Eindsprint Ferry Weertman is sleutel naar goud

Marathonzwemmen Een zelfgemaakt finishbord op training gaf wellicht de doorslag. Ferry Weertmans eindsprint na 10 kilometer zwemmen zorgt voor een gouden finish.

Ferry Weertman tikt als eerste aan op het finishbord. Gregory Bull/AP

Acht weken voor de Olympische Spelen reed zwemcoach Marcel Wouda naar de bouwmarkt in Eindhoven om wat materiaal te kopen dat hij wilde gebruiken op de trainingen van zijn pupil, marathonzwemmer Ferry Weertman. Voor een paar tientjes zette hij thuis een simpele constructie in elkaar die leek op een finishbord. Als hij dat aan een hengel boven het trainingsbad zou hangen, kon Weertman vlak voor de Spelen nog even oefenen in het aantikken aan de finish.

Dinsdag, bijna tienduizend kilometer verderop aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, was de hele internationale zwemwereld getuige van de voordelen van die specifieke aanpak. Een kleine investering met eeuwigheidswaarde. Want onder de palmbomen aan de Copacabana klonken na afloop van de zwemmarathon voor mannen voor de tweede achtereenvolgende dag de plechtige tonen van het Wilhelmus. Met een fenomenale finish had Weertman (24) zichzelf gekroond tot olympisch kampioen op de tien kilometer in open water. Een dag eerder was dat Sharon van Rouwendaal al gelukt bij de vrouwen. “Twee uit twee!”, schreeuwde een juichende Wouda uit op het smalle, warme strand, zijn voeten half in het water.

Kampioenenmaker Wouda, zelf in 1998 wereldkampioen in het zwembad, stond acht jaar geleden al aan de basis van het olympische succesverhaal van Maarten van der Weijden die goud haalde in Beijing (2008), toen de zwemmarathon voor het eerst op de olympische agenda stond. Wouda heeft nu dus twee van de drie olympisch kampioenen bij de mannen begeleid, en speelt daarnaast een belangrijke rol als tacticus in de openwatercarrière van Van Rouwendaal. „Ja, daar ben ik trots op”, sprak de boomlange Wouda met schorre stem op het strand, zichtbaar aangedaan. „Dit is een droom.”

Dat was het zeker ook van de krachtmens Weertman, die zelfs met de zware medaille om zijn nek niet kon geloven dat hij hem echt mocht houden. Weertman komt niet uit de lucht vallen, integendeel. Wouda zei drie jaar geleden in deze krant al eens dat hij Weertman een betere zwemmer vond dan Van der Weijden. Sterk, technisch vaardig, ongelooflijk gedreven, al trok hij zich niet, zoals Van der Weijden, een maand lang terug in een hoogte-tentje. Net zoals Van der Weijden is Weertman slim tijdens races, zwemt op de juiste plekken, maar de olympisch kampioen van Rio kan altijd terugvallen op „een veel betere eindsprint”.

Samen met trainingspartner Marcel Schouten trokken Weertman en Wouda de wereld rond. De investeringen betaalden zich al snel terug. Weertman werd in 2014 Europees kampioen in Berlijn, een jaar later pakte hij het zilver op de WK in het Russische Kazan.

In de golven voor de Copacabana vielen dinsdag, in de belangrijkste race van zijn leven, alle stukjes in elkaar. De ontelbare uren in het zwembad in Eindhoven, de krachttrainingen, trainingskampen, de lange reizen langs zwemmarathons in de hele wereld.

Het zelfgemaakte finishbord gaf mogelijk zelfs de doorslag, denkt Weertman. Na een bloedstollend spannende slotfase maakte hij het uiterst koelbloedig af, tikte na bijna 1 uur en 53 minuten zwemmen een fractie eerder aan dan de Griek Spiros Gianottis, die genoegen moest nemen met het zilver. „De finish is het belangrijkste van de race, dat moet goed gaan”, zei de uitgelaten Weertman. En Wouda: „We hebben alles geoefend, en het viel allemaal op zijn plek.”

Weertman, die vanaf het strand werd gadegeslagen door zijn vriendin Ranomi Kromowidjojo, maakte vrijwel geen fout in zijn lange race. In de laatste honderden meters voor het einde probeerde hij een gat te slaan naar de concurrentie, met name Gianottis, de Amerikaan Jordan Wilimovsky en de Fransman Marc-Antoine Olivier. „Ik had eindelijk een gaatje, en dan hoop je het net zo mooi te af te kunnen maken als Sharon een dag eerder, helemaal alleen naar de finish. Maar toen tikte Jordan mij op mijn voeten.”

Ineens lag Weertman niet meer in leidende positie, maar stoof een zestal ontketende sprinters, na bijna twee uur zwemmen, in een wolk van opspattend water gezamenlijk op de finish af. „Als je met zijn zessen naast elkaar ligt wordt het een heel andere race”, zei Weertman. „Dan ben je ineens niet meer zeker van een medaille en kun je ook zomaar zesde worden. Dan moet je de rust bewaren, in de voorste rij blijven, maar ook niet te veel energie verspillen. Toen Gianottis naar voren ging wist ik dat ik mee moest. Toen heb ik alles eruit gegooid, en dat was genoeg. Onbeschrijfelijk.”

Het duurde nog even voordat Weertman echt zeker was van zijn olympische titel omdat het scorebord aanvankelijk de Griek als winnaar aangaf, ook al was de hand van Weertman duidelijk als eerste op finishbord beland. Weertman had net zijn beste vriend uit Nederland aan de telefoon toen de jury hem eindelijk aanwees als olympisch kampioen. Het nieuws kwam dus uit Nederland. „Toen drong het pas tot mij door: goud. Ik kan het nog steeds niet geloven. Het Wilhelmus, gebeld worden door premier Rutte, mijn ouders hier. Onbeschrijfelijk.”