‘Ik ga uit van Gods Koninkrijk’

Marleen van der Louw

(43) woont in Jeruzalem. Ze werkt in de Duits-Lutherse Verlosserkerk. Haar credo: meedoen. ‘Je moet niet op je achterste gaan zitten en dan maar hopen dat je iets van God ervaart.’

De één ziet de Westelijke Jordaanoever als land dat door God aan het Joodse volk beloofd is. De ander vindt dat de Palestijnse christenen gesteund moeten worden in hun verzet tegen de Israëlische bezetter. En Marleen van der Louw (43), door de Protestantse Kerk uitgezonden naar Israël en Palestina, heeft als taak die uiteenlopende visies nader tot elkaar te laten komen.

Ga er maar aan staan.

Nu is Van der Louw heus wel wat gewend. Als twintiger zat ze al in Pakistan, waar ze Afghaanse blinden bijstond. En met haar gezin – man Ilja Anthonissen en twee jonge kinderen – woonde ze in Kazachstan, waar ze werkte als Bijbelvertaler (ze studeerde klassieke talen en spreekt Russisch).

Maar over haar tegenwoordige functie, pastoraal werker in de Duits-Lutherse Verlosserkerk in Oost-Jeruzalem, heeft Van der Louw „lang moeten nadenken”, zegt ze in een koffiebarretje even ten westen van de Oude Stad. „Je gaat toch een wespennest in. Wilden wij die voortdurende druk aan?”

Dat ‘wespennest’ slaat op het schier onoplosbare Israëlisch-Palestijnse conflict, maar óók op de enorme verschillen tussen christenen onderling. Het is de bedoeling dat Van der Louw en haar man een gesprekspartner zijn voor alle christenen, van vrijzinnig tot bevindelijk gereformeerd. Van der Louw: „Het begint al met het feit dat we hier zijn namens de organisatie Kerk in Actie. Dat vinden sommige christenen te links.”

Aan de ene kant van het spectrum staat een groep, met als belangrijk voorvechter de stichting Christenen voor Israël, die de in 1948 opgerichte staat Israël ziet als vervulling van oudtestamentische profetieën over het herstel van Israël in onze tijd. Deze staat moet dus gesteund worden, no matter what. Kritiek op Israël is antisemitisme.

Daar diametraal tegenover staat het ‘bevrijdingstheologische’ kamp, dat stelt dat het Nieuwe Testament – in de persoon van Jezus, die opkwam voor gemarginaliseerden – gaat over de strijd tegen onrecht en onderdrukking, en het streven naar vrede en gerechtigheid. De Palestijnen hebben het zwaarst te lijden en moeten dus steun krijgen. Israël is vooral bezettingsmacht.

Te midden van dit tumult doet Van der Louw haar werk. Haar ambitie: er zijn voor mensen. Alle mensen. „Ik vind dat je niet aldoor moet denken in termen van een bepaalde theologie of politiek, maar dat je op grond van héél Gods Woord elk mens serieus moet nemen. Je moet naar ze luisteren en voor ze bidden.”

Klinkt dat weinig controversieel? Alleen al het feit dat ze verbonden is aan een kerk die ook een Palestijnse gemeente huisvest, maakt haar in bepaalde kringen verdacht. Overigens biedt diezelfde kerk, in samenwerking met de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, aanstaande Duitse predikanten een uitgebreid studieprogramma Jodendom aan.

Verwijten

Enkele dagen voor het gesprek houdt Van der Louw in de Verlosserkerk een praatje over haar werk. De toehoorders zijn Nederlanders die op Israël-excursie zijn met het Centrum voor Israëlstudies, een samenwerkingsverband tussen de Christelijke Hogeschool Ede en enkele behoudende kerkgenootschappen. Een aantal aanwezigen neemt niet zonder meer genoegen met Van der Louws opvatting over Israël. „Maar dan maakt het jou dus niet uit of je in Israël of in Zimbabwe zit”, klinkt het verwijtend.

Dat hoort ze vaker, zegt Van der Louw. Ze zucht. „Het is waar: als je met Jezus’ ogen naar mensen kijkt, geef je evenveel om Joden als om Zimbabweanen. Dat betekent toch niet dat ik anti-Joods ben? Ik ben blij dat de Joden een eigen land hebben gekregen. Maar ik zweef hier niet op vleugels. Ik ga uit van Gods Koninkrijk, dat zowel Joden als Palestijnen kan omvatten. En vele anderen.”

Van der Louw spreekt ook veel Nederlanders die in de regio wonen of werken. Dit varieert van vredesactivisten tot christenen die vanuit hun geloof vinden dat ze de Joden moeten dienen, en die bijvoorbeeld als vrijwilliger in een Joods bejaardentehuis werken.

Die mensen kampen met uiteenlopende vragen. Zo sprak Van der Louw een vrouw die in paniek was geraakt toen ze ergens „tussen de Arabieren” was beland. Die vrouw laat ze dan kennismaken met Palestijnen uit haar netwerk, om te laten zien dat dit normale mensen zijn.

Er was een man die de Palestijnen idealiseert, maar die vervolgens een loer werd gedraaid door een Palestijn. Hoe ga je daarmee om? Of neem de vrouw die het als een last ervaart dat ze in haar gemeenschap altijd maar pro-Israël moet zijn. Dat je zelfs geen kritiek mag hebben op de lange rijen bij het postkantoor.

Van der Louw laat ook hun de andere kant zien. Wat is eigenlijk de realiteit van het hedendaagse Israël? „Neem nou het feit dat 40 procent van de inwoners van Jeruzalem onder de armoedegrens leeft. Dat weten mensen helemaal niet.”

Ook is ze niet zonder kritiek op de Palestijnen. „Ik vind het niet oké dat ze al hun lek en gebrek wijten aan de bezetting. De blame game noem ik dat. Het is heel makkelijk. Dan hoef je zelf namelijk niks te doen aan je lot. Laat staan dat je de Palestijnse overheid ter verantwoording roept.”

Uit zware hoek

Achteroverleunen, daar moet Van der Louw niets van hebben. Van huis uit meegekregen, denkt ze. In Assen groeide ze op in de Hervormde Kerk op gereformeerde grondslag. Dat betekende op zondag twee keer naar de kerk. Op de gereformeerd-vrijgemaakte middelbare school in Groningen konden ze aan haar rok meteen zien dat ze uit de zware hoek kwam.

Het credo in het gezin was: meedoen. Haar vader was actief in de kerkeraad en zat in het bestuur van landelijke organisaties, haar moeder bezocht zieke en eenzame mensen. „Daardoor heb ik geleerd dat je dus niet op je achterste moet gaan zitten en dan maar hopen dat je iets van God ervaart.”

Haar vroegere gemeente in Assen was wel met Israël bezig. „Maar de focus lag op de God van Israël en hoe Hij met Zijn volk omging. En hoe wij als niet-Joden daar door het geloof in Jezus aan zijn toegevoegd. Het ging ze dus niet om de huidige staat Israël.” Wel is ze grootgebracht met liefde voor het Joodse volk. „In die zin is het ook weer niet helemaal toevallig dat ik in Jeruzalem beland ben.”

Maar in de opvoeding van de kinderen, of bij het boodschappen doen, speelt Israël geen rol. „We maken keuzes op basis van ons geloof in Jezus. En zelfs die komt er vaak bekaaid van af, als we onszelf horen snauwen tegen de kinderen, of als we toch die plofkip in onze kar laten zakken.” In haar geloof, zegt ze, neemt Hij de centrale plaats in, niet ‘Israël’. „We zijn geen israëlisten.”

‘We’ – want ze doet het allemaal samen met haar man Ilja. Officieel is het zelfs een duobaan, ook het adviseurschap bij verschillende lokale christelijke organisaties, waaronder het Bible College in Bethlehem, op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever.

Kinderen

In Nederland hoort ze weleens: wat doe je je kinderen aan door ze mee te slepen naar het Midden-Oosten? In de zomer van 2014 moesten ze af en toe naar de safe room, vanwege raketaanslagen uit Gaza. Hun dochter, toen acht, durfde daarna niet meer buiten te spelen. En afgelopen najaar was er een aanslag op een bus in Jeruzalem, niet ver van hun huis. Het was de buslijn die ze dagelijks neemt om de kinderen naar school te brengen.

„We hebben er bewust voor gekozen om geen details aan de kinderen te vertellen”, zegt Van der Louw. Diezelfde middag stapten ze weer in de bus, waardoor ze allemaal vrij snel over hun angst heen waren. „Hoewel ik een paar weken lang de kinderen naast me wilde hebben in de bus en niet vijf meter verderop: als we zouden sterven, dan bij en met elkaar.”

Na Jeruzalem willen Van der Louw en haar man nog wel een keer naar het buitenland. Terug naar Centraal-Azië. Of naar Iran. Als student kreeg Van der Louw al eens de aanbieding om een jaartje in Teheran te studeren. „Dat heb ik toen afgeslagen, maar ik zou het nu dolgraag willen. Waar ze ons ook nodig hebben, daar gaan we naartoe. Wij zijn een soort zwervers voor God.”