Kweekvlees komt eraan

De kweekvlees-start-ups vliegen ons om de oren.

Foto iStock

Hij werkte tien jaar bij worstfabriek Stegeman, nu gaat Peter Verstrate in Maastricht hamburgers kweken. Dé kweekhamburger, de eerste ter wereld, moet de markt op. In mei richtte hij er met hoogleraar Mark Post een bedrijf voor op, Mosa Meat.

Kweekvlees. Drie jaar hoor je er niets over, en ineens vliegen de start-ups je om de oren. Het wordt serieus met de eetbare spiercellen uit het lab.

Post presenteerde in augustus 2013 zijn hamburger in Londen. De wereldpers erbij, want het was het eerste kweekvlees ter wereld, betaald met geld van Google-oprichter Sergey Brin. Bijna drie ton had het hamburgertje gekost – ruim twee miljoen per kilo. Het stukje vlees ligt nu, voor eeuwig geplastificeerd, in Museum Boerhaave in Leiden. „Over twee jaar willen we een hamburger laten zien die zich kan meten met de echte”, zegt Verstrate. Hij heeft concurrentie. In februari lag in de VS de eerste kweekgehaktbal in de braadpan. Die kostte maar 35.000 euro per kilo. De maker was Memphis Meats – nee, geen Amerikaanse vleesverwerker, maar een biotech-pionier uit Silicon Valley. Een bedrijfje in Israël dat Supermeat heet, gaat de concurrentie aan met de poelier: zij willen kip maken. „Over twee maanden beginnen we in het lab”, zegt woordvoerder Shir Friedman. Waartoe? Idealisme, zegt Friedman. „Om de vleesindustrie te stoppen. De meesten van ons zijn veganist. Maar we waren naïef te denken dat we de wereld konden veranderen.”

Ex–vleeswarenmaker Verstrate heeft dezelfde ervaring. „De simpelste oplossing om klimaatverandering tegen te gaan, is dat we morgen stoppen met het eten van vlees.” Vee zorgt voor broeikasgas door runderen die methaan opboeren en door de gassen uit vergistende mest – en dan is er nog het energieverbruik en de landontginning.

Verstrate vond de burger van 2013 niet smaakvol genoeg. Er zat geen myoglobine in; dat produceerden de Maastrichtse labspiercellen niet. „Myoglobine geeft vlees de metalige bloedsmaak die mensen lekker vinden.” Daardoor had de beroemde burger niet de typische kleur van rundvlees. Ja, hij was rood, maar dat kwam van de bietenkleurstof.

Meer myoglobine in de kweekspiervezels, vetcellen laten groeien in het lab, alles opschalen naar reactorvaten van duizenden liters – er moet nog het een en ander worden opgelost. Maar het vervelendste is dat labvlees tot nog toe alleen wil groeien op bloed van ongeboren kalveren. Fetal calf serum is al decennia het standaardkweekmedium. Dat bloed is niet diervriendelijk, niet energiezuinig, en het is niet veilig genoeg voor de voedselindustrie: er kunnen infecties in komen. Het Israëlische Supermeat zegt zonder te kunnen, met een experimentele techniek die gebruikt wordt om levercellen te kweken. Mosa Meat test groeimedia uit planten en genetisch gemanipuleerde gist. „Iedereen, ook buiten deze sector, wil ervan af”, zegt Verstrate. „Maar het kost veel bloed, zweet en tranen.”