Saoedische scheuren in het Hariri-imperium

Midden-Oosten

Het Saoedische bouwbedrijf Saudi Oger, pijler van het imperium van de Libanese familie Hariri, kampt met betalingsproblemen.

Foto Reuters

De legende gaat als volgt: Rafic Hariri (1944 – 2005) groeide op in de lagere middenklasse van zijn Libanese geboortestad Sidon. In 1965 brak hij zijn studie af om zijn geluk te beproeven in Saoedi-Arabië. Daar sleepte hij na diverse mislukkingen een prestigieuze opdracht in de wacht om in recordtijd een hotel te bouwen in de stad Taëf. Dat lukte, tot ieders verbazing. Hij was in één klap miljonair. De toenmalige Saoedische kroonprins Fahd was bovendien zo onder de indruk dat Hariri een Saoedisch paspoort en meer koninklijke projecten toegewezen kreeg.

„De familie Hariri houdt de mythe in stand”, zegt politicoloog Ward Vloeberghs van Erasmus University College Rotterdam, die onderzoek deed naar de politieke positie van de Hariri’s. „Maar ik twijfel niet aan de basisfeiten: van een nobody werd Hariri een succesvol zakenman en vervolgens politicus.” Geholpen door zijn goede relaties met de koninklijke familie bouwde Hariri het destijds noodlijdende Franse bouwbedrijf Oger in Saoedi-Arabië uit tot een miljardenbedrijf dat behalve paleizen onder meer vliegvelden en universiteiten aanlegt.

„Hariri laat het imperium van zijn vader in de steek”, kopte de Libanese krant Al-Akhbar onlangs. Saad Hariri, de tweede zoon van Rafic Hariri en tevens diens politieke plaatsvervanger, zou met de Saoediërs in onderhandeling zijn over een overname van Saudi Oger. Werknemers ontvangen al maanden geen salaris, de onbetaalde rekeningen stapelen zich op en de website is al dagen onbereikbaar. Libanese kranten – veelal in handen van politieke tegenstanders – zinspelen steeds openlijker op een faillissement van de bouwgigant. Is het einde van het Hariri-imperium inderdaad nabij?

Saudi Oger was niet alleen het begin van een zakelijk imperium, het was ook de pijler van Hariri’s politieke loopbaan. „Politiek in Libanon is een spel van familierelaties, confessionele banden en zakelijke belangen”, zegt Vloeberghs. „Het één kan niet zonder het ander.” Terwijl Rafic Hariri zijn werkterrein verbreedde met investeringen in banken, media en ICT, groeide zijn politieke rol. Hij financierde tijdens de Libanese burgeroorlog (1975-1990) liefdadigheidsprojecten en trad op als gezant van de Saoediërs, die in hem de ideale vertegenwoordiger zagen van de soennitische belangen in de Libanese politiek.

In 1992 werd Hariri de eerste naoorlogse premier van Libanon. Dat zou hij tot 2004 blijven, met een tweejarige onderbreking. Tijdens zijn regeerperiode voerde Hariri economische hervormingen door, maar liep ook de staatsschuld op tot ongekende hoogten. Met zijn bedrijf Solidere investeerde de premier in de wederopbouw van de hoofdstad. Dat was en is een controversiële onderneming. Tegenstanders klagen dat kleine bedrijfjes en gewone burgers uit de binnenstad zijn verjaagd. De glanzende roltrappen en brede winkelpromenades zijn eigendom van Solidere, en met een minimumloon van 400 euro kunnen veel mensen zich geen koffie van vijf dollar bij een internationale koffieketen veroorloven.

Ondanks de kritiek werd Rafic Hariri in binnen- en buitenland het gezicht van het nieuwe Libanon. Op 14 februari 2005 kwam er een abrupt einde aan het succesverhaal in de vorm van een zware autobom.

Na Hariri’s dood werd de zakelijke erfenis verdeeld. Dochter Hind werd op haar 22e de jongste miljardair van de wereld. Forbes schat de huidige waarde van oudste zoon Bahaa Hariri op 2,2 miljard dollar en die van tweede zoon Saad op 1,65 miljard. Ayman en Fahd Hariri zijn elk goed voor 1,29 miljard.

De familie schoof Saad Hariri naar voren als politiek erfgenaam. Hij leidde de beweging die na zijn vaders dood opkwam tegen de Syrische militaire aanwezigheid in Libanon en was van 2009 tot 2011 premier. Na een kabinetscrisis over de samenwerking met het in Leidschendam gevestigde Special Tribunal for Lebanon (STL) dat de moord op zijn vader moest onderzoeken, vertrok Saad Hariri uit Libanon. Hij bracht het grootste deel van zijn tijd door in Saoedi-Arabië en Frankrijk. In februari 2016 kwam hij terug naar Libanon, volgens lokale analisten om zijn positie als soennitische leider veilig te stellen.

De andere kinderen van Rafic Hariri houden zich op de achtergrond. Bahaa Hariri woont in Genève en investeert in vastgoed en logistiek. Ook hebben de kinderen belangen in Libanese en Jordaanse banken. Het beursgenoteerde Solidere, waarvan de familie Hariri naar eigen zeggen 6 procent bezit, had in 2015 een kapitaal van 2 miljard dollar. Ook andere familieleden vertegenwoordigen zakelijke en politieke belangen.

Saad Hariri kreeg ook de leiding over Saudi Oger. Zijn broer Ayman en twee achterneven zijn eveneens betrokken bij het bedrijf. Broer Bahaa werd in 2008 uitgekocht. Saudi Oger is na bouwbedrijf Binladin (inderdaad: familie van) het grootste bouwbedrijf van Saoedi-Arabië. Het stond in 2015 nog op nummer 13 in een Forbes-lijst van top private companies making an impact in the Arab world en was een van de populairste werkgevers van Saoedi-Arabië.

Met die populariteit is het nu gedaan. Werknemers klagen dat ze al acht maanden niet worden betaald. Ook ziektekostenverzekeringen en andere vergoedingen worden niet meer betaald. „Ik moet van vrienden en familie geld lenen om van te leven”, schrijft Mohammad Ullah (35) aan NRC, „en mijn zoontje in Bangladesh kan niet meer naar school. Saad Hariri is mijn grootste vijand.”

Op YouTube circuleren amateurbeelden van demonstrerende werknemers van Saudi Oger:

Het is niet voor het eerst dat Saudi Oger in de financiële problemen zit. Vanaf 2011 zijn er berichten over achterstallige betalingen en al in 2008 moest Saudi Oger 35 procent van Oger Telecom verkopen aan Saudi Telecom. De crisis lijkt nu echter acuter. De dalende olieprijzen hebben grote invloed op de situatie van Saudi Oger en andere bedrijven die de Saoedische overheid als opdrachtgever hebben. Volgens lokale media heeft het bouwbedrijf 4 miljard dollar aan financiële verplichtingen uitstaan waaraan het niet kan voldoen. Daar komen aanhoudende geruchten over mismanagement en corruptie binnen het bedrijf bij.

De Saoedische overheid stelt dat de betalingen aan Saudi Oger niet zijn gestopt, maar dat de bank deze confisqueert door de opgelopen schulden van het bedrijf. Opvallend is dat de Saoedische overheid enerzijds zegt getroffen werknemers te hulp te zullen komen met een noodfonds, maar anderszijds Saudi Oger boetes wil opleggen voor het niet nakomen van verplichtingen tegenover werknemers. Dat zou de financiële situatie van Saudi Oger verder doen verslechteren.

Het gebrek aan steun door de Saoedische overheid wordt in sommige lokale media beschreven als een „straf van de Saoediërs” aan Saad Hariri die onvoldoende in staat zou zijn hun belangen tegenover Hezbollah te verdedigen. Anderen zeggen dat de Saoediërs het zich simpelweg niet kunnen veroorloven een groot bedrijf als Saudi Oger bij te staan. „Er is geen sprake van verwijdering”, denkt financieel analist Firas Seniora.

“Het feit dat Saad Hariri tijdens het Suikerfeest nog zij aan zij met de Saoedische koning Salman bad in Mekka, bewijst dat de banden nog steeds goed zijn. De Saoediërs weten dat ze voorlopig geen alternatief voor Hariri hebben.”

De negatieve gevolgen van de crisis bij Saudi Oger zijn al voelbaar bij andere onderdelen van het zakenimperium. Eerder dit jaar klaagden werknemers over onbetaalde salarissen bij Future TV; veel advertentieinkomsten van Hariri’s mediakanalen komen uit Saoedi-Arabië.

„Al het andere hangt samen met Saudi Oger, van Saoedische opdrachten tot Libanese werkgelegenheid en politieke goodwill”, zegt Seniora. „De familie Hariri zal er alles aan doen om te zorgen dat Saudi Oger niet onderuit gaat. Het is hun belangrijkste visitekaartje.”