Straks koop je de olympische medailles

Opinie Steeds meer olympiërs komen uit voor een land waarin ze niet geboren werden. Rekruteren de rijkste landen straks al het talent? Het IOC kan er weinig aan doen, voorspelt Gijsbert Oonk.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Veel media maken van de Olympische Spelen vooral een nationale gebeurtenis. ‘We’ volgen de Nederlandse teams en sporters. We zijn minder geïnteresseerd in de successen van bijvoorbeeld Ethiopië, China of Zimbabwe. Maar de Nederlandse hardloopster Sifan Hassan is geboren in Ethiopië. ‘Onze’ tafeltennissters Li Jiao en Li Jie zijn geboren in China, triatlete Rachel Klamer is geboren in Zimbabwe en in het herenhockeyteam vinden we de in België geboren Sander Baart en de in Argentinië geboren Valentin Verga.

Ruim zes procent (vijftien sporters) van de 242 Nederlandse atleten in Rio is niet in Nederland geboren. Ongeveer de helft daarvan had geen enkele relatie met Nederland, behalve dat ze (sinds kort) voor ons land mogen uitkomen door specifieke naturalisatieregelingen. Nederland is daarmee een gemiddeld Noordwest-Europees land op de Olympische Spelen. Koloniale geschiedenis speelt hierbij vaak een rol. Zo is het vanzelfsprekend dat de in Willemstad geboren Churandy Martina voor Nederland uitkomt. Ook de recente vluchtelingencrises brengt getalenteerde sporters naar Nederland. Sifan Hassan is hier een voorbeeld van.

Andere landen hebben geen koloniaal verleden of vluchtelingen. Zij proberen zich te versterken door het ‘importeren’ van talent. Het oliestaatje Qatar stuurde 38 atleten naar Rio, hiervan hadden er 19 geen relatie met Qatar. Zij zijn recentelijk genaturaliseerd. Dat is niet zo gek, als je bedenkt dat negentig (!) procent van de werkende bevolking in Qatar uit migranten bestaat. Dus dat ook sporters actief worden aangetrokken is vanzelfsprekend. Vooral het Qatarese handbalteam spreekt in dit verband tot de verbeelding. Slechts drie handballers uit dat team zijn in Qatar geboren. De meeste spelers die uitkomen voor Qatar komen uit de Balkan (vijf), daarna volgt Syrië (twee) en er is een Spanjaard en een Fransman. Ze wonnen hun eerste wedstrijd met 30-23 tegen het gerenommeerde Kroatië en lijken ook een kans te maken op een medaille.

Vier jaar geleden deed Azerbajdzjan van zich spreken. Ongeveer de helft van de vijftig Azerbajdzjaanse atleten was er niet geboren.

Landen als Qatar en Azerbajdzjan trekken dus atleten aan, terwijl landen als Kenia, Brazilië en China juist atleten exporteren. Ben je een goede tafeltennispeelster in China en niet goed genoeg voor het nationale team, dan kan je via Nederland of bijvoorbeeld Qatar ook meedoen aan de Olympische Spelen. Ben je een goede marathonloper in Kenia, maar niet de beste, dan zijn er talloze landen die het mogelijk maken om voor die landen uit te komen. In toenemende mate spelen economische motieven een rol bij de keuze voor welk land iemand wil uitkomen.

Sport, natie en identiteit lopen steeds meer door elkaar in een voortschrijdende globaliserende wereld. Dubbele paspoorten en meerdere loyaliteiten worden steeds meer de norm. Dat roept wel vragen op over de toekomst van de Olympische Spelen. Gaan straks de landen met de beste sportfaciliteiten en de meeste financiële middelen de beste spelers rekruteren? Of moeten ‘nationale belangen’ beschermd worden – en hoe dan? Het Olympisch Handvest zegt er niet veel over. Het benadrukt dat de Olympische Spelen vooral een competitie zijn tussen atleten en teams onderling en niet tussen naties. Een speler die niet meer voor China uitkomt, maar voor Qatar of Nederland, is dan vergelijkbaar met de voetbaltransfer van een speler van Real Madrid naar Manchester City.

In feite lijkt een dergelijke visie nog het meest op de eerste moderne uitvoering van de Olympische Spelen in 1896. Dit was een competitie van 280 atleten uit veertien verschillende landen. Alleen de Hongaarse atleten kwamen uit voor hun land, de andere atleten representeerden zichzelf. En zoals wij straks voor Sifan Hassan zullen juichen wanneer ze een Nederlandse medaille binnenhaalt, zo zullen de Qatarese oliesjeiks juichen wanneer ‘hun’ handbalteam succesvol is.

In de praktijk is het dus mogelijk om een goed olympisch team te kopen en daarmee de medaillespiegel voor je land een boost te geven. Steeds meer landen zullen in de toekomst de legale wegen die Qatar en Azerbajdzjan bewandelen ook gebruiken. Tenzij het Internationaal Olympisch Comité maatregelen neemt. Maar welke?

De handel en wandel van voetballers was binnen Europa ook niet aan banden te leggen na het Bosman-arrest: sportkoepels of -bonden kunnen niet zomaar grondrechten van sporters beperken. Dat zal ook voor de Olympische Spelen het geval zijn.