Hij begrijpt heel goed: dit is een droombaan

Voor sommigen is de zomer dit jaar een extra drukke periode. Festivalprogrammeur Ron Euser (50) bepaalt welke artiesten we deze week op Lowlands zien.

Ron Euser is boeker bij Mojo. Dit houdt in dat hij artiesten boekt voor festivals en events, maar ook in het publiek staat tijdens concerten om nieuw talent te scouten. Foto: Tammy van Nerum

De vrouw op het podium zwiept haar blonde haren naar voren, een paar meter naast haar slaat een jongen bedrukt zijn akkoorden aan. Het is de Amerikaanse indierockband The Kills. Ze promoten hun nieuwe album in de oude zaal van de Amsterdamse Melkweg.

Ron Euser (50) staat helemaal achterin de ruimte. „Waar ik op let?” Hij lacht jongensachtig terwijl hij zijn ongekamde, halflange haar naar achter strijkt. „Op de reactie van de zaal, op de gezichten van de mensen. Hoe een artiest de zaal bespeelt, wat voor publiek erop afkomt en of de show een beetje spannend is.”

Euser is senior boeker bij Mojo Concerts. Als programmeur van onder meer Lowlands, Where the Wild Things Are, North Sea Jazz en Pinkpop, bepaalt hij wie waar het podium op mag. Die keuze wordt gebaseerd op meer dan alleen zijn persoonlijke ervaring. „Komt er binnenkort nieuwe muziek uit? En worden ze een beetje gepromoot? Dat speelt ook mee.”

Op Lowlands hadden The Kills in 2011 weinig succes. In de Melkweg juicht het publiek. Euser neemt een slok van zijn cassis en zegt: „Iedereen heeft weleens een off day. Ik laat me door zoiets niet leiden. Ze komen dit jaar gewoon weer naar Biddinghuizen.”

Af en toe beweegt zijn been mee op de maat van de muziek. Over zijn relatie met de muzikanten zegt hij: „Als een band dat wil, ga ik meestal wel een handje geven, of als ik zelf erg fan ben. Maar over het algemeen stel ik me bescheiden op. Vaak weten ze niet eens dat ik er ben.” Het is misschien wel een van de belangrijkste kwaliteiten van een goed programmeur, denkt Euser. „Je moet jezelf als schakel zien, en vooral niet de ambitie hebben om zelf op dat podium te staan of voortdurend bij artiesten rond te hangen. Daar zit niemand op te wachten.”

Zes dagen per week

Regelmatig wordt Euser tijdens het concert aangeschoten door een recensent, journalist of mede-programmeur. „Je bent zo sterk als je netwerk. Met sommige mensen heb ik al meer dan twintig jaar een relatie. Ze tippen me over nieuwe bandjes en houden me op de hoogte van nieuwe trends.”

Tegenwoordig doet hij het wat rustiger aan, maar vroeger stond hij soms zes dagen per week bij een concert.

„Ik vond dat ik alles moest meemaken. De eerste edities van Lowlands kampeerde ik op het terrein. Dan snap ik het publiek nog beter, was mijn gedachte. Nu kom ik op het laatste moment.”

Artiesten zijn als wilde zwanen

Lowlands organiseren begint met veel vergaderen. Voor elk podium is een apart team dat bekijkt welke band geschikt en beschikbaar is. Daarnaast is er een kernteam van vijf mensen, onder wie Euser, dat de brede programmering voor zijn rekening neemt. Ze analyseren hoe het vorige festival is gegaan, kijken naar het budget en wat ze willen verbeteren: moet er een tent bij? Of juist weg?

Euser: „We streven naar een mix tussen bekend en onbekend. Mensen willen voor een deel verrast worden, maar houden ook van herkenning.” Als er een editie minder kaarten worden verkocht, zoals in 2014, voelt Euser zich niet per se verantwoordelijk, zegt hij. Zoiets kan allerlei oorzaken hebben, vindt hij.

„De generatie die Lowlands groot heeft gemaakt, wordt nu wat ouder. En de ene editie is de andere niet.”

Dat vergaderen en analyseren gebeurt op een braaf kantoor in Delft. In een ruimte die vanwege de vele festivalposters wel iets weg heeft van een jongenskamer, belt Euser vanachter een ergonomische bureau zijn rondjes. Eigenlijk kun je artiesten vergelijken met een groep wilde zwanen die jaarlijks over het Europees continent cirkelt. Als Euser ziet dat er een groep richting België of Frankrijk gaat, pakt hij de telefoon om te kijken of ze niet bijvoorbeeld even neer willen strijken op Lowlands.

En dan, als er toezeggingen zijn, begint het programmeren zelf. Een hele puzzel. „Sommige bands willen niet overdag, omdat hun lichtshow dan in het water valt. Anderen willen juist wél overdag, maar willen niet de eerste act zijn.”

In totaal zijn er maar twintig of dertig man in Nederland die doen wat hij doet, zegt Euser. „De meeste van ons programmeurs zijn selfmade en altijd bezig met muziek.” Toen hij 28 was tekende hij, na korte tijd zelfstandig te hebben gewerkt, bij Mojo – de grootste organisator van popconcerten en festivals in Nederland. „Dit is een droombaan. Ik besef heel goed dat ik geluk heb dat ik hem al zo vroeg kreeg.” Hij spart veel met jongere programmeurs. „Zij moeten het straks over gaan nemen en zijn vaak beter op de hoogte van nieuwe trends.”

Bijna 25 jaar ervaring brengt een realistische kijk op het vak met zich mee. „Popmuziek is vluchtig. Maar heel zelden kom je een échte artiest tegen, een David Bowie of Prince.” Waarom werken aan iets wat zo vluchtig is?

„Mijn moeder was schooljuf en ik denk dat ik van haar heb overgenomen dat ik graag wil delen met anderen wat ik mooi vind. Anderen een geweldige dag bezorgen, veel beter dan dat wordt het toch niet?”