Helens vader

Flessenpost uit de VS

Schrijfster Pia de Jong woont met haar gezin in Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Het taboe op de dood is reusachtig, schreef Frederiek Weeda in NRC Handelsblad van 23 juli. „Hoe lang heb ik nog?”, vroeg Menno, Frederieks echtgenoot, aan de oncoloog. De bekwame arts kon de woorden sterven en dood niet uitspreken.

De vader van mijn vriendin Helen was zelfs niet in staat die vraag te stellen toen hij een ongeluk kreeg. Hij raakte in coma en niemand durfde de beademing te stoppen. Amerikaanse artsen zijn uiterst terughoudend met levensbeëindiging.

Op die onfortuinlijke avond stonden haar ouders op het punt naar een feest te vertrekken. Op het laatste moment opperde Helens vader om thuis te blijven. Hij voelde zich niet zo lekker. Maar haar moeder, die zich op het feest verheugd had en klaar stond in haar nieuwe avondjurk, drong aan toch te gaan. Op de weg erheen reed hij tegen een boom. Artsen deden er die nacht in het ziekenhuis alles aan om hem te redden. Niemand durfde onder ogen te zien dat haar vaders leven die nacht was beëindigd.

Vanaf dat moment lag haar vader onbeweeglijk in bed. Men probeerde de situatie zo normaal mogelijk te doen lijken. Daar was een leger aan hulpverleners voor nodig, dat dit bemiddelde gezin zich kon permitteren. ’s Ochtends zegde mijn vriendin voor ze naar school ging haar keurig aangeklede vader gedag. Het was dan net alsof hij iets later naar zijn werk zou gaan. Hij hoorde en begreep alles, hij kon alleen niet reageren, zo werd haar verteld.

Atul Gawande vertelt in zijn bestseller Being Mortal over de ongemakkelijkheid die hij als jonge arts voelde wanneer hij met de dood geconfronteerd werd. ’s Nachts droomde hij dat zijn overleden patiënten in zijn bed lagen. „Hoe zijn jullie daar terechtgekomen?”, vroeg hij zich in paniek af. Elke dode zag hij als een bewijs van falen. Artsen leren tijdens hun opleiding alles te doen om patiënten in leven te houden. Helens vader werd geofferd aan dit ideaal. Hem werd de dood ontnomen. En daarmee dit gezin een normaal leven.

„Mijn moeder was weduwe noch echtgenote”, liet Helen zich eens ontvallen. Over haar eigen ervaring praat ze minder makkelijk. Maar toen haar puberzoon laatst uitviel tegen haar echtgenoot, zei ze: „Ik heb nooit gepuberd. Hoe kan je boos zijn op een vader die niets terugzegt?”

Het beeld van de kleine Helen die haar belevenissen vertelt tegen haar immer stille vader grijpt me aan. Haar vader werd nooit wakker en gaf nooit een teken van leven. Bij Helen ontstond al snel twijfel. Zou haar vader echt op een dag opstaan? En zou dan alles zijn zoals bij haar vriendinnetje thuis? Een vader die knuffelde en grapjes maakte en je ophaalde van het schoolfeest?

Pas nadat Helen zelf getrouwd was en kinderen had gekregen, stierf haar vader. Eindelijk kon er gerouwd worden en kon haar moeder het knagende schuldgevoel verwerken dat ze al die jaren bij zich droeg.

Helen neemt haar moeder, inmiddels ruim tachtig, vrijwel overal mee naar toe. Vorige week zag ik hen op een feest. Samen met Helen keek ik naar haar mooi aangeklede en gekapte moeder. Heel even zag ik een glimp van de jonge vrouw die ze geweest moest zijn. De stralende moeder die net een gezin had gesticht. Vol hoop op een gelukkige toekomst. Het mocht niet zo zijn.

Reacties naar pdejong@ias.edu