De straat als leerschool

Mime Toeristen willen met haar op de foto, kinderen willen met haar dansen. Een dag uit het leven van een levend standbeeld.

©

Vier uur per dag staat ze met haar ogen dicht op de Dam in Amsterdam. Als levend standbeeld, op een krukje, in een lange gouden jurk met laagjes. Haar nek, armen en handen zijn goud geschminkt. Haar gezicht ook, de jukbeenderen glimmen. Als een toeschouwer een muntje laat vallen in de spaarpot op de grond gaan haar ogen open. Donkere pupillen, lange wimpers, veel oogwit en getuite lippen. Haar hand gaat langzaam naar haar mond, vanuit haar heupen buigt ze naar voren. Estefania Quino (28) beweegt sierlijk, als een danseres. Haar mimiek in combinatie met de laagjes van haar jurk en haar presentatie doen denken aan een ouderwetse pop.

Vijf dagen per week – als het niet regent – fietst ze van haar huis in Amsterdam-Noord naar de Dam. Ze draagt een zwarte broek, een T-shirt en goudgespoten gympen van All Stars. Vastgezet onder de snelbinders van haar bagagedrager zitten een leren rugzak en een krukje. Ze kleedt zich om onder de bogen van het paleis. Haar haren strak naar achter, gebonden in een knot. Eerst de gouden make-up, blauwpaarse oogschaduw en zwarte eyeliner, dan de pruik en de kleding. Op de traptrede voor haar eten mensen een ijsje. Een familie pakt de Happy Meals uit het bruine tasje, een man zit te bellen. Ze zitten met de rug naar haar toegekeerd en hebben niet door dat Quino in zo’n twintig minuten van een Mexicaans meisje met een lange paardenstaart is omgetoverd in een blinkend poppetje. Als een man omkijkt op het moment dat zij haar topje aantrekt, waardoor haar blote buik te zien is, zwaait ze en lacht naar hem.

Als laatste gaan de gouden handschoenen aan en de hoed op. De flaphoed draagt ze in de zomer: deze houdt haar gezicht uit de zon, anders gaat de make-up uitlopen. Ze neemt een slok water en loopt met haar spullen het plein op. Midden op de Dam zet ze haar tas onder de kruk, bedekt het geheel met een stukje gouden stof en klimt erop. Voordat ze een van haar statische poses aanneemt, voert ze een korte act op om de aandacht te krijgen. „Aandacht betekent geld in de spaarpot”, zegt ze.

Reageren op het weer

Toeristen willen met haar op de foto. Kinderen willen met haar dansen. Het weer is onderdeel van haar „performance”: ze reageert op een windvlaag, slaat haar hand voor haar mond als het begint te miezeren. Bij flinke regendruppels stopt ze en als de zon te fel is, begint ze later. In principe is haar schema zo: vijf dagen per week werkt ze van drie tot zeven. Meestal neemt ze twee keer een korte pauze. Dan drinkt ze water en eet ze wat nootjes. Niet te lang, haar lichaam heeft rustmomenten nodig, maar zodra ze hersteld is wil ze snel weer in positie gaan staan. Soms vergeet ze pauze te nemen, maar dat heeft consequenties: een stijve nek, kramp in haar arm, een gespannen schouder.

Een jaar woont ze nu in Nederland, oorspronkelijk komt ze uit Mexico-Stad. Daar groeide ze op in een gezin met een vier jaar oudere zus. Na de middelbare school ging ze naar de toneelschool in het Mexicaanse Veracruz. In 2012 behaalde ze haar diploma en aansluitend werkte ze even als theaterdocent voor kinderen. Ze kwam naar Europa met haar vriend, „eigenlijk zomaar”, zegt ze, samen wilden ze op avontuur. Eerst naar zijn land, Italië. Ze sprak de taal niet en dacht: met mijn mime-kunsten kan ik misschien geld verdienen. Een vriend uit Mexico was zo heel Latijns-Amerika doorgereisd. „Dat wilde ik ook. Improvisatie, beweging, expressie: het paste bij mijn opleiding.” Ze maakte een eenvoudige jurk en probeerde het uit op een plein in Bergamo. Het werkte: zonder een woord te zeggen lieten mensen centjes vallen in het bakje op de grond.

Maar veel was het niet en de witte klassieke jurk bleek geen handige keuze: snel vies. „Toen keek ik naar mijn huidskleur en dacht: het moet goud zijn.” De eerste dag was ze extreem zenuwachtig. Ze had zich omgekleed in een openbaar toilet. Ze herinnert zich dat de tijd heel snel ging, die eerste keer. Ze had urenlang in maar één pose gestaan. „Het was een vreemde sensatie”, zegt ze. „Alsof de tijd had stilgestaan.” Ze verdiende die dag vijftig euro.

Haar outfit ontwikkelde zich, en haar houdingen ook. Ze liet zich inspireren door sculpturen en vormen uit Venetië. Klassieke beelden. Met haar act reisde ze Italië door en leerde ondertussen het land kennen. Ze stond in het park bij de toren van Pisa, bij het Uffizi (kunstmuseum) in Florence, het Domplein in Milaan en binnen de oude stadsmuren van Bergamo.

Na twee jaar wilde ze – samen met haar man, met wie ze in 2013 trouwde – naar een andere stad. Er was geen specifieke reden om voor Amsterdam te kiezen. Op plaatjes vond ze het een mooie plaats, mysterieus ook wel. De bouwstijl sprak haar aan. En een mooi contrast met de street art. Dit leek haar een stad die verschillende kunstvormen omarmt.

Op de Dam is het chaotisch, fun, er is veel energie, zegt ze. Meer dan op het Museumplein, waar ze ook wel eens staat, toen de Dam tijdens de twee weken durende GayPride een aantal dagen was afgesloten bijvoorbeeld. Op het Museumplein en in de fietstunnel onder het Rijksmuseum is de sfeer trager, „people take it easy”. En dat kost haar juist meer concentratie.

Ze heeft tien basisposes die ze afwisselt. In haar hoofd werkt dat zo: ze beeldt zich een schilderij in wat ze kent en die houding doet ze na met haar lijf. Als ze het geluid van geld hoort, maakt ze oogcontact. „Daar schrikken de mensen van”, zegt ze. Dat is precies de bedoeling: het zorgt voor commotie, een reactie, geluid. „En dat trekt nieuwe kijkers aan.”

Aanraken

Het is niet de bedoeling dat mensen haar aanraken, zegt ze. Maar het hoort bij haar werk. Meestal zijn het tieners of jonge kinderen. Dan past ze haar pose aan, maar de ogen blijven dicht. In Amsterdam is er meer respect voor haar werk dan in Italië, merkt ze. In Italië werd dit niet gezien als een volwaardige, respectabele baan. Levend standbeeld zijn was er iets voor zwervers, voor mensen van de straat. In Amsterdam is dat anders, de mensen hebben die associatie niet en haar vrienden hier hebben er geen negatief oordeel over. Haar man komt soms kijken voordat hij begint met werken. Hij is kok in een Italiaans restaurant. Van hem wil ze feedback. „Dat doet hij met plezier, maar het is ook pittig voor hem, want ik ben moeilijk te overtuigen.”

Dronken toeristen zijn er ook op de Dam. „Ik stop al mijn energie erin om hun aandacht te trekken. Vaak vinden ze me freaky, vreemd en mysterieus. Daar maak ik gebruik van. Voor hun zweef ik tussen een droom en de realiteit in, zo stel ik het me voor. Als ik van een van de dronken mensen in de groep de aandacht heb, sla ik mijn slag. Die pak ik in. Vind het geen vervelende mensen hoor, het hoort bij dit werk.”

Ze kijkt op de klok hoe lang ze al op dezelfde plek staat, want de gemeente Amsterdam heeft regels. Maximaal een half uur op één plek. Daarna moet ze zich minimaal honderd meter verplaatsen. Als straatartiest heeft ze geen vergunning nodig, dat is pas aan de orde als je optreedt met meer dan zes personen of als je wilt spelen met een versterker, een draaiorgel of slaginstrumenten. Wijkagenten houden straatartiesten in de gaten. Problemen heeft ze nooit gehad, een boete (180 euro) ook niet. „De relatie met de politie is prima. Als je net iets te lang staat, tikken ze je aan. Een waarschuwing, je krijgt niet gelijk een boete.”

Haar werk vereist discipline, zegt ze. „Ik ben altijd alleen. Ik moet mezelf motiveren en gefocust blijven.” Als ze klaar is, neemt ze bewust de tijd om te ontladen: vijf minuten in- en uitademen, mediteren en stretchen. Om in conditie te blijven, rent ze twee of drie keer per week hard. Dat is goed voor haar uithoudingsvermogen.

Ze wil vijf jaar in Nederland blijven. De taal leren en ook haar Engels verbeteren. Uiteindelijk wil ze in een theater werken, achter de schermen of op de planken. „De straat is een grote leerschool. Ik leer te anticiperen op mensen. Bovendien is het hard en confronterend: als mensen me niet leuk vinden, lopen ze weg.” Per dag verdient ze vijftig tot honderd euro. Geven mensen wel eens iets anders dan geld? Een telefoonnummer bijvoorbeeld – wordt ze mee uitgevraagd? „Een keer heeft iemand gevraagd of ik met hem koffie wilde drinken. Soms geven mensen een flesje water. Dat neem ik netjes aan, maar daarna zet ik het op de grond, want water van vreemden vertrouw ik niet.”