Het is een mysterie wat Dafne Schippers mankeerde

De atlete werd zaterdag vijfde op de 100 meter. Wat was er met haar aan de hand?

Foto: Olaf Kraak/ANP

Het is cryptisch en fysiek en het heeft Dafne Schippers zaterdagnacht op de Olympisch Spelen in Rio de Janeiro waarschijnlijk van een medaille op de 100 meter afgehouden. Rara wat is het? Noch de atlete, noch haar coach Bart Bennema wilde in detail treden. ,,Want dat gaat jullie niks aan”, zei de trainer.

Het blijft een mysterie wat Schippers mankeerde, want Bennema wilde niet verder gaan dan ,,dat er de afgelopen week tijdens een training onverwachts iets geks met Dafnes lijf is gebeurd.” En wel zodanig, dat de coach vreesde voor een terugkeer naar Nederland.

Ontgoochelde sportvrouw

Het resultaat van die onbenoemde ellende: de vijfde plaats. De tegenslag greep Schippers dusdanig aan dat ze bijna op sprintsnelheid langs de journalisten snelde. Haar lichaam sprak de taal van een ontgoochelde sportvrouw en ze moest haar lippen krachtig samenpersen om tranen te weerstaan. Ze was zo netjes een korte uitleg over haar teleurstellende race te geven, maar het liefst was ze linea recta naar een plek gelopen waar ze in alle rust haar woede kon uit en haar pijn kon verbijten.

Superkut, dat was. En nog eens: superkut. Zeer ongebruikelijk woorden uit de mond van de doorgaans beleefde sprintster. Maar haar gevoelens bracht ze er helder mee onder woorden. ,,Geen idee wat er misging”, stamelde ze. ,,Ik moet er nog over nadenken.” En ter geruststelling van iedereen die hoge verwachtingen van haar heeft: ,,Ik verwacht geen problemen voor de 200 meter.”

De fysieke problemen die ze tussen neus en lippen benoemde wilde Bennema naderhand niet duiden. ,,Omdat Dafne het niet heeft verteld en wij de concurrentie niet wijzer willen maken.”

Voor zover uit het raadselachtige verhaal van Bart Bennema iets te reconstrueren valt, zou haar ‘fysieke probleem’ iets met haar zwakke rug te maken kunnen hebben. Het was volgens de coach geen spier, geen gebit en geen ongesteldheid. De benen? Bennema negeerde die vraag.

Als het Schippers in de rug is geschoten heeft dat zijn weerslag op de benen. Ze heeft van nature een zwakke rug en wordt daarvoor regelmatig behandeld door de orthomanuele arts Aart van de Bunt uit Amsterdam.

Geen verbetering in finale

Wat er ook gebeurd is, de realiteit is dat Schippers zaterdagnacht niet topfit aan de start verscheen. Ze redde zich nog wel in de halve finales, maar die race maakte al duidelijk dat ze niet in goeden doen verkeerde. Ze zou zich in de finale sterk moeten verbeteren, wilde ze een medaille winnen. Een veeg teken.

Maar in de finale haperde het bij de atlete opnieuw. Haar start was niet zoals maanden was geoefend en ze kreeg niet haar befaamde versnelling op de laatste 40 meter uit de benen. Bijzonder, want Schippers is het type sprintster dat zich juist in finales verbetert; dan pleegt ze haar beste prestaties te leveren.

Maar niet in Rio de Janeiro, waar ze moest accepteren dat de Jamaicaanse Elaine Thompson zich tot nieuwe olympische sprintkampioene (10,71) kroonde, de Amerikaanse Tori Bowie zilver (10.83) pakte en Shelly-Ann Fraser-Pryce uit Jamaica na twee gouden medailles zich tevreden moest stellen met een bronzen plak (10,86). Schippers werd vijfde in 10,90, nog achter Marie-Josee Ta Lou uit Ivoorkust (10,86).

Het fysiek euvel is volgens Schippers en Bennema intussen door de medische staf van de olympische ploeg verholpen, zodanig dat ze dinsdag en woensdag pijnvrij haar races op de 200 meter kan lopen, de afstand waarop ze vorig jaar in Beijing wereldkampioen werd.

Het is onder controle en de pijn is weg, zegt Bennema stellig. ,,Als ik haar trainingsarbeid zie, maak ik me geen zorgen over haar 200 meter. Die loopt ze hoe dan ook altijd beter dan de 100 meter. En de zesde race, die op de 200 meter, is de belangrijkste van de Olympische Spelen, hebben we altijd tegen elkaar gezegd. En dat geldt nog steeds.”