Drakerige opera opent Ruhrtriennale

Recensie

Het grote kunstfestival in het Roergebied, de Ruhrtriennale, is vrijdag geopend met de tragische opera Alceste onder regie van Johan Simons.

De opera Alceste van Gluck, met v.l.n.r. Konstantin Bader (Eumelo), Brigitte Christensen (Alceste) en Georg Nigl foto ruhrtriennale

Koning Admeto moet sterven – tenzij iemand bereid is zijn plaats in te nemen. Dat lugubere dilemma is bekokstoofd door Apollo. Admeto’s vrouw Alceste besluit zich op te offeren.

Statisch toneelbeeld

Alceste (1767) is de tweede hervormingsopera van Gluck. Barokopera was verworden tot hol vertoon, en Gluck nam de boel flink op de schop: geen colloratuur meer, hoofdrol voor het koor, volledige focus op het drama. Bekend is vooral de grondig herziene Franse versie van tien jaar later, inclusief Herakles en een afdaling in de Onderwereld. De tweede Ruhrtriennale van intendant Johan Simons opende vrijdag met de kalere, zelden gehoorde Italiaanse versie.

Het industriële erfgoed van het Roergebied is een attractie op zich, maar de makers van Alceste doen wel érg weinig met de schitterende Jahrhunderthalle in Bochum. Een L-vormige publiekstribune bakent het langwerpige speelveld af, met in het midden daarvan het orkest – de muziek staat nadrukkelijk centraal, en wordt onder oudemuziekcoryfee René Jacobs dynamisch en secuur uitgevoerd. Verder zijn er een lange spiegelende vloerstrook en veel plastic tuinstoelen. De eeuwige campingverveling der goden? Een leeggekiepte containerals bevende orakeltempel geeft een sterk effect, maar veelzeggend wil het statische toneelbeeld niet worden.

In het sterke eerste deel doorloopt Alceste een scala aan emoties: verdriet gaat over in opgewonden trots over de omvang van haar offer, gevolgd door angst en wanhoop. Wanneer de Dood haar opeist, vraagt ze respijt om afscheid te nemen van haar familie. In een intieme scène komt Admeto erachter wíe zich voor hem heeft opgeofferd en stort in. Helaas geldt dat ook voor de voorstelling. Het afscheid van Alceste zou schrijnend moeten zijn maar is van een vergaande drakerigheid. Na de zoveelste larmoyante weeklacht weet je het wel. Je begint te begrijpen waarom Gluck de boel in Parijs helemaal omgooide.

Soaptronies

De muziek blijft schitterend, en Glucks radicale keuze voor het drama is van historisch belang. Maar wat de stroperige derde akte nodig heeft, is een beetje lucht – een beetje Herakles, zeg maar. Simons houdt de trukendoos dicht. Hij laat zijn hoofdrolspelers eindeloos vertwijfeld heen en weer stommelen in het stilleven van tuinstoeltjes, met biggeltranen en soaptronies. Het gejeremieer krijgt zelfs de weeë smaak van effectbejag wanneer de moederloze kinderen erin worden betrokken.

Lichtpunt is alleskunner Georg Nigl in verschillende rollen. Het voortreffelijke MusicAeterna-koor is de andere ster, met het roerende, verrassend geënsceneerde ‘Piangi o patria’ als hoogtepunt. Sopraan Birgitte Christensen (Alceste) en tenor Thomas Walker (Admeto) zingen uitstekend. Sopraan Kristina Hammarström (dienares Ismene) weet werkelijk te ontroeren. Maar na afloop van deze oer-Alceste beklijft vooral het gevoel van een gemiste kans.