De adductor van Dafne

Verlost van pijn blijft Schippers kanshebber voor een medaille op de 200 meter. In baan 4, het liefst met slapende linkerlies.

Door loting was haar baan 9 aangewezen. Dafne Schippers, verbannen naar de vluchtstrook. Links van je raast het verkeer voorbij, rechts ligt een niemandsland.Een paar minuten voor de finale zag ik Schippers terugwandelen naar het blok, na een proefstart die grotere betekenis had dan de hele wereld kon vermoeden. Al een paar dagen had ze – zo bleek later – last van haar linkerlies. Ze had snel nog even getest hoe dat opspelende kreng zich hield.

Er lag iets kleins op haar baan. Een aangewaaid papiertje wellicht. Bij het teruglopen schopte ze ertegenaan. Het leek toen op het streven naar perfectie. Een schone baan. Alles moet kloppen. Zoals Schippers ook de nummerstickers op haar dijen deels onder haar broekje deed om te voorkomen dat ze los zouden fladderen.

Na de lach op haar gezicht na de series had ik goede hoop, na de verbeten laatste meters om concurrente Shelly-Ann Fraser-Pryce bij te houden kreeg ik twijfel. In de finale ontbrak de ontspanning.

Schippers had besloten de blessure stil te houden. Ze liep rond met een geheim terwijl de kwaliteit van haar sprint juist was dat ze nergens aan hoefde te denken.

Alleen maar zweven en genieten.

Na een dagje speculeren kwam de bron van ellende naar boven: Schippers had last van haar „adductoren”. Meteen de medische encyclopedie opengeslagen. Waar zaten de lastpakken verscholen die het nationale volksfeest verstoorden?

Ik zag ze als rode streepjes op het plaatje afgebeeld, tussen bovenbeen en romp: de adductor longus, adductor brevis, adductor magnus. Dat die elastiekjes het uitgerekend in de tweede week van augustus 2016 lieten afweten.

Met de wetenschap van de blessure, de onrust in haar hoofd en de verbanning naar de buitenbaan was de tijd van Schippers nog heel goed. Nooit had een vrouw goud gewonnen vanuit baan 9. Fanny Blankers-Koen, Gail Devers, Marion Jones, Shelly-Ann Fraser en nu Elaine Thompson; ze liepen naar hun olympische overwinning in het centrum van de baan.

Schippers’ slechte humeur na afloop was voorstelbaar.

„Superkut”, zei ze, tot drie keer toe.

Het is allemaal de schuld van de adductoren. Het woord ging me steeds meer tegenstaan. Adductoren, het deed denken aan een benaming voor op tilt geslagen prehistorische wezens uit Jurassic Park.

Tijdens een training van Dafne Schippers heb ik kunnen zien hoe efficiënt de fysiotherapeuten te werk gaan. Een paar aanwijzingen van haar en ze wisten waar ze het moesten zoeken. Drukken, masseren, trekken en het ging al beter. Ze zullen de adductoren aanvallen, met hun duimen en vingers.

Verlost van pijn blijft Schippers kanshebber voor een medaille op de 200 meter. In baan 4, het liefst met slapende linkerlies.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.