Rechterbeen gezocht (1)

‘Ai, Ray mi boi, wat kijk je somber… Het is weekend! Je meisje komt!” Zijn buurvrouw tante Lotti had haar scootmobiel zoals gewoonlijk dwars op de galerij van Bijlmerflat Geldershoofd gezet, zodat Ray Purperhart, rechercheur bij de politie in Amsterdam-Zuidoost, er niet langs kon zonder met haar een praatje te maken.

Charlotte (Lotti) Petronella Graanschuur was een stevige Surinaamse vrouw van in de zestig, met grijs-wit haar. Ze doorkruiste de hele Bijlmer dagelijks op haar scootmobiel, kende iedereen, sprak met iedereen. Ze claimde verre familie te zijn van Janice, de vriendin van Ray, die doordeweeks bij haar moeder woonde en in het weekend bij Ray. „Dat is het juist, tante Lotti”, zei Ray. „Ik heb piketdienst. Ze kunnen me oproepen, dus echt vrij ben ik niet. En juist dit weekend krijgt Janice te horen of ze een contract krijgt in Duitsland, om als solozangeres te zingen. We zouden het vieren, maar nu moet ik nuchter blijven. Janice was boos, ze wilde eerst niet komen.” „Ach Ray, leg je meisje in de watten. Neem haar lekker mee uit eten, dan komt het goed, zeg ik je, ” zei tante Lotti en draaide haar scootmobiel opzij.

Vrouwen. Mijn leven wordt er door beheerst, dacht rechercheur Ray Purperhart toen hij thuis in een stoel zakte. Om te beginnen zijn vriendin Janice Madretsma – Amsterdam spelled backwards, zei ze altijd in hotels – een trotse Surinaamse uit de Bijlmer. Zo lang Ray haar kende, vanaf de middelbare school, wilde ze soulzangeres worden. Beyoncé was nu haar grote voorbeeld. Maar verder dan talentenshows en soms een buurtoptreden, op het Gaasperplas Park festival binnenkort, kwam het niet. Ze werkte bij belbedrijven. Janice was nu 33, twee jaar jonger dan Ray, en wilde eindelijk doorbreken. En deze zondag zou ze horen of dat ging gebeuren. Dan zou ze van haar manager horen of ze drie maanden in Duitsland kon optreden als soulzangeres. Ze wilde dat Ray („Je bent mijn Beyoncé”, zei hij altijd) er dit weekend voor haar was. De piketdienst kwam slecht uit.

Rechercheur Anita Gankema, zijn collega en vaste teamgenoot op politiebureau Flierbosdreef, was een andere vrouw met aanzienlijke invloed op zijn leven. Zoals deze vrijdagmiddag, toen ze hem had meegesleept naar de lezing ‘Diversiteit en beeldvorming bij de politie’. Natuurlijk moest de politie diverser worden. Natuurlijk moesten de blanke vooroordelen van oude politiebazen, zoals zijn bijna gepensioneerde recherchechef Fred Bollekamp, bestreden worden. Maar Ray Purperhart, cacaokleurige zoon van een Nederlandse moeder en Surinaamse vader, was het zat om steeds gezien te worden als vertegenwoordiger van een etnische groep. Om keer op keer bij discussies over diversiteit, racisme en discriminatie betrokken te worden. Bovendien: voor de blanken was hij zwart. Maar voor Janice was hij een bounty, bruin van buiten, door en door wit van binnen.

Hij leefde zijn hele leven al in een gespleten wereld. Hij luisterde een kwartiertje naar Nol Fontein, hoofd voorlichting van de politie Amsterdam, en glipte weg. „Heeft de korpschef niet gezegd: ‘Ik ben bevreesd voor een beeld van de politie die niet pal lijkt te staan voor wie anders is’? Niet de huidskleur van een politieman, maar zijn houding bepaalt of hij gezag uitstraalt, blijkt uit onderzoek”, was het laatste wat hij hoorde.

(Wordt vervolgd)

De personages en gebeurtenissen in dit verhaal zijn verzonnen. Frits Abrahams keert eind augustus terug