,” zegt Bob. „Dat is de wet. Omdat hier allemaal dieren binnenkomen van verschillende boerderijen. Ze zijn bang voor besmetting.”

Je kunt de slacht ook euthanasie noemen.

„Mijn voorkeur gaat uit naar vrouwelijk vlees,” verklaart Hans, die staat uit te benen. „Vrouwen zijn iets vetter. Het vlees van een stier is grover.”

Een vaal zonnetje schijnt. Voor het slachthuis neem ik afscheid van Bob.

„Ik haal de dieren vaak zelf op bij de boer. Vroeger hielp ik nog weleens schapen te vangen, maar dat doe ik niet meer,” vertelt Bob nog. „Naar veemarkten ga ik ook. Dan draag ik altijd een lange zwarte jas. Dat ze weten waarvoor ik kom. Vroeger was dat traditie, blauw droeg je als je vee kocht voor de zuivel, zwart voor de slacht.”

Ik zou Bob willen omhelzen. De man die in een lange zwarte jas veemarkten afstruint.

Eens te meer denk ik aan het gedicht Die Einsamkeit der Männerem> van Wolf Wondratschek: „Da sitzen Männer vor einem Haus/ und trinken und traümen vom Töten.”

(Daar zitten mannen voor een huis/ en drinken en dromen van het doden.)

Lees ook het interview met Grunberg over deze serie: ‘Ik wil de dood in het gezicht zien’