Op de Spelen komt de killer boven

Windsurfen

Net als in Londen won Dorian van Rijsselberghe ook in Rio goud. De windsurfer is in staat alles te richten op waar het allemaal om draait: de Spelen.

Foto Brian Snyder/Reuters

Hij kon zelf amper bevatten dat hij het opnieuw had geflikt, met dezelfde overmacht als vier jaar geleden. Dorian van Rijsselberghe kroonde zichzelf ook in Rio de Janeiro tot olympisch kampioen windsurfen. De medalrace van zondag, die hij alleen nog netjes hoefde uit te varen, was daarmee een formaliteit. Maar niet voor Van Rijsselberghe, die ook die afsluitende race won en zijn gouden medaille extra glans gaf.

De 27-jarige windsurfer uit Texel herhaalde in de baai van Guanabara zijn stunt uit 2012, destijds voor de kust van Weymouth. Ook in Rio was Van Rijsselberghe meedogenloos voor zijn tegenstanders en verzekerde hij zich al voor de afsluitende race van het olympisch goud.

Daarmee werd hij de eerste windsurfer in de geschiedenis die zijn olympische titel prolongeerde. Van Rijsselberghe kon het nauwelijks geloven, toen hij vrijdag van het water kwam. „We zijn naar Rio gekomen met het uitgangspunt dat de hele toptien kan winnen. De omstandigheden zijn superlastig geweest. Dat we er dan zo bovenop komen is niet normaal.”

Hij had zijn coach, de Nieuw-Zeelandse oud-wereldkampioen Aaron McIntosh „een kusje op de wang” gegeven toen hij zich realiseerde dat niemand hem meer kon inhalen met nog één race te gaan. Van Rijsselberghe voerde de hele week een zware strijd met zijn Britse rivaal Nick Dempsey, vier jaar geleden ook zijn naaste belager. Maar Dempsey verliet ook Rio weer met een zilveren medaille.

Met acht zeges in dertien races in Rio bevestigde Van Rijsselberghe opnieuw zijn unieke capaciteiten als olympiër. Een vijfde plek, in zijn openingsrace, was zijn slechtste resultaat. Het niveau was hoog, wist hij. „Dempsey was bezig met een geweldige serie. Ik heb dat een paar keer de kop kunnen indrukken en ervoor gezorgd dat hij niet door bleef stomen. Het is me gelukt goed te blijven varen, hem ook. We zijn niet buiten de toptien gefinisht.”

Dominantie op de juiste momenten

Vooral zijn dominantie op de juiste momenten is indrukwekkend. En geen toeval. Hij is in staat alles te richten op die ene week waarop hij zijn zinnen heeft gezet. In niet-olympische jaren valt hem dat zwaarder. Niet voor niets werd hij pas één keer wereldkampioen, in 2011 in Perth.

In andere jaren laat hij zich weleens verrassen als hij de teugels wat laat varen. Dan straalt hij een kalmte uit die zeldzaam is onder topsporters. „Ik kan niet ontkennen dat ik lui ben”, zei hij eerder dit jaar in NRC, voor het WK in Eilat. „Maar niet op het moment dat het moet gebeuren. Ik ben vooral bezig met de Spelen. Dat gaat me goed af”, sprak hij een half jaar voor ‘Rio’.

Coach McIntosh heeft een andere naam voor die ‘luiheid’. Hij noemt de houding van zijn pupil „een hogere vorm van efficiency”. Want in olympische jaren komt de echte killer weer boven, zoals hij nu weer heeft bewezen. Onbarmhartig.

Alles toeleggen op die ene grote week, eens in de vier jaar. Anderhalf jaar van tevoren gaat de knop om, in zijn hoofd. „Niet meer buiten spelen”, noemt hij het zelf. Minder randzaken, minder tijd voor familie en vrienden op het Texelse strand bij Paal 17, waar hij opgroeide en leerde surfen. Minder tijd dus ook voor zijn vrouw en dochtertje in hun nieuwe thuis in Laguna Beach, onder Los Angeles.

Altijd reizen voor zijn droom

Van Rijsselberghe prijst zichzelf gelukkig dat hij het allemaal kan, altijd maar reizen voor zijn droom. „Ik heb het geluk dat de mensen om mij heen mij begrijpen en niet gefrustreerd raken. Ik voel me nooit verplicht dat ik naar hen moet uitreiken.”

Dat gas terugnemen, zoals hij deed na zijn overrompelende zegetocht bij de Spelen van Londen, gebeurt niet altijd bewust. De allround windsurfer maakte veel mee de afgelopen jaren. Hij trouwde in Vancouver met zijn Canadese vriendin, verhuisde naar Californië en werd vader. Bovendien brak Van Rijsselberghe in februari 2015 zijn pols bij een mountainbiketraining. Zijn voorbereiding op Rio liep vertraging op. „De polsbreuk was eigenlijk een heel mooie openbaring”, zegt hij nu. „Toen wist ik: alles moet nu in het teken staan van de Spelen. Als je nu een misstap maakt kun je niet meer vooraan varen.”

De afgelopen jaren bracht hij ook maanden door op het vervuilde water van Rio, samen met McIntosh en zijn Nederlandse trainingsmaat Kiran Badloe. Vanuit een eigen basis bij de jachtclub brachten ze elk detail, van de stromingen en de wind tot de invloeden van de heuvels rondom de baai, zo nauwkeurig mogelijk in kaart.

Maar hoe grondig zijn voorbereiding ook was geweest, hij vond vooraf dat er geen uitgesproken favoriet was in Rio. Vooral Dempsey gaf hij goede kansen. De Brit ging inderdaad de eerste dagen aan de leiding, maar moest zich vrijdagmiddag opnieuw bij de suprematie van Van Rijsselberghe neerleggen.

Na afloop van zijn race van vrijdag vertelde Van Rijsselberghe dat hij de hele week nog niet zo veel in het water was gevallen. „Dat was een beetje apart. Hoe het komt? Ik was moe, de spanning misschien. Ik wist dat ik een goede race moest varen en voor Dempsey moest eindigen.”

Van Rijsselberghe liet ook onder veranderlijke omstandigheden, zoals in Rio, zien dat hij een betere windsurfer is geworden. Constanter, minder afhankelijk van het weer. Alle fietstrainingen maakten hem sterker. Ook op het mentale vlak zette hij grote stappen. Hij eindigt de laatste jaren zelden buiten de toptien in zijn races – de sleutel tot zijn olympisch titels in Weymouth en Rio. Geen punten verliezen op een lastige dag, werd een van zijn motto’s. Dan vallen de tegenstanders vanzelf bij bosjes af. Ook in de baai van Guanabara had niemand er een antwoord op.