De aluminiumfabriek aan het front draait door

Donetsk

De granaten slaan geregeld in, de productie draait met verlies. Toch blijft de fabriek voor aluminium profielen in Donetsk in Oekraïne open. „Ik kan de mensen hier niet met lege handen achterlaten.”

Foto’s Konstantin Salomatin

Ze waren er vroeger ook, en ook toen werd er goed voor ze gezorgd. Maar sinds het uitbreken van de oorlog in oost-Oekraïne (2014) hebben de zwerfhonden van de aluminiumfabriek van Donetsk een bijzondere plek veroverd in de harten van de werknemers.

Volgens sommige arbeiders hebben de honden een zesde zintuig. Volgens anderen ligt het aan hun gevoelige gehoor. Maar feit is, zo stellen ze op de ‘Fabriek voor aluminium profielen’, dat de honden blaffen voordat de granaten inslaan. „Natuurlijk hebben ze allemaal een naam”, zegt Tatjana Lebedenko, op de voet gevolgd door een ruwharige kruising met een melancholieke oogopslag. „En nee, Jasja gaat niet met u mee naar Moskou.”

170816ECO_donetsk_IG80

De plaatsvervangend directeur kwaliteitszorg – witte bouwhelm boven een vrolijke zomerjurk – geeft een rondleiding over het fabriekscomplex. Overal zijn de inslagen van de granaten te zien. En overal heeft de directie van de fabriek maatregelen getroffen. Zoals in deze hal, waar in de nacht van 8 augustus twee mortiergranaten door het dak sloegen. Tatjana Lebedenko wijst: „Na de eerste klap rende iedereen dáárheen, naar de schuilkelder. Te ver, zo realiseerde ik me.” Sindsdien staat er een geïmproviseerde schuilplaats in de hal, betonnen platen, versterkt met zandzakken. Mede dankzij dit soort geïmproviseerde bunkers is het aantal slachtoffers beperkt gebleven. Een medewerkster kreeg een granaatscherf in haar hoofd. Haar plastic helm heeft haar waarschijnlijk het leven gered, vertelt Lebedenko.

Het personeel is gelaten

De aluminiumfabriek in Donetsk had altijd een goede reputatie. Het nieuwe stadion van voetbalclub Sjachtar werd gebouwd met de profielen die de fabriek maakte. De nieuwe luchthaven van Donetsk, aangelegd voor het EK voetbal in 2012, werd er grotendeels uit opgetrokken. Vier jaar later is het vliegveld van Donetsk volledig verwoest.

1708ECOalu2

Na de Majdan-opstand in 2014 kwamen pro-Russische separatisten in opstand tegen de nieuwe regering in Kiev. Na een jaar van felle gevechten tekenden de rebellen in Minsk een vredesakkoord met de Oekraïense regering. Maar ondanks het bestand wordt er nog elke dag geschoten. Vanaf dit fabrieksterrein zijn de Oekraïense linies niet ver weg. Ruim veertig keer is het fabriekscomplex aan de Chimikov-straat geraakt. Maar terwijl een groot deel van de bedrijven in Donetsk heeft moeten sluiten, draait de aluminiumfabriek door. „Alleen de eerste inslag is altijd even angstig”, zegt Tatjana Lebedenko. Alleen in de zomer van 2014, toen het conflict in de Donbas in volle hevigheid losbarstte, ging de fabriek voor een paar weken dicht. In september was het complex al weer in bedrijf. Tijdens de ergste beschietingen zaten de dames van de boekhouding met een helm op achter hun pc, vertelt financieel directeur Jelena Vlasenko. De onderlinge solidariteit was groot. „En er was een groot geloof.”

1708ECOalu3

Het openhouden van de fabriek is geen sinecure. Door de oorlog kreeg de regionale economie zware klappen. In 2013 was de Donbas, met zijn kolenmijnen en zware industrie, nog goed voor 16 procent van het Oekraïense bbp. Het jaar daarop liep de industriële productie in de regio Donetsk terug met 31,5 procent en in Loegansk met 42 procent. Het is de belangrijkste oorzaak voor de forse krimp van de Oekraïense economie (7 procent in 2014, 12 procent in 2015).

Begin 2015 kondigde de regering een economische boycot af tegen de opstandige gebieden in de Donbas. Pensioenen worden niet betaald, overheidsinstellingen in de zogeheten Volksrepublieken Donetsk en Loegansk krijgen geen geld meer. Oekraïense bedrijven mogen geen zaken doen in de Donbas. „Wij zullen banen hebben, zij niet”, zei president Porosjenko.

„Dat is de manier waarop we deze oorlog zullen winnen.”

1708ECOalu

De blokkade heeft een krater geslagen in de afzet. In 2013 werd 6300 ton profielen geproduceerd. In 2014, het eerste oorlogsjaar, daalde dat tot 2600 ton. Vorig jaar kwam slechts 525 ton van de productielijn. Vlasenko heeft „alles” gedaan om de boycot te omzeilen, tot nu toe tevergeefs. De fabriek draait door, maar met verlies, zegt ze – vooral in het belang van de circa 350 werknemers. „Ik kan de mensen hier niet met lege handen achterlaten.” Ze zoekt nieuwe markten, vooral in Rusland, waarvan de fabriek zijn grondstoffen betrekt. De concurrentie is groot. Rusland heeft de opstandige gebieden niet erkend, een rechtsgeldig contract sluiten is daarom moeilijk. Niet iedereen is altijd even stipt met betalen. Vlasenko improviseert.

„Er zijn dagen dat ik het niet meer zie zitten. Maar ’s ochtends, als ik ben opgestaan, heb ik toch weer een oplossing bedacht.”

De ergste crisis lijkt achter de rug. In de eerste helft van 2016 produceerde de fabriek bijna net zoveel als in heel 2015.

De meeste werknemers geven Kiev de schuld van hun ellende. Vlasenko laat op haar computer een toespraak van Porosjenko zien: „Onze kinderen zullen naar school gaan. Hún kinderen zullen in de schuilkelder zitten.” Zij kan zich een toekomst mét Oekraïne niet meer voorstellen – net als de meeste lokale bewoners richt ze zich op de nieuwe ‘staat’, de ‘Volksrepubliek’ Donetsk. „Zelfs als ik nu ineens weer zou kunnen leveren aan Oekraïne weet ik niet welke motieven de doorslag zouden geven”, zegt Vlasenko. „Economische of politieke.”