Kromowidjojo was gewoon niet goed genoeg

Zwemmen

Vier jaar terug was ze nog de koningin van de Spelen, dit jaar vloeiden de tranen na een mislukte 50 meter vrije slag. Weer geen medaille.

Foto SANDER KONING/ANP

Voor het eerst in lange tijd vloeiden er tranen langs het zwembad. Voor Ranomi Kromowidjojo, vier jaar geleden de koningin van de Spelen in Londen, liep het olympische zwemtoernooi van Rio de Janeiro uit op een bittere teleurstelling.

De Groningse keert zonder medailles terug naar huis. Zaterdagavond, in een spectaculaire finale van de 50 meter vrije slag, werd ze zesde. De bezetting van het podium was een volstrekte verrassing. Het goud was voor de Deense Pernille Blume.

De tegenvaller voor Kromowidjojo levert een pijnlijk dieptepunt op voor het Nederlandse zwemmen. Voor het eerst sinds 1992 verlaat de ploeg de Spelen zonder ook maar één medaille in het 50-meterbad.

„Ik kwam hier voor goud”, zei ze, zichtbaar aangeslagen. „Ik heb niet goed genoeg gezwommen. Dat kan ik alleen mezelf verwijten. Op de 50 meter moet alles perfect zijn.”

Kromowidjojo zocht na haar successen in Londen lange tijd naar het niveau dat ze destijds haalde. Ze had het zwaar, na het vertrek van mentor Jacco Verhaeren naar Australië, verschillende trainerswisselingen en privébeslommeringen. Maar drie maanden geleden, tijdens de EK in Londen, in ‘haar’ olympische zwembad, kwam ze eindelijk weer in de buurt van het niveau van 2012. Het gaf haar het vertrouwen dat ze kansen had in Rio, want hoe hard de concurrentie ook zwemt, zij weet dat finales geen gewone races zijn. De falende zusjes Campbell vormden in Rio het bewijs. „Dit toont nog eens aan dat je het in de finale moet doen”, zei Kromowidjojo. „Net als op de 100 vrij heb je nu weer een heel vreemd podium.”

Kromowidjojo, die volgende week 26 wordt, bleef de afgelopen drie jaar uiterlijk altijd onbewogen als haar werd gevraagd of ze ooit nog zou meestrijden om de olympische medailles op haar favoriete nummers. Zaterdagavond liet ze in Rio voor het eerst merken dat ze zich had geërgerd aan die kritische opstelling, vooral vanuit de media. „Het is de afgelopen vier jaar wel lastig geweest”, zei ze. „Ik kreeg niet altijd even veel vertrouwen, ook niet binnen het zwemmen. Anderhalf jaar geleden hadden sommige media niet het vertrouwen dat ik hier nog zou staan, in Rio. Ik moest geen 100 meter zwemmen. Femke [Heemskerk, red.] zou winnen. Maar je ziet het, alles is anders geworden.”

Wat Kromowidjojo gaat doen met haar zwemcarrière weet ze nog niet. „Ik ga op vakantie, en dan goed nadenken. Vier jaar geleden kwam het gevoel snel terug. Als dat nu gebeurt ga ik door, anders is het over.”

Voor de Nederlandse zwemtop, en vooral zwembond KNZB, ziet de toekomst er weinig florissant uit na het debacle van Rio. Jarenlang werd het gebrek aan breedte in de nationale top verdoezeld door individuele successen van enkele internationale toppers, zoals Kirsten Vlieghuis (Atlanta 1996), Marcel Wouda, Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn (Sydney 2000 en Athene 2004), de estafettevrouwen (Beijing 2008) en Kromowidjojo (2012).

Het gevecht van Kromowidjojo leverde niets op en verder ging er te veel fout in Rio. De bond moet in actie komen. Sebastiaan Verschuren, Joeri Verlinden, Femke Heemskerk en Sharon van Rouwendaal zwommen onder hun niveau. Inge Dekker kon zichzelf niets verwijten vanwege een ernstige ziekte eerder dit jaar. Jongeren als Maarten Brzoskowski en Marrit Steenbergen zijn nog niet goed genoeg voor de internationale top. Pijnlijk is ook dat geen enkele Nederlandse zwemmer in Brazilië een persoonlijk record wist te zwemmen.

Vaststaat dat de strijd om de macht rond de nationale ploeg – technisch directeur Joop Alberda werd vlak voor Rio aan de kant geschoven – verre van bevorderlijk is geweest voor het sportieve klimaat. Wat dat betreft was de KNZB al rijkelijk laat met het hijsen van de stormbal.

Rio verlaten met een geslagen ploeg is pijnlijk voor het imago. Eerder dit jaar kreeg de bond al twee klappen toen beide waterpoloploegen vlak voor Rio strandden in de olympische kwalificaties.

De vooruitzichten geven weinig reden tot hoop. Kromowidjojo zwemt niet eeuwig door. Achter specialisten als Verlinden (vlinderslag) en Moniek Nijhuis (schoolslag) is het ver zoeken naar opvolgers. In Nederland zijn ook rugslagzwemmers zeldzaam. Verontrustend is verder dat de zestien leden van de nationale jeugdploeg een maand geleden zonder één medaille terugkeerden van de Europese jeugdkampioenschappen in Hongarije.

De laatste hoop in Rio is gevestigd op de openwaterzwemmers Van Rouwendaal en Ferry Weertman. Zij komen maandag en dinsdag in actie. Dat het in het nationale topzwemmen tijd is voor een nieuwe koers, heeft ‘Rio’ pijnlijk duidelijk gemaakt.