Overstappen naar Denk? Geen denken aan

Ilhan Tekir heeft het geweten. Donderdag werd hij geïnterviewd in de Volkskrant onder de kop ‘Verzet tegen coup is toppunt van integratie’. De Turkse Nederlander, raadslid voor GroenLinks in Gorinchem, sprak zich uit voor de democratisch gekozen president van Turkije, bondgenoot en verdragspartner van Nederland. „Snappen wij in Nederland wat er die avond in Turkije gebeurd is”, zei Tekir. „Het parlement werd gebombardeerd!”

Partijgenoten namen zijn woorden niet licht op. De Amsterdamse fractievoorzitter Rutger Groot Wassink twitterde: „Je kunt nooit GroenLinkser EN Erdogan-aanhanger zijn. Uitgesloten.”

Ik belde Tekir om te vragen of er ruimte in de politiek is voor afwijkende meningen. Maar hij wilde niet meer in de krant. Ook twee andere moslims die soortgelijke problemen met hun partijleiding hadden gehad, zagen ervan af.
Nu zit ik aan tafel tegenover Naima Ajouaau, tot vorig jaar voor de PvdA lid van de Statenfractie van Noord-Holland. Zij is nooit in opspraak geraakt binnen de partij, maar sprak zich bijvoorbeeld wel uit tegen het verbod op ritueel slachten, terwijl haar fractie daarvoor was.

„Ik ben zo Nederlands als ik zou willen zijn”, zegt ze. „Beoordeel me op mijn totaal en niet op stukjes, zoals mijn etnische achtergrond of geloof.”

Waarom zegt ze dat? Naima Ajouaau groeide op in Heerhugowaard, in een witte wijk, op een witte school. Haar moeder werkte eind jaren zeventig bij de NOS-radio. Naima typte in goed Nederlands de draaiboeken uit. Ze voelde zich sterk en gesteund tegenover de migratievijandigheid van Hans Janmaat en de Centrumpartij.

Totdat haar zoon in groep 5 een opstel moest schrijven. Alle klasgenootjes mochten schrijven over de betekenis van Kerstmis. Alleen hij kreeg ‘de islam’ als onderwerp. Hij kwam boos thuis. „Jullie hebben tegen me gelogen. Jullie zeiden dat ik Nederlander was. Nu zegt iedereen dat ik Marokkaan ben.” Dat schreef hij ook in zijn opstel. Zijn ouders werden naar school gesommeerd. Dat was 2004.

„Er brak iets”, zegt Alouaau. „Alsof er ook tegen mij was gelogen. Toen kon ik kiezen: me verdrinken in verdriet en frustratie. Of vechten opdat mijn kinderen zich ook Nederlander zouden voelen. Ik besloot de politiek in te gaan.” Ze krijgt de afgelopen maanden dagelijks verzoeken van migranten, vooral jongeren, of ze niet wil overstappen naar Denk. Ze laat een e-mail zien: „Jij kunt het zo goed onder woorden brengen.”

Dat doet ze niet. „Ik ben tegen segregatie. Ik ben sociaal-democraat.” Vindt ze dat Ilhan Tekir de ruimte verdient die hij neemt? „Ja”, zegt ze. „Zolang hij maar democratisch is. Ik heb hem niet horen zeggen dat hij de zuivering na de couppoging ondersteunt.”

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.