Rechterbeen gezocht (2)

‘En wat vond je van dat krokodillenleren tasje?” „Welk krokodillenleren tasje?” „Dat zwarte met dat gouden gespje.” Samen lunchen in de Bijenkorf in hartje Amsterdam op zondag. Dat was het plan geweest van Janice Madretsma, de vriendin van rechercheur Ray Purperhart. Hij had piketdienst, maar omdat je met zijn dienstwagen binnen een half uur bij bureau Flierbosdreef in de Bijlmer kon zijn, was dat geen probleem. Ze hadden vóór de lunch eerst wat rondgekeken in het warenhuis. Bij de dure merken. Of eigenlijk waren er alleen nog maar dure merken in het warenhuis. Leuk voor rijke toeristen. Niet voor iemand die van een Nederlands rechercheurssalaris moest rondkomen. Het tasje kon Ray zich niet meer herinneren. Maar het was vast duur.

„Waarom heb je een krokodillenleren tasje nodig?”

Janices donkere ogen schoten vuur. „Ray Purperhart! Als ik straks in Duitsland ga toeren, moet ik goed voor de dag komen, toch!”

„Natuurlijk”, zei Ray. Hij keek schuldbewust naar de met bamboespiesjes doorboorde tijgergarnalen op zijn bord. Ze zou vanmiddag horen of ze als soulzangeres drie maanden in Duitsland kon optreden. Haar grote internationale doorbraak.

„En als ik dat contract niet krijg, dan” – ze wees met haar vork in zijn richting – „heb jij mij een mooi tasje gegeven om me te troosten. Heel lief…”

Hij knikte en lachte. „Kan ik je iets weigeren?”

„O Ray, dank je. Dan komt nu het tweede deel van mijn plan…” zei Janice en prikte een paar garnalen aan haar vork. „Als dat contract nou rondkomt, dan moeten we dat vieren.”

„Tuurlijk”, zei Ray.

„Daarom heb ik voor vanavond in een sjiek restaurant geboekt. Voor een romantisch etentje. Ik heb een tip gekregen over dat nieuwe restaurant De Passie in Ouderkerk aan de Amstel. Ronnie zegt dat het fantastisch is…”

Ronnie was Janice’ manager. Ray had een hekel aan hem. Hij kende hem, net als Janice, al sinds de middelbare school in de Bijlmer. Ronnie was toen dealer. Van school gestuurd. Nu was hij manager van Janice en nog een paar andere Bijlmer-muziekacts. Ray vermoedde dat hij naast zijn legale managementwerk ook nog dealde. Maar bewijzen kon hij dat niet, dus hij begon er niet over. „Je blijft me verrassen”, zei Ray.

„O Ray, stel je voor dat het doorgaat. Drie maanden in Duitsland. Misschien met verlenging. Ik zal je missen gaan mi goedoe. Ik zal je elke dag bellen!”

Op dat moment ging Rays mobiele telefoon.

„Zeker weer die blonde vrouw”, zei Janice.

ANITA, meldde Rays scherm.

„Werk”, zei hij en nam op.

„Hee Ray, waar zit je? ” Het was Anita Gankema, de vrouwelijke collega-rechercheur uit Rays team. „We hebben een stoffelijk overschot van een vrouw. Niet-natuurlijke dood denken we. In de gracht rond de Bijlmerbajes. Je bent hier nodig.”

„Ik ben in de binnenstad, ik ben er over een half uur”, antwoordde Ray.

„Is er weer een lijk gevonden?”, vroeg Janice.

„Laten we snel dat tasje kopen”, zei Ray.

(Wordt vervolgd)

De personages en gebeurtenissen in dit verhaal zijn verzonnen. Frits Abrahams keert eind augustus terug.