Olympisch kampioene, bizar!

Baanwielrennen

Baanrenster Elis Ligtlee won op indrukwekkende wijze de finale van het onderdeel keirin – helemaal niet haar specialiteit.

Elis Ligtlee gaat in de keirinfinale twee ronden voor de finish op kop rijden – aangemoedigd door bondscoach René Wolff – en wint zo op kracht de olympische titel. Foto Greg BAKER/AFP

Elis Ligtlee was pas negen jaar oud toen voor haar voor het eerst het Wilhelmus werd gespeeld, nota bene in Perth, Australië. In haar jeugd hoorde ze het volkslied zo vaak dat ze het wel kon dromen. Wereldkampioen BMX, of fietscross, werd ze vrijwel elk jaar, acht keer in totaal. Als meisje van twaalf droomde ze al van de Olympische Spelen, als BMX’er. Totdat vijf jaar geleden de regels werden veranderd – de fietscross moest sneller, spectaculairder, de fietscrossbanen werden achtbanen. Maar Ligtlee had er niks mee, het werd haar veel te gevaarlijk. „Ik had gewoon angst, met al die sprongen.”

Niks voor haar. Dus stapte ze over naar het baanwielrennen, een carrièreswitch die ze nu tot de betere beslissingen uit haar leven rekent. In het olympische velodrome van Rio de Janeiro werd de 22-jarige renster uit Eerbeek tot haar eigen verbazing olympisch kampioene op het onderdeel keirin. In een spectaculaire finale hield ze de Britse Rebecca James en de Australische Anna Meares knap achter zich. Ligtlee is de eerste Nederlandse olympisch kampioene op de baan sinds Marianne Vos. Die veroverde in Beijing (2008) goud op de puntenkoers.

Ligtlee is een reuzin op de fiets. Met haar lengte van 1,85 meter is ze een indrukwekkende verschijning tussen veelal kleine, beweeglijke rensters uit Groot-Brittannië, Duitsland of Australië. Maar als het op pure kracht aankomt, is niemand tegen haar bestand, zo werd zaterdag duidelijk door de indrukwekkende manier waarop ze goud won. Ligtlee ging twee ronden voor de finish op kop rijden en niemand kwam meer langszij. „Ongelooflijk”, stamelde ze op het middenterrein, de zware gouden medaille trots om haar nek. „Dit is bizar, ik heb eigenlijk nooit op hoog niveau de keirin gereden. En hier word ik gewoon olympisch kampioen.”

Gelukje

Het had maar een haar gescheeld of ze had de olympische finale van Rio niet eens gehaald. In de voorlaatste bocht van de halve finale lag Ligtlee eigenlijk al in verloren positie, toen het veld plotseling uiteenviel door de valpartij van een Colombiaanse concurrent, Martha Bayona Pineda.

De olympische stunt van Ligtlee, de eerste Nederlandse winnares op dit onderdeel, is juist zo verrassend omdat ze van ver moest komen dit jaar. Vorig jaar had ze grote indruk gemaakt met Europese titels op zowel de sprint als de keirin en met WK-zilver op de sprint. Maar in januari van dit jaar kwam ze zwaar ten val tijdens de Zesdaagse van Rotterdam, toen ze in het stuur van de Britse Victoria Williamson bleef haken. Door de smak, waarbij ze knock-out ging, liep ze een hersenschudding op en kneuzingen aan heup en benen. Overigens waren de gevolgen voor Williamson nog veel erger: zij brak haar bekken en kon een streep door de Spelen zetten.

De val hakte er niet alleen fysiek, maar ook mentaal in bij Ligtlee. Ze vond vooral steun bij René Wolff, de Duitser die al jaren bondscoach van de Nederlandse baanrenners is. „René heeft mij geholpen, hij is er altijd voor me geweest”, zei Ligtlee over haar herstelperiode. Maar in de nasleep daarvan viel haar WK in Londen tegen. „Dat was echt een domper. Dat merk je wel aan je zelfvertrouwen. Daarom is het ongelooflijk als je dan een paar maanden later olympisch goud behaalt.”

Ze kan het nog nauwelijks bevatten, als ze terugdenkt aan haar geringe internationale ervaring op het onderdeel dat jaren terug uit Japan kwam overwaaien. „Ik heb eigenlijk nooit op wereldniveau keirin gereden. Vorig jaar lag ik er op de WK al in de eerste ronde uit. Ik ben nooit ver gekomen.”

In de finale, verklapte ze achteraf, had ze eigenlijk gewoon op intuïtie gereden. In elk geval wilde ze niet meer het risico lopen dat ze, zoals in de halve finale, achter in het pelotonnetje van zes rijdsters opgesloten zou raken. „Dit was een alles-of-nikspoging”, zei ze naderhand. „Het werd alles. Ik moest nog een tweede keer aangaan voor de laatste bocht, want ik zag ze komen. Ik kon heel moeilijk uit het zadel komen, maar ik hield het vol tot aan de finish.”

Aanvankelijk dacht ze nog dat ze op de streep was gepasseerd door Rebecca James, maar op het grote scorebord werd de Nederlandse aangewezen als winnares. „Ik heb hier wel over gedroomd, ja. Goud is wel waarom je naar de Spelen gaat.”

Bondscoach Wolff had vol bewondering gekeken naar de rit van zijn pupil, ook al had hij wel wat foutjes bespeurd. Hij had in elk geval altijd geloofd in de capaciteiten van Ligtlee. „Ik wist dat, als alles op zijn plek valt, Elis olympisch kampioen kon worden. Dit is wat er in zit bij haar. Ze heeft vandaag met overmacht gewonnen en laten zien dat ze echt de sterkste was.”

Het hele pakket

Hij had genoten van de manier waarop Ligtlee haar tegenstanders had verslagen. „In het keirin spelen zo veel factoren mee, het is lastig om je positie te vinden. Dat heeft Elis keurig gedaan door zelf aan te gaan. Als je haar tegenstander bent lijkt het me verstandig dat je haar niet op kop laat rijden”, zegt hij glimlachend. „Zij is sterk genoeg om helemaal van kop af te winnen. Dan win je op indrukwekkende wijze een olympische finale.”

Volgens Wolff is Ligtlee, die in Rio ook nog uitkomt op het onderdeel sprint, nog niet aan het einde van haar ontwikkeling. „Ze is nog lang niet perfect”, zegt de Duitse oud-baanwielrenner. „Maar dat laat ook zien hoeveel potentie zij heeft. Elis is niet alleen een rijdster met sterke benen, het is het hele pakket: kracht, dynamiek, en het hoofd dat erop zit.”