Feest

CULRoosmalen 1

De dochter was voor het eerst jarig, ik had bij Deen Supermarkt voor vijf euro een opblaasbaar beest voor haar gekocht. Ze gooide het meteen uit haar box, dat zou ze de rest van de dag met al haar cadeaus doen. Omdat de vriendin en ik een hekel aan kinderfeestjes hebben vierden we het niet, maar er waren er die zich de gelegenheid niet lieten afpakken. Mijn moeder bijvoorbeeld was al weken bezig met deze dag. Ze kondigde aan dat ze met Valys zou komen, een door de overheid bekostigd taxi-busje waarmee ‘mensen met een beperking’ en mensen van wie vermoed wordt dat ze zonder zo’n busje in een sociaal isolement terecht zouden kunnen komen 650 kilometer per jaar mogen reizen.

Mijn gehandicapte broer kondigde aan ook met Valys te komen. Het idee om samen met hetzelfde busje te reizen leidde tot een administratieve hel waarvan ze me ongevraagd op de hoogte hielden.

„Wij komen tussen elf en drie”, kondigde mijn moeder aan. „En we gaan tussen twee en zes.”

Mijn broer zei dat ze bij Valys zelf een beperking hadden.

De andere oma en opa kwamen met de tram.

En dan waren er ook nog vriendinnen van de vriendin die de datum schijnbaar hadden genoteerd.

„Hoe laat begint het?”, informeerde er een.

„Het begint niet”, zei ik, „ze heeft nog nul vriendjes en vriendinnetjes. Alleen twee oma’s en een opa.”

Er was geen feest, maar toen ik aan het begin van de middag thuiskwam was ze toch gekomen. Ze was de enige niet. Waar eerst een poef stond lagen er nu drie kinderen op het speelkleed. De dochter stond graag alleen in het middelpunt en deed er alles aan om de leeftijdgenootjes weg te pesten door met haar vinger in een oogje te prikken en speentjes uit mondjes te trekken. Alle gedragingen werden nauwlettend geobserveerd en becommentarieerd vanachter de keukentafel, waar ze met elkaar bezoek zaten te zijn.

Toen de dochter uitgeput ging slapen redde mijn moeder de situatie door haar glas wijn om te gooien en in de paniek daarover in de glasscherven te grijpen. De opa, die toevallig ook arts is, constateerde een snijwond, de vriendin zei dat er ergens in de achterbak van de auto een verbanddoos moest liggen en zo maakten we toch heel wat mee.

De chauffeur van Valys was een echte Arnhemmer en stond om kwart voor zes rokend voor de deur. „Zo daar is het vrachtje dan”, zei hij over de hoofden van mijn moeder en broer heen tegen ons. Daarna wendde hij zich tot zijn passagiers. Hij knikte naar het verband om de hand van mijn moeder en vroeg: „Mooi feest gehad?”