Een liesblessure die haar bijna de Spelen kostte

Atletiek

Door een gekwetste lies liep Dafne Schippers een bijna zekere medaille mis op de 100 meter. „De opbouw van de race klopte niet meer.”

Foto ANP / Robin Utrecht

Gaat Dafne Schippers fit en hongerig naar de Olympische Spelen in Rio, schiet twee dagen voor haar eerste race op de 100 meter de pijn in haar linkerlies. Haar primaire reactie: daar gaan mijn Spelen. En die van haar coach Bart Bennema: we kunnen vervroegd naar huis. Uiteindelijk valt de schade mee, maar een podiumplaats op de 100 meter heeft de sprintster er zaterdagnacht vrijwel zeker mee verspeeld.

Wat een ellende voor een kansrijke sportvrouw, die zich minutieus op de Spelen heeft voorbereid. Zij en haar coach hadden een jaar geleden op de WK in Beijing vastgesteld dat het gaatje met de concurrentie op de 100 meter alleen gedicht kon worden als Schippers haar starttechniek zou verfijnen. Simpel gesteld: ze moet sneller uit de startblokken schieten, waarna haar fenomenale acceleratie op de laatste 40 meter voor een mooi slotstuk moet zorgen.

Een gekwetste sprinter, hoe licht ook, is eigenlijk bij voorbaat kansloos voor een medaille. Dat bleek zaterdag in de onbarmhartige praktijk, waar Schippers nog wel de finale haalde, maar in de strijd om de medailles niet die vereiste snelle start kon realiseren en al helemaal niet kon versnellen. Het was in feite een klein wonder dat ze een tijd van 10,90 seconden liep en vijfde werd. Maar daar is Schippers niet tevreden mee. Ze wil winnen, altijd en overal.

De gemiste medaille greep Schippers emotioneel dusdanig aan dat ze na haar race bijna op sprintsnelheid langs de journalisten snelde. Haar lichaam sprak de taal van een ontgoochelde sportvrouw en ze moest haar lippen krachtig samenpersen om de tranen te weerstaan. Ze was zo netjes een korte uitleg over haar teleurstellende race te geven, maar het liefst was ze linea recta naar een plek gelopen waar ze in alle rust haar frustraties kon uiten en haar pijn kon verbijten. Even alleen, even geen uitleg.

Superkut, dat was het, zei ze. Zeer ongebruikelijke woorden uit de mond van de beschaafde en doorgaans keurig formulerende Schippers. Maar haar gevoelens bracht ze er helder mee onder woorden. Ze openbaarde niet haar liesblessure, maar zei alleen dat ze werd gehinderd door fysiek ongemak.

Dat Bennema haar ‘fysieke probleem’ aansluitend niet wilde duiden, heeft te maken met de afspraak dat hij medische informatie pas met toestemming van de sprintster naar buiten brengt. En hij had haar voorafgaande aan zijn perspraatje nog niet gesproken. De trainer kon op dat moment niet anders dan cryptisch blijven en ter bemoediging vertellen dat Schippers fit genoeg zal zijn voor de 200 meter, het nummer waarop ze wereldkampioen is.

Een dag later, als Schippers en Bennema de 100 meter samen hebben geëvalueerd, geeft Schippers openheid van zaken. Niet zelf, maar via haar coach, die telefonisch uitlegt wat er in aanloop naar de 100 meter is gebeurd.

De chronologie van Bennema: „Woensdag, twee dagen voor Dafnes eerste race schoot het bij een acceleratie tijdens de warming-up in haar lies. De pijn zat in de aanhechting van een spier. Ik dacht eerst het ergste, maar het bleek uiteindelijk mee te vallen. Dankzij een intensieve behandeling van onze medische staf kon ze zaterdag redelijk makkelijk de series lopen. Overigens wisten we dat pas na de warming-up.”

Podium was haalbaar geweest

Bennema vervolgt: „Daags voor de halve finale was Dafne nog zoekende en wisten we opnieuw na de warming-up dat ze er klaar voor was. Die race verliep goed, maar in de finale kwam ze net die paar procenten tekort om mee te doen om de medailles. Ik zal niet beweren dat een fitte Dafne goud had gewonnen, maar het podium was zeker haalbaar geweest.”

De pijn in de lies, doceert Bennema, is van invloed op het coördinatievermogen van een sprintster. „Het is te vergelijken met een enkelverzwikking. Dan duurt het even voor die coördinatie terug is. Ze kwam niet in haar ritme, waardoor de opbouw van de race niet meer klopte. Dafne zei zelf het gevoel te hebben dat ze een stap miste.”

In Bennema’s ogen is het een klein wonder dat ze er nog een tijd van 10,90 seconden wist uit te persen. Meer zat er zaterdag simpelweg niet in. De ware en meest begeerde sprinttitel ging naar de Jamaicaanse Elaine Thompson in een tijd van 10,71. De Amerikaanse Tori Bowie pakte zilver (10,83) en good old Shelly-Ann Fraser-Pryce uit Jamaica, de titelverdedigster, won brons in plaats van haar derde gouden medaille op rij. Haar tijd lijkt voorbij.