Kromowidjojo geeft de schuld aan zichzelf

Vier jaar terug was ze nog de koningin van de Spelen in Londen, dit jaar vloeiden de tranen na een mislukte 50 meter vrije slag.

Foto: Sander Koning/ANP

Voor het eerst in lange tijd vloeiden er tranen langs het zwembad. Voor Ranomi Kromowidjojo, vier jaar geleden de koningin van de Spelen in Londen, liep het olympische zwemtoernooi van Rio de Janeiro uit op een bittere teleurstelling.

De Groningse sprintster had het zich heel anders voorgesteld, de laatste avond in het volle sfeervolle zwemstadion van Rio, maar zij keert zonder medailles terug naar huis. Zaterdagavond, in een spectaculaire finale van de 50 meter vrije slag, leek ze lange tijd af te stevenen op het goud, maar toen het opspattende water was neergedaald zag Kromowidjojo, tot haar verbijstering, plaats 6 achter haar naam.

De bezetting van podium was, net als eerder in de week na de 100 vrij, een volstrekte verrassing. Het goud was voor Pernille Blume (24,07), een Deense sprintster die vorig jaar was gestopt. Zij versloeg op de laatste centimeters de Amerikaanse Simone Manuel (24,09) en de Wit-Russische Aliaksandra Herasimenia (24,11). Kromowidjojo kwam niet verder dan 24,19. De Australische zusjes Cate en Bronte Campbell, op papier de snelsten, zakten opnieuw voor hun olympische examen.

Falende zwemploeg

De tegenvaller van Kromowidjojo, die ook op de 100 vrij al naast het podium was beland, levert een pijnlijk dieptepunt op voor het Nederlandse zwemmen. Voor het eerst sinds 1992 verlaat de ploeg de Spelen zonder ook maar één medaille in het 50-meterbad. TeamNL haalde slechts twee individuele finales in Rio, allebei dankzij Kromowidjojo.

De pijn van het verlies was af te lezen van het gezicht van Kromowidjojo. Zij werkte vier jaar hard, maar achteraf tevergeefs, om haar prestaties van Londen te benaderen. ,,Ik kwam hier voor goud”, zei ze zaterdagavond tegen de schrijvende pers, zichtbaar aangeslagen. ,,Ik heb niet goed genoeg gezwommen. Dat kan ik alleen mezelf verwijten. Op de 50 meter moet alles perfect zijn.”

Kromowidjojo had de afgelopen dagen zoveel vertrouwen gekregen in een succesvolle afsluiting van het zwemtoernooi dat ze geschokt was toen ze na het aantikken het scorebord zag. ,,Dan zie je geen 1 staan, en ook geen 2, en ook geen 3. Dat is echt heel verschrikkelijk. Met lege handen naar huis, dat is niet waar ik op had gehoopt. Het traject is goed gegaan, de mindset is goed, fysiek is goed. Maar het is niet goed genoeg. Ik kan alleen mezelf de schuld geven.”

Vertrek Verhaeren

Kromowidjojo zocht na haar successen in Londen lange tijd naar het niveau dat ze destijds haalde. Ze had het zwaar, na het vertrek van mentor Jacco Verhaeren naar Australië, verschillende trainerswisselingen en privébeslommeringen. Maar drie maanden geleden, tijdens de EK in Londen, nota bene in ‘haar’ olympische zwembad, kwam ze eindelijk weer in de buurt van het niveau van 2012. Het gaf haar het vertrouwen dat ze kansen had in Rio, want hoe hard de concurrentie ook zwemt, zij weet als geen ander dat finales geen gewone races zijn. De falende zusjes Campbell vormden in Rio het levende bewijs. ,,Dit toont nog eens aan dat je het in de finale moet doen”, zei Kromowidjojo. ,,Net als op de 100 vrij heb je nu weer een heel vreemd podium.”

Kromowidjojo, die volgende week 26 wordt, bleef de afgelopen drie jaar uiterlijk altijd onbewogen als haar werd gevraagd of ze ooit nog zou meestrijden om de olympische medailles op haar favoriete nummers. Maar zaterdagavond liet ze in Rio ivoor het eerst merken dat ze zich had geërgerd aan die kritische opstelling, vooral vanuit de media. ,,Het is de afgelopen vier jaar wel lastig geweest”, zei ze. ,,Ik kreeg niet altijd even veel vertrouwen, niet van de media, ook niet binnen het zwemmen. Anderhalf jaar geleden hadden sommige media niet het vertrouwen dat ik hier nog zou staan, in Rio. Ik moest geen 100 meter zwemmen. Femke [Heemskerk, red.] zou winnen. Maar je ziet het, alles is anders geworden.”

De toekomst van het zwemmen

Wat Kromowidjojo gaat doen met haar zwemcarrière weet ze nog niet. ,,Ik ga op vakantie, en dan goed nadenken. Vier jaar geleden kwam het gevoel snel weer terug. Als dat nu gebeurt ga ik gewoon door, anders is het over.”

Voor de Nederlandse zwemtop, en vooral zwembond KNZB, ziet de toekomst er weinig florissant uit na het debacle van Rio. Jarenlang werd het gebrek aan breedte in de nationale top verdoezeld door individuele successen van enkele internationale toppers, zoals Kirsten Vlieghuis (Atlanta 1996), Marcel Wouda, Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn (Sydney 2000 en Athene 2004), de estafettevrouwen (Beijing 2008) en Kromowidjojo (2012).

Omdat het dappere gevecht van Kromowidjojo uiteindelijk niets opleverde wordt de bond gedwongen tot actie. Er ging te veel fout in Rio. Zwemmers als Sebastiaan Verschuren, Joeri Verlinden, Femke Heemskerk en Sharon van Rouwendaal zwommen onder hun niveau, Inge Dekker kon zichzelf niets verwijten in een jaar waarin ze werd getroffen door een ernstige ziekte. Jongeren als Maarten Brzoskowski en Marrit Steenbergen zijn nog niet goed genoeg voor de internationale top. Pijnlijk is ook dat geen één Nederlandse zwemmer in Brazilië een persoonlijk record wist te zwemmen.

Vast staat dat de strijd om de macht rond de nationale ploeg - technisch directeur Joop Alberda werd vlak voor Rio aan de kant geschoven - verre van bevorderlijk is geweest voor het sportieve klimaat. Wat dat betreft was de KNZB al rijkelijk laat met het hijsen van de stormbal.

Klap op klap voor de zwembond

De bond was dit jaar druk bezig met de invoering van ,,een nieuwe frisse huisstijl”, inclusief een oranje leeuw met blauwe manen als nieuw logo, waar het beter de aandacht kan richten op het opleiden en ontwikkelen van jong talent. Rio verlaten met een geslagen ploeg betekent een pijnlijke klap voor het imago. Eerder dit jaar kreeg de bond al twee klappen in het gezicht toen beide waterpoloploegen in het zicht van de haven van Rio strandden in de olympische kwalificaties.

De vooruitzichten geven weinig reden tot hoop. Kromowidjojo zwemt niet eeuwig door. Achter specialisten als Verlinden (vlinderslag) en Moniek Nijhuis (schoolslag) is het ver zoeken naar opvolgers. In vrijeslagland Nederland zijn rugslagzwemmers net zo zeldzaam. Verontrustend is ook dat de zestien leden van de nationale jeugdploeg een maand geleden zonder ook maar één medaille terugkeerden van de Europese Jeugdkampioenschappen in Hongarije.

De laatste hoop in Rio is gevestigd op de openwaterzwemmers Van Rouwendaal en Ferry Weertman. Zij strijden maandag en dinsdag voor een medaille in de hoge golven onder Fort Copacabana. Maar dat het in het nationale topzwemmen tijd is voor een nieuwe koers, dat heeft Rio pijnlijk duidelijk gemaakt.