Acht maanden hoogseizoen op Texel

Waddeneiland Elk jaar weten meer toeristen Texel te vinden. Nu ook reisgids Lonely Planet het grootste Waddeneiland onlangs in de top-10 van Europese topbestemmingen zette, neemt de kritiek toe: wordt het niet té druk?

Uitzicht op De Slufter. Maurice Boyer

‘Weet je wat ze zeiden bij die Lonely Planet-presentatie: er liggen nog maagdelijk witte stranden op u te wachten! Daar moet je toch niet aan denken, dat die dan vervolgens worden overstroomd met mensen?”

Harry de Graaf van Stichting Kernwaarden Texel heft zijn handen ten hemel. Eind mei kwam reisgids Lonely Planet met zijn jaarlijkse top-10 van must sees in Europa. Op nummer 9: Texel. Ongerepte duinen, wildreservaten, dennenbossen, en dus ook nadrukkelijk die ‘heerlijk verlaten witte stranden’. De superlatieven over het grootste Waddeneiland waren niet van de lucht. Euforie bij de VVV van Texel: je kan niet beter internationaal op de kaart worden gezet.

Er zijn ook andere geluiden. Veel Texelaars vinden het nú al te druk op het eiland. Wie in de file voor de veerboot staat te wachten, vraagt het zich inderdaad weleens af: passen al die mensen wel op dat eiland? De veerboot laat in de zomer elk half uur een paar honderd auto’s los op Texel. Maar al na een paar kilometer lijkt de drukte wonderlijk snel op te lossen en verdwijnen steeds meer auto’s links en rechts van de Pontweg, waarvan een groot deel naar badplaats De Koog. Sla een zijweggetje in en bij een fraai watertje blijken de enige levende wezens een stel kluten.

Maar blijft dat zo?

„Ach, die discussie is zo oud als het toerisme zelf”, verzucht Wouter de Waal, directeur van de VVV in Den Burg. In de jaren 70 bedacht de toenmalige directeur van veerpontbedrijf Teso, Texels Eigen Stoomboot Onderneming, dat de boten van Den Helder naar ’t Horntje op Texel dubbeldeks zouden moeten worden. „Vroeger stond je in Den Helder namelijk een dag op de boot te wachten.” Dat gaf toen ook al weerstand, zegt De Waal. „Compleet met borden en spandoeken. Want: het werd te druk.” Terwijl het aantal toeristen van toen niet te vergelijken is met dat van de laatste jaren.

Weerstand

De weerstand tegen het almaar groeiende toerisme die nu onder een deel van de bevolking leeft, begrijpt de VVV-directeur wel. Zo’n miljoen toeristen per jaar: zelfs voor een relatief groot eiland is dat veel. Maar, stelt hij: er zijn maatregelen genomen om te voorkomen dat de rust eraan gaat, of dat natuurwaarden worden aangetast. Zo heeft de gemeente, „al in de jaren 80 trouwens”, een beddenmaximum ingesteld: 45.000 bedden. „Meer komen er gewoon niet. Dus niemand hoeft bang te zijn voor grote hotels: dat kán dus niet.” Die 45.000 zijn inmiddels zo goed als bereikt, zegt hij. Qua overnachtingen zal het dus niet veel drukker worden dan het nu is.

Maurice Boyer

Het strand bij badplaats De Koog. Maurice Boyer

Menno Stam bestrijdt dit. Hij is voorzitter van 10 voor Texel, een vereniging die hij in 1993 oprichtte uit onvrede over het toeristische beleid van de gemeente, en dan vooral de beddennorm. Wat Stam vooral hoog zit, is dat het getal van 45.000 bedden niet klopt. „Daaronder vallen de hotels, huisjes, caravans, tenten en chalets. Maar de bed and breakfasts tellen ze al niet mee. Als je ziet hoeveel B&B’s er worden aangeboden – overal bordjes langs de weg. Bovendien: Airbnb is ook hier sterk in opmars. Telt ook niet mee.” En dan slapen er ook nog mensen in hun boten in de jachthaven, zegt Stam. En er overnachten passagiers op de zogeheten bruine vloot.

In de laatste officiële telling, februari van dit jaar, waren er volgens de gemeente circa 44.400 bedden. Stam: „Als al die slaapplaatsen waren meegerekend, waren we er allang overheen geweest.”

Vroeger had je eens per jaar een popavond

Menno Stam, voorzitter 10 voor Texel

Ook De Graaf van Stichting Kernwaarden Texel vermoedt dat ze al ‘dik’ over die 45.000 heen zijn. Bovendien, vertelt hij, zijn er nog „diverse groeimogelijkheden”. Zo is er de 25-procentregeling: verbeteren van de kwaliteit van de huisvesting wordt beloond met 25 procent uitbreiding van het aantal bedden – „ongeacht of het beddenmaximum al gehaald zou zijn”. Nu al „is in het hoogseizoen geen bed meer te krijgen: dus die plekken gaan allemaal gevuld worden”. En dan zijn er nog die paar duizend zomerhuisjes, „die vroeger maximaal 70 vierkante meter groot mochten zijn. De gemeente verruimde dat onlangs naar 100 vierkante meter. Veel huisjes zijn al vernieuwd. Die bieden nu dus plaats aan veel meer mensen.” Probleem is, legt De Graaf uit, dat de gemeente standaard vijf slaapplaatsen telt per huisje. „Maar in die grote huizen kunnen makkelijk tien tot twaalf man. Toch geldt dat officieel als vijf.” Al die dingen bij elkaar, zegt De Graaf, zouden redenen moeten zijn voor goed onderzoek, door een extern, onafhankelijk bureau: hoeveel slaapplaatsen zijn er wérkelijk op Texel?

Het is nu al heel druk

Want het ís dus al te druk naar de zin van veel Texelaars, zegt zowel Stam als De Graaf. Mensen klagen over de parkeerproblemen in de dorpskernen, rijen in de supermarkt, de „ongelooflijke” drukte op de fietspaden. Maar ook: het toenemende ‘vertier’ op het eiland. Stam: „Tegenwoordig heb je overal wel ergens een evenement. Vroeger had je in De Waal eens per jaar een popavond; nu is dat ineens twee dagen. En dus zitten bewoners twee dagen in de herrie.”

Gelukkig komt een groot deel van de toeristen juist voor de natuur en de stilte, beamen beiden. De Graaf: „Dat is ook onze grote kracht: de veelzijdigheid. Naast duinen, strand en bos heeft Texel, in tegenstelling tot de andere Waddeneilanden, ook een groot poldergebied. Al die verschillende biotopen hebben hun eigen flora en fauna. Daarom zitten ook nergens zo veel verschillende vogels als op Texel.”

Dat trekt wel weer meer bezoekers. Schaadt dat niet de rust in de natuurgebieden? Wouter de Waal van de VVV is daar niet bang voor. Op de kaart in zijn kantoor wijst hij naar de westkust, met over de hele lengte zandstrand. „De gemeente heeft twee concentratiegebieden aangewezen voor het toerisme. De Koog, waar veel hotels staan en vooral strandgangers komen, met vertier en uitgaansgelegenheden; en hier helemaal bovenin bij De Cocksdorp, waar een groot bungalowpark ligt. Dáár zit de grote drukte, ik denk zeker driekwart van het totaal.” De rest van het eiland wordt bewust rustig gehouden, zegt De Waal.

Maurice Boyer

Bewoners klagen over de “ongelooflijke” drukte op de fietspaden. Maurice Boyer

Honden

Toch ontstaan ook daar problemen. Han Lindeboom, bestuursvoorzitter van Nationaal Park Duinen van Texel, weet er alles van. Staande op een duintop, niet ver van de haven, wijst hij op een kaal paaltje. „Kijk, hier zat dus een bordje.” Hij zucht: dit is al het tweede richtingbordje op de mountainbikeroute dat, vermoedelijk moedwillig, is verwijderd. Nummer drie ontbreekt ook.

160816BIN_TEXEL

Het zijn de symptomen van een discussie op het eiland tussen voor- en tegenstanders van het onlangs aangelegde mountainbikepad. Dat pad moest er komen om de verschillende groepen gebruikers van dit grootste aaneengesloten natuurgebied aan de westkant van het eiland tevreden te stellen. Want mountainbikers en wandelaars, dat gaat niet goed samen.

Het Nationaal Park en de Wielervereniging bedachten samen een oplossing: een honderd kilometer lang mountainbikepad met ruige stukken, deels op de randen van het gebied. Zo kruisen zij de rustzoekers en vogelaars niet, worden kwetsbare stukjes natuur gespaard, en hebben ze toch het ruige natuurgevoel. Dat pad leidde echter tot protesten, van twee kanten: bikers die vinden dat ze overal zouden moeten kunnen crossen, en mensen („van de wal, nota bene”) die per definitie tegen elk mountainbikegebruik van natuurgebieden zijn.

Het pad vloeit voort uit nieuw beleid om de drukte in het populaire natuurgebied te reguleren. Toverwoord is ‘zonering’; de hele westkant is ingedeeld in zones: ‘vrij toegankelijk’, ‘intensief gebruik op paden’, en ‘extensief gebruik op beperkt aantal paden’. Een apart hoofdstuk vormt de hond; want honden gaan nog slechter samen met wandelaars dan bikers. Hondenbezitters mogen hun dier op bepaalde plekken loslaten, op andere delen gelden restricties: op de paden én aangelijnd. Als het aan Lindeboom ligt, worden twee kwetsbare natuurgebieden zelfs helemaal hondvrij. „Dat is de crux van goed beheer: iedereen heeft z’n plek. De vraag is: bij welke gebruiksdruk gaan natuurwaarden naar de filistijnen.”

Bekijk ook onze fotoserie: Dit is Texel

Over het voortbestaan van de écht rustige plekken op Texel is Lindeboom optimistisch. „Die zul je altijd blijven vinden hier. Het eiland is groot.”

Ook Harry de Graaf en Menno Stam denken niet dat de natuurliefhebber Texel straks beter kan mijden. Maar waakzaamheid blijft geboden. Stam: „Vroeger had je acht weken hoogseizoen. Tegenwoordig acht maanden.”