Leon de mijnkanarie valt van zijn stokje

jankuitenbrouwer0

Niet alle schrijvers van De Bezige Bij zijn blij met het plan van de uitgeverij om twee boeken van Abou Jahjah uit te geven. De Schrijversvereniging belegde een bijeenkomst om de zaak te bespreken. Leon de Winter, fel gekant tegen het contract met Abou Jahjah, vertelde hoe hij met een aantal redacteuren van de uitgeverij een video van Abou Jahjah had doorgenomen, om ze te laten zien dat hij echt een antisemiet is. De redacteuren zagen en hoorden het niet, totdat De Winter de vertaling gaf van zijn schijnbaar onschuldige woorden. Met ‘zionisten’ bedoelde hij natuurlijk ‘Joden’. Met ‘kapitalisme’ bedoelde hij natuurlijk ook ‘Joden’. Enzovoorts.

Kennelijk is er zoiets als ultrasonoor antisemitisme. Het wordt niet gezegd, maar het wordt wel gehóórd. Althans, als je over een speciaal, hypersensitief gehoor beschikt. De mensen met zo’n gehoor, daar moeten wij te rade gaan om te bepalen of iemand antisemitisch is. Zij moeten dan, op basis van bewijzen die voor ons helaas niet kenbaar zijn, een oordeel uitspreken. Deze groep vervult als het ware de functie van mijnkanarie: de mijnwerkers merken nog niets, maar zodra de kanarie van zijn stokje valt, weten zij genoeg en nemen de benen. Het doet ook een beetje denken aan de oude heksenprocessen: het bewijs is misschien onzichtbaar, maar niettemin belastend.

In de reacties op Abou Jahjahs Zomergasten-optreden zag je het ook: de Vlaams-Libanese activist had zich nu weliswaar onthouden van antisemitische uitspraken, maar dat was natuurlijk tactiek: hij wil ‘salonfähig’ worden. „Jahjah was aan de oppervlakte redelijk gematigd, hij positioneert zichzelf als opinieleider, maar onderliggend was het doordrenkt van antisemitisme en anti-westerse denkbeelden,” zei Dennis Pekel in deze krant, woordvoerder van de Joodse actiegroep TOF. Antisemitisme en ‘anti-westerse denkbeelden’ bevinden zich voor mij in twee heel verschillende categorieën, dat zegt wellicht genoeg over het denkraam van deze spreker, maar los daarvan: ‘onderliggend doordrenkt’ – wat ís dat?!

„Jahjah praatte met meel in de mond,” sprak oud-VPRO-cineast Hans Fels. „Hij probeert salonfähig te doen, maar het blijft een verhulde antisemiet.” Verhuld. Tja, ‘verhuld’ ben ik een aap op zoek naar een banaan. Is dat erg?

Wat ik aan deze redeneertrant nooit begrijp is hoe men het vervolg voor zich ziet. Zo’n indringer, zo’n mol, hoe moet die vervolgens zijn ware agenda op tafel krijgen? Als wij zijn ultrasonore agitatie niet horen omdat hij met meel in de mond spreekt, zal hij dat meel op een dag moeten uitspugen. Maar dan zegt de salonbevolking: hoho, van dit soort taal zijn wij niet gediend, gaat u maar weer weg. Infiltratie mislukt. Tenzij de salonbevolking uit zichzelf evolueert in de richting van het gedachtegoed van de mol, waarop die zijn ware gezicht kan laten zien. Maar hoe moet de salonbevolking antisemitisch worden, als zij de lokroep niet kan horen? De enige mogelijkheid die ik nog zie is dat zij gesouffleerd worden door hogerhorenden, met de perfide ultrasonore teksten die zij opvangen. „Als Abou Jahjah ‘zionisten’ zegt bedoelt hij ‘Joden’.” Dat die twee begrippen elkaar in hoge mate overlappen, kun je dat Abou Jahjah verwijten? Het zionisme is een etnisch gedefinieerde ideologie. Plomp gezegd: dat is vragen om moeilijkheden.

De theorie van het ultrasonore antisemitisme leent zich intussen ook goed om kritiek op Israël te demoniseren: dit gaat niet over de racistische en fascistische aspecten van de Israëlische politiek, dit is hoe de Shoah begon! Als het geen bewuste strategie is, zou het er een moeten zijn.