Arnon Grunberg werkt veertien dagen in slachthuizen. „Kermis vind ik vreselijk”, zegt Bob Bakker, eigenaar van Abattoir Noord-Holland tijdens de koffiepauze. „Griekenland is ook mooi, ga ik liever daarheen.”

Schrijver Arnon Grunberg werkt deze zomer in slachthuizen

6/14

‘Weet je wat zielig is? De Oostvaarders­plassen’

Arnon Grunberg

„Kermis vind ik vreselijk”, zegt Bob Bakker, eigenaar van Abattoir Noord-Holland tijdens de koffiepauze. „Griekenland is ook mooi, ga ik liever daarheen.”

Beneden zijn twee stieren geslacht. Ik mocht alles zien, maar de dood van de stieren niet. „Die stieren waren wakker”, zegt Bob. „Als zo’n stier je te pakken neemt, dan molt-ie je. Wij weten wat we moeten doen, maar jij staat daar met je opschrijfboekje. Ik zeg: liever een bangerik dan een dooierik.”

Dat weet ik van het leger. Je hebt iemand nodig die je beschermt als je zelf niet vecht of doodt. Bob zal me beschermen tegen de moordenaar die stier heet. En je identificeert je met degene met wie je meeloopt. Onder psychiaters word ik psychiater, onder slachters word ik slachter. Had ik met varkens in een hok gezeten was ik varken geworden.

De ontmenselijking van de ander, het tot ding maken van de ander, is een groepsproces. Hadden de varkens zich ook met mij geïdentificeerd?

„Een varken vreet alles”, zegt Bob. „Daarom moet je speeltjes in de varkensstal ophangen, anders vreten ze elkaar op uit pure verveling. Een boer had een hartinfarct in de varkensstal. Toen ze hem vonden waren zijn neus, zijn vingers en zijn oren opgegeten.”

„En lammeren?”, informeer ik.

„Rammen vechten om uit te maken wie de baas is. De kleinste wint meestal. Die kan beter bij het neusbot van de andere ram, dat duwt-ie naar binnen, schiet het naar de hersenen, is de andere ram dood, heeft-ie gewonnen.”

We gaan weer naar beneden.

„Sommigen mensen vinden slachten zielig”, zegt Bob. „Weet je wat zielig is? De Oostvaardersplassen. Daar lopen koeien, herten en schapen, zogenaamd in het wild, terwijl er niet genoeg plek voor ze is.”

De kou van de koelkamers waar het karkas wordt uitgebeend voelt akelig aan vergeleken met de warmte van het slachthuis.

Iemand vroeg mij: „Wat doen al die projecten met je?” Het korte antwoord luidt: steeds meer ben ik tot vrijwel alles bereid.

Als vegetariër kom ik niet uit het slachthuis, maar ik twijfel of er een wezenlijk moreel verschil bestaat tussen het doden van een dier en het doden van een mens.

De socioloog Goudsblom schreef: „Moraal is macht uitoefenen zonder van macht te reppen.” Ik zou nu zeggen: moraal is al veelal een verbaal antidepressivum, een verhaal dat mensen elkaar vertellen om zich beter bij te voelen.

Lees ook het interview met Grunberg over deze serie: ‘Ik wil de dood in het gezicht zien’