Maak opladen net zo makkelijk als tanken

Den Haag wil nieuwe auto’s emissieloos vanaf 2025. Kom eerst met infrastructuur voor snelladen, betogen Bart Lubbers cum suis.

illustratie Angel Boligan

We staan aan de vooravond van de ‘Autowende’, die voertuigen schoon, stil en autonoom zal maken. De Nederlandse overheid heeft het doel om in 2020 zo’n 200.000 elektrische auto’s op de weg te hebben, en 1 miljoen in 2025. Onlangs nam de Tweede Kamer de motie aan die het kabinet vroeg om te streven naar 100 procent emissieloze auto’s in de showroom in 2025. De vraag: hoe gaan we die miljoenen elektrische voertuigen op een handige en betaalbare manier opladen?

Veel mensen denken dat iedereen straks de auto thuis laadt. Dat klinkt logisch, tot je er langer over nadenkt: zo’n driekwart van de Nederlandse huishoudens heeft geen eigen oprit. Thuis laden is voor hen geen optie.

Omdat thuis laden beperkt mogelijk is, zal laden in de publieke ruimte doorslaggevend worden. Eén innovatieve manier om dit te doen heeft tot nu toe weinig aandacht gekregen: supersnel laden. De volgende generatie elektrische auto’s heeft een range van zo’n 300-500 km, en kan in 20 minuten bij een snellaadstation opladen. Voor de reguliere wekelijkse 300 km zal een oplaadtijd van een koffiepauze voldoende zijn.

Snelladen volgt het ‘tankstationmodel’, waarbij meerdere supersnelle laders op grote, zichtbare stations langs drukke verkeersaders staan. Snellaadstations zijn als aanvulling op een netwerk van laadpalen belangrijk omdat er honderden auto’s per dag gebruik kunnen maken van één station.

Tesla laat nu al zien wat er met snelladen mogelijk is en waar het naartoe gaat: in de afgelopen drie jaar bouwde de Californische start-up wereldwijd een succesvol netwerk van ‘superchargers’ die in een ruim half uur hun werk doen. Op vele stations kan geladen worden met meer dan tien auto’s tegelijk. Aan het eind van dit jaar zullen er meer dan 300 van deze stations in Europa staan. Deze superchargers zijn inmiddels zo succesvol dat er wachtrijen ontstaan.

Gelukkig blijken snellaadstations goed schaalbaar, waardoor ze kunnen meegroeien met het aantal elektrische auto’s op de weg. Als een snellaadstation eenmaal gebouwd is, kunnen er gemakkelijk meer snelladers bijgeplaatst worden, en kan de snelheid van laders verder worden opgeschroefd wanneer dat technisch mogelijk wordt.

De afgelopen jaren hebben Nederlandse gemeenten en provincies ingezet op publieke laadpalen waar langzaam geladen wordt. Dat bleek een geweldige aanzet om elektrische auto’s in Nederland van de grond te krijgen. Voor de deur opladen is prettig en zo kunnen we bovendien zon en wind gebruiken op momenten dat die overvloedig zijn. Toch is het de vraag of deze benadering alleen voldoende is. Door grotere batterijen, car sharing en zelfrijdende auto’s zal een grotere behoefte ontstaan aan snelle laadcapaciteit.

Wat momenteel ontbreekt is duidelijk overheidsbeleid, dat snelladen bevordert. Naast gemeentelijke laadpalen is de tijd rijp voor een nationaal netwerk van snellaadstations langs snelwegen, provinciale wegen en uitvalswegen van steden. Dat betekent concreet het aanwijzen van goede locaties en co-financiering van de eerste 500 stations. Dit rudimentaire netwerk zal aanstaande elektrische rijders het noodzakelijke vertrouwen geven over te stappen naar deze nieuwe technologie.

Duitsland gaf onlangs aan hoe belangrijk het snellaadinfrastructuur vindt. Daar wordt 300 miljoen euro in publieke snellaadinfrastructuur geïnvesteerd. 200 euro miljoen daarvan gaat naar snellaadstations op belangrijke routes.

Autorijden is vrijheid. Momenteel staan er 4200 benzinestations in Nederland, die vertrouwen geven aan benzinerijders dat ze altijd kunnen tanken. Op dezelfde manier zal snelladen bij een netwerk van duidelijk herkenbare snellaadstations elektrische rijders de zekerheid bieden dat ze altijd snel weer verder kunnen rijden.