‘Vluchtelingen hebben niemand die het voor ze opneemt’

Vluchtelingenrecht Het beste migratiesysteem, zegt de Canadese hoogleraar James Hathaway, bestaat al. “Alleen hebben we het niet door.”

Nabij de voormalige internationale luchthaven van Athene hebben migranten een tijdelijk kamp gebouwd. Foto Angelos Tzortzinis/AFP

Steeds meer Europeanen zeggen: weg met het VN-vluchtelingenverdrag. Dat stamt uit 1951, zeggen zij, en is compleet verouderd. Nu zovelen asiel in Europa zoeken, kun je niet iedereen netjes opvangen. Het wordt tijd om een ander systeem te bedenken.

Leg dit James Hathaway voor en hij schudt zijn hoofd. „Er is juist geen beter systeem dan dat verdrag uit 1951”, zegt hij. Hathaway is hoogleraar internationaal vluchtelingenrecht aan de universiteit van Michigan in Chicago. Mondiaal is hij een van dé autoriteiten op dit gebied.

„Europa voert het verdrag niet goed uit. Daarom loopt alles spaak. We moeten het verdrag niet afwijzen, maar beter lezen. Als de Europeanen het naar de letter hadden uitgevoerd, was er nu geen vluchtelingenprobleem in Europa.”

Hathaway, een Canadees, was deze zomer voor een conferentie in Wenen, georganiseerd door het Europese agentschap voor burgerrechten. Hij zei dat de wereld er een potje van maakt.

1608BUI_hathaway_inzet

„Bijna elk land probeert vluchtelingen te weren. Dus komen ze via smokkelaars. Vervolgens sluiten we hen op in kampen. Veel vluchtelingen zitten daar jaren. Ze werken niet, ontplooien zich niet, leveren geen nuttige bijdragen aan het land waar ze zich bevinden. Dat is slecht voor de vluchteling en slecht voor het land. Iedereen zegt dat we een beter systeem nodig hebben. Maar we hébben dat goede systeem allang, we hebben het alleen niet door!”

U zegt: dat staat in het verdrag.

„Ja. Velen denken dat in het verdrag staat dat vluchtelingen alleen maar rechten hebben en staten alleen maar plichten. Dat is een sprookje. Lees het verdrag eens! Je zult zien, het begint met een plicht: de plicht van de vluchteling om de wetten van het land waarin hij zich bevindt, na te leven. De volgende plicht die hij heeft, is om de staat niet tot last te zijn. En zo gaat het verder. Het vluchtelingenverdrag is een compromis tussen vluchtelingen en staten. Beiden hebben rechten en plichten. Er zit een balans in. Het probleem in Europa is dat sommige van die rechten en plichten wel worden nageleefd, andere niet. De balans is weg.”

De vluchteling is de staat wél tot last.

„Exact. Als je er anderhalf jaar over doet om te bepalen of iemand een Syriër is of niet, en hem al die tijd verbiedt te werken, maak je hem langdurig afhankelijk. Velen denken: ‘ontvangstcentra’ bestaan omdat vluchtelingen recht hebben op toegang. Maar dat recht hebben ze helemaal niet! Volgens het verdrag hebben ze het recht ‘niet geweerd te worden’. Iets heel anders. Het betekent dat je als vluchteling binnen mag als je bij een land aanklopt, maar dat land mag jou doorsturen naar een ander land, op voorwaarde dat dit land óók het vluchtelingenverdrag heeft getekend en uitvoert. Als jij als Syriër op Schiphol aankomt, mogen ze je doorsturen naar, ik noem maar wat, de Filippijnen of Jamaica. Wat er nu gebeurt in Europa, heeft weinig meer met die oorspronkelijke afspraak te maken.”

Geografie speelt geen rol bij de vraag wáár vluchteling uiteindelijk terechtkomt?

„Het kan niet zo zijn dat één of twee staten de hele last dragen. Een vluchteling heeft volgens het verdrag geen recht om te bepalen waar hij terechtkomt. Hij heeft alleen recht op protectie. Wáár, dat staat er niet bij. Migratie is een manier om je in leven te houden, je te beschermen. Meer niet. Vergelijk het met een medicijnenstudent die stage moet doen. Hij vult zes ziekenhuizen in waar hij het liefst naartoe wil. Iemand anders beslist waar hij terecht komt. Logisch: het moet een goede match zijn voor beide partijen. Zo is het met vluchtelingen en gastlanden ook.”

Daar matcht het niet. Wat ging er mis?

„Dat is de hamvraag. Het is onzin om te zeggen ‘Het is een chaos, het verdrag werkt niet, weg met het verdrag’. Het ging mis met de solidariteit van staten. Die is essentieel. Je moet je deuren openhouden voor vluchtelingen. Maar dat kan alleen als je het gros kan doorsturen. Dat mechanisme werkt niet. Daardoor vrezen staten dat ze een openluchtkamp worden en gaan ze mensen weren. In een aantal Europese landen gaat alle energie en geld in afweer zitten, in plaats van in een systeem waar vluchtelingen en landen zélf baat bij hebben. Het gevolg is, helaas, dat protectie een wassen neus is geworden.”

U zegt: staten moeten meer solidair zijn. Maar kijk naar Hongarije of Polen, solidariteit is toch een illusie?

„Nee. We hebben het heel lang wél goed gedaan. Ooit liep het systeem gesmeerd.”

Wanneer dan?

„Drie voorbeelden. In de jaren 30 had je het Nansen-comité van de Volkenbond [voorloper VN]. Dat liep als een uurwerk. Het gaf speciale paspoorten uit en transporteerde vluchtelingen over de wereld. Na WO II gebeurde het weer. Europa lag in puin en kon de vluchtelingen niet aan. Andere landen zeiden: we helpen jullie. De International Refugee Organization (IRO) voer vluchtelingen met cruiseschepen naar Amerika, Canada, Afrika, overal. De derde keer deden we het met Vietnamese bootvluchtelingen. Die arriveerden in Aziatische buurlanden en werden snel over de wereld verspreid zodat die buurlanden hun deuren open konden houden. Kortom, solidariteit kan prima functioneren. We hebben het eerder gedaan!”

De Europese Commissie probeert dit systeem weer tot leven te wekken.

„Vorig najaar stelde Commissievoorzitter Juncker voor vluchtelingen over Europa te verdelen. Intussen zegt hij: landen mogen hun aandeel ook afkopen. Hij maakt een lachertje van het verdrag.”

Maar EU-landen werkten niet mee.

„Staten denken aan zichzelf. Er is geen hogere autoriteit die zegt: dit zijn de regels, zo moet het. Zoals de WTO in Genève de regels van de wereldhandel bewaakt, en zonodig ingrijpt. Dat hebben we niet voor het vluchtelingenverdrag.”

Daar is UNHCR toch voor?

UNHCR zorgt meer voor dekens en tenten dan voor protectie. Ze zijn meer het Rode Kruis dan de WTO, helaas. Ze hebben geen enkele autoriteit. Ik heb twintig jaar geleden met een Indiase collega geprobeerd die solidariteit tussen staten op te krikken. De vraag was precies waar wij nu over praten: hoe kunnen we vluchtelingen weer over de wereld transporteren, zoals toen? Eerst brainstormden we met een paar landen. Nederland zat erbij, Noorwegen, Tanzania, en nog een paar. Toen lieten we juristen en sociale wetenschappers voorwaarden uitwerken. Erna haalden we ngo’s en andere regeringen erbij, en later internationale organisaties als de VN. Op het laatst hadden we tachtig landen zover, dat ze meededen.”

En toen?

„Toen hielp UNHCR het om zeep. Ze durfden niet. Dit was onder de Japanse baas, Ogata. Wij hadden bedacht: we hebben een organisatie nodig die het mondiale systeem beheert. Die de screening van vluchtelingen doet, die tegen landen zegt dat ze die of die wet moeten aanpassen, die het hele distributiecircus regelt. Ogata deinsde terug. Het zou UNHCR tot een machtige organisatie maken. Lidstaten die contributie betalen aan UNHCR, zouden kunnen zeggen: ‘Als je mij kritiseert, draai ik de geldkraan dicht.’ Ogata was bang voor politieke druk en durfde het risico niet aan. Dekens uitdelen is simpeler dan het woord ‘refoulement’ in de mond te nemen als Hongarije een muur neerzet en vluchtelingen terugstuurt.

‘Refoulement’ betekent dat je iemand terugstuurt naar een onveilig land?

„Ja, dat schendt het verdrag. Als UNHCR daar niets van zegt, wie dan? Vluchtelingen hebben niemand die het voor ze opneemt. Dat is tragisch. Ik heb honderden mensen van UNHCR getraind. Velen zeggen dat ze dit verschrikkelijk vinden.”

Staten zijn ook slechter af. Het is chaos.

„Precies. Het is te gek voor woorden dat Europese landen de NAVO inschakelen om smokkelaars te tackelen. Laat vluchtelingen toe, hou sommigen zelf, stuur de rest door – dan heeft niemand meer smokkelaars nodig! Hoe sneller het gebeurt, hoe beter het is voor iedereen. Sterker, je kunt vluchtelingen die je in je land houdt, snel laten werken en laten bijdragen aan ’s lands economie.”

Wat vindt u van de deal met Turkije?

„In principe goed: staten moeten elkaar helpen. Maar Turkije schendt het vluchtelingenverdrag. Dat maakt de deal bezwaarlijk. Alweer: er is geen autoriteit die zegt: Turkije, jullie hebben een maand om je wet aan te passen.”

Duitsland probeert, met de Commissie.

„Zij doen het werk dat UNHCR zou moeten doen. Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt in dit verhaal, is de wereld een stuk beter af. Niet alleen vluchtelingen, maar juist ook landen als Duitsland of Nederland.”