Arnon Grunberg werkt veertien dagen in slachthuizen. “Vandaag slachten we 11 schapen, 2 pony’s, 21 runderen en 17 varkens.”

Schrijver Arnon Grunberg werkt deze zomer in slachthuizen

5/14

De Fransen maken salami van pony’s

Arnon Grunberg

Vandaag slachten we 11 schapen, 2 pony’s, 21 runderen en 17 varkens. „Die pony’s zijn moddervet,” zegt Bob Bakker, eigenaar van Abattoir Noord-Holland, „in Frankrijk maken ze er salami van, maar in Nederland is er geen markt voor. Dat wordt dierenvoedsel.”

„Hoezo slachten we pony’s?” informeer ik.

„De eigenaar kreeg Q-koorts, die kon ze niet meer onderhouden.”

Alle dieren hebben een uniek identificatienummer waardoor je in theorie altijd zou kunnen nagaan welk sukadelapje bij welke koe hoorde, maar paarden en pony’s hebben namen. Vandaag slachten we Sabrina en Pebbels. De paardenpaspoorten liggen op tafel – pony’s gelden als paarden. Straks, als de dieren gekeurd zijn, worden de paardenpaspoorten met een perforator ongeldig gemaakt, vermoedelijk om misbruik van het paardenpaspoort te voorkomen.

Het wordt langzaam licht, er hangt dauw boven de velden.

„Heb je goed geslapen?” vraag ik aan Bob.

„Ik lag lekker tegen ’t kippetje aan,” antwoordt Bob. Mensen zijn voor hem ook dieren. Wat ziet hij in mij? Een vos die ’s avonds de vuilnisbakken in een Vinex-wijk afstruint?

Van beneden klinkt het geluid van de slijpmachine. Alsof een zwaar beladen goederenlift langzaam omhoog wordt getrokken.

Eerst de varkens.

„Er werken bijna geen vrouwen in de slacht,” zeg ik tegen Bob.

„In de grote industriële slachterijen wel,” antwoordt Bob. „Poolse vrouwen. Vaak nog mooi om te zien ook. Wat ze hier verdienen is een godsvermogen daar.” In minder dan een halfuur tijd zijn vier varkens dood. Ik verbaas me hoe snel de dood went. Alsof ik al jaren in kaplaarzen door bloed, vet en ingewanden rondbanjer. Als je moet worden wie je bent, dan weet ik wie ik ben: een zelfbewuste, beschaafde moordenaar.

Alleen de radio went niet. Ik zou willen slachten met Tsjaikovski, de finale van Het Zwanenmeer.

Een jongeman met een verstandelijke beperking werkt als knecht om de hokken schoon te maken. Ook begeleidt hij, soms met een stroomstok, de koeien naar de kooi waar ze hun transformatie naar entrecote beginnen.

Ik zie de kwetsbaarheid van het bestaan onder ogen. Er valt niet goed mee te leven.

Mijn geliefde wacht op me in het hotel. Staand in het bloed besluit ik dat ik het met haar zal uitmaken. Dan bedenk ik me, ik wil haar dood neuken. Ik zal het bed veranderen in een zee van darmen, longen, nieren, bloed en stront.

Nog nooit ben ik zo geil geweest als in het slachthuis.

Lees ook het interview met Grunberg over deze serie: ‘Ik wil de dood in het gezicht zien’