Max von Sydow zingt en steelt de show

©

Wat is er beter dan in een film met twee zwijgzame types als hoofdpersonen om de beelden zo veel mogelijk het verhaal te laten vertellen? Het is een keus die regisseur-scenarist-acteur Bouli Lanners in zijn eerdere werk ook maakte, denk aan zijn doorbraak Eldorado of opgroeifilm Les géants.

Locaties zijn voor Lanners heel belangrijk, en in het weemoedig stemmende Les premiers les derniers speelt het achterland van de Franse regio Beauce in feite de hoofdrol. In prachtige beeldcomposities passeren modderige landschappen, kaarsrechte wegen, verlaten industrieterreinen, vervallen pakhuizen, betonnen aquaducten en morsige motels de revue, met op de geluidsband stemmig getokkelde gitaren en melancholieke cello’s.

En dan zijn er naast de twee hoofdpersonages ook nog de knoestige koppen van de niet zo vriendelijke plaatselijke bevolking. Er is een plot over het terugvinden van een telefoon met belangrijke informatie, maar die dient vooral als kapstok voor een soort bijbelse parabel over twee premiejagers van middelbare leeftijd, vrienden voor het leven, die hun medemenselijkheid hervinden: „leven is meer dan ademhalen”.

Cochise, zijn makker Gilou en diens hondje Gibus kiezen er uiteindelijk voor om twee hulpeloze zielen te helpen die door boeventuig achterna gezeten worden. Filmlegendes Michael Lonsdale (1931) en (een zingende!) Max von Sydow (1929) stelen intussen op schitterende wijze de show.