Valt het tegen in Rio? Nee, er zijn nog genoeg kansen voor de Nederlanders

Podiumplaatsen

Eigenlijk is er weinig reden tot gemopper: met negen medailles tot zondagavond doet Nederland het niet slecht. Maar waar komt dat negatieve gevoel toch vandaan? En waar liggen deze week nog kansen?

©

Een verklaring van de toenmalige chef de mission Charles van Commenée, dat eiste een aantal journalisten halverwege de Olympische Spelen, acht jaar geleden in Beijing. Er was nog maar een handvol medailles gewonnen. Of Van Commenée zich wilde verantwoorden voor die tegenvallende score.

Hij deed dat met frisse tegenzin, om een week later bij het opmaken van de eindbalans vast te stellen dat Nederland met zestien medailles (zeven goud, vijf zilver, vier brons ) en een twaalfde plaats in het medailleklassement voortreffelijk had gepresteerd.

Na die eerste week, met één gouden medaille voor het roeiduo Marit van Eupen en Kirsten van der Kolk, volgde de tweede week in Beijing een stortvloed aan medailles, met het goud van openwaterzwemmer Maarten van der Weijden en de waterpolovrouwen als uitschieters. De moraal van het verhaal: oordeel niet te vroeg over tegenvallende resultaten van de olympische ploeg.

In Rio de Janeiro ligt Nederland met negen medailles mathematisch op koers, maar desondanks heerst er achter de dijken een sfeer van ongenoegen. Het zou niet goed (genoeg) gaan.

Halverwege de Spelen past het beeld van negen medailles in het beeld van voorgaande Spelen (in Londen had Nederland er halverwege zes, in Athene twaalf) en is er eigenlijk weinig reden voor gemopper. Het negatieve beeld wordt vermoedelijk bepaald door tegenvallende resultaten in het zwembad en op de judomat, twee sporten die in het verleden veel eremetaal opleverden.

Van invloed op de negatieve beeldvorming is mogelijk ook dat twee min of meer verwachte gouden medailles niet werden gewonnen. Wielrenner Tom Dumoulin was niet de beste op de tijdrit en de vaak ongenaakbare judoka Kim Polling werd al in de eerste ronde uitgeschakeld door een sterke Japanse tegenstandster.

Ook dikke meevallers

Tegenover die tegenvallers stonden ook dikke meevallers. Vooral de olympische titel van baanwielrenster Elis Ligtlee was een positieve verrassing. De roeiploeg pakte goud, zilver en brons. En wielrenster Anna van der Breggen won een gouden (wegwedstrijd) en een bronzen (tijdrit) medaille.

De Olympische Spelen duren nog een week, zeven dagen waarin Nederland nog medailles kan winnen. Op de atletiekbaan liggen er nog kansen voor Dafne Schippers en Sifan Hassan. En vergeet de turners niet: maandag Sanne Wevers op balk en dinsdag verdedigt Epke Zonderland zijn olympisch titel aan de rekstok.

Dan zijn er nog de boksster Nouchka Fontijn, de BMX’er Niek Kimmann, de triatlete Rachel Klamer, de beachvolleyballers met twee ploegen in de kwartfinales en natuurlijk de zeilers, van wie Marit Bouwmeester stevig op goudkoers ligt.

Bij teamsporten zijn de verwachtingen van de twee hockeyploegen hooggespannen en zijn de handbalsters als de nummer twee van de wereld aan het olympische toernooi begonnen. Dat schept verwachtingen. En wie weet wordt de volleybalploeg de stuntploeg, zoals de waterpolosters dat in Beijing waren. Ze spelen sterk, overtuigend en dwingend.

De conclusie: er is nog hoop.