De val van een turnkunstenaar

Rekstok Geen goud voor Epke Zonderland. De monumentale turner greep mis en viel. De trieste afsluiting van een jaar vol tegenslagen.

Epke Zonderland grijpt mis tijdens de toestelfinale turnen op de Olympische Spelen van Rio. ANP ROBIN UTRECHT

Epke valt, Epke wint en Epke valt opnieuw. Zijn olympische carrière kort samengevat. Epke Zonderland, de turner die kan vliegen, viel dinsdag op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro bij de toestelfinales van de rekstok. Geen tweede goud, maar een frustrerende zevende plaats. Daarvoor was Epke Zonderland niet naar Brazilië gekomen.

Zijn val – hij greep mis bij het vluchtelement Kovacs – past in het beeld van een rampzalig jaar. Nadat de rekspecialist in augustus tijdens een training aan een val op zijn hoofd een hersenschudding had opgelopen, volgde de opeenstapeling van tegenslagen. Na twee operaties aan ontstoken bijholten kampte hij in Rio de Janeiro met een vingerblessure.

De wanhoop op zijn gezicht

Waar Zonderland in aanloop naar de Spelen van Londen in alle rust aan een hoogwaardige oefening kon werken, stapelden richting Rio de Janeiro de tegenslagen op. Eenmaal in de Britse hoofdstad, vier jaar terug, zat de oefening er ingeramd en stroomde Zonderland over van zelfvertrouwen.

In Rio de Janeiro was alles anders. Daar moest routine Zonderland door de toestelfinale slepen. Die basis bleek dinsdag te wankel. Na zijn val was de wanhoop van zijn gezicht te scheppen. Had hij zich zo terug geknokt van alle tegenslagen en dan is het resultaat nul, althans zo voelt de turner dat. Het goud ging naar de Duitser Fabian Hambüchen met een puike oefening en een score van 15.766 punten. Zonderland moest het doen met 14.033 punten.

Het begon bij Zonderland

Wat rest is de Zonderlands nalatenschap. Bij hem begon het. De internationale opmars van de Nederlandse turners. Zonderland leerde hen onbegrensd denken. Hij wenste zich niet aan de gezapige nationale turncultuur te conformeren.

Zonderland, de kunstenaar aan de rekstok, leerde zijn landgenoten dat de mooiste prijzen buiten de Nederlandse zalen te winnen zijn. Het bewijs leverde hij met de Europese en de wereldtitel, maar vooral in 2012 met olympisch goud, de medaille die hem eeuwige roem bracht en zijn financiële kredieten omhoog stuwde.

Angstvrij turnen

Het begon in de tuin van zijn ouderlijk huis in Lemmer. Als jongste van het gezin Zonderland testte Epke risicovolle oefeningen. Zijn oudere broers Johan en Herre, iets minder getalenteerd, lieten het kleintje moeilijke oefeningen voordoen. Zijn buigzame lichaam herstelde sneller van een eventuele val en de broers konden altijd nog ingrijpen als het fout dreigde te gaan, redeneerden zij.

Zo leerde Epke angstenvrij te turnen. Een vluchtelement aan de rekstok waarbij hij geen oriëntatiepunt heeft? Voor Epke geen probleem. Hij vertrouwt op zijn ervaring, zijn instinct en de wetenschap dat hij de stok na een ingewikkeld rotatie altijd weer tegenkomt. De onbevreesde Epke introduceerde op de Spelen in Londen de triple, de combinatie van drie vluchtelementen aan rek, een kunststukje waaraan geen turner zich durfde te wagen. Veel te link. Maar niet voor Epke.

Groot denken

De Nederlandse turnsport is Epke veel dank verschuldigd. Dankzij hem werd de turnbond gedwongen groot te denken en dankzij hem kwam de Britse turncoach Mitch Fenner naar Nederland. Als kenner, liefhebber en turncommentator van de BBC werd hij getriggerd door Epkes spectaculaire manier van turnen.

Na het ontslag van bondscoach Gerard Speerstra in 2010, tot die tijd ook Zonderlands persoonlijke trainer, hoefde Fenner niet lang na te denken over de vraag van de Nederlandse bond of hij als adviseur van diens nieuwe, maar onervaren coach Daniel Knibbeler wilde dienstdoen. Fenner dacht, gelijk Zonderland, in het groot.

De volgende grote stap

Zonderlands omslag in denken bracht technisch directeur Hans Gootjes van de turnbond tot het inzicht om Fenner tot bondscoach te benoemen. Aan zijn hand zou de volgende, grote stap gezet kunnen worden. En dat geschiedde, want Fenner maakte een eind aan de stammenstrijd in de turnwereld en kreeg alle turners zover dat ze gezamenlijk als team aan een olympische kwalificatie wilden werken.

Fenner, met Zonderland als geestverwant, maakte die zichzelf gestelde onmogelijk geachte opdracht waar. Nederland voor het eerst met een mannenteam naar de Spelen, een regelrechte stunt. Een volgende barrière was geslecht. Prettig neveneffect voor Zonderland: hij hoefde zich niet de sportieve of juridische strijd aan te gaan voor een derde olympisch optreden. Hij kon zich in alle rust voorbereiden. Alleen werd zijn huiswerk ernstig verstoord door allerlei ongemak. Fenner maakte de olympisch doorbraak van de Nederlandse turners niet mee. Een maand voor de Olympisch Spelen overleed hij aan darmkanker.

Hij gaat nu zijn carrière afbouwen

In Rio voelde Zonderland zich niet de grondlegger van de Nederlands opmars. Dat besef komt later. Dinsdag verbeet hij de pijn van een desastreuze toestelfinale. Zijn laatste, want de dertigjarige Zonderland gaat zijn carrière afbouwen. Volgend jaar nog de WK in Montreal en daarna stopt hij alle energie in zijn studie geneeskunde. Maar Nederland zal hem herinneren als een monumentale turner.