Beleggingsdebacle bij Delta Lloyd bevestigt noodzaak van een strenge toezichthouder

Verzekeraar Delta Lloyd leed tussen 2010 en 2015 een kolossaal verlies van 100 miljoen euro op beleggingen in Amerikaanse levensverzekeringen. Dat is zuur, maar minstens zo opmerkelijk is dat een groot, beursgenoteerd bedrijf als Delta Lloyd een omvangrijke belegging als deze liet lopen via een klein bedrijf in Bussum waar de verzekeraar onvoldoende zicht op had. Door fraude bij een herverzekeraar bleken de risico’s van de belegging achteraf niet goed afgedekt en ging Delta Lloyd het schip in.

Het beleggen van premie-inkomsten van klanten is een kernactiviteit van Delta Lloyd, net als van alle verzekeraars. Polishouders mogen ervan uitgaan dat dit op prudente wijze gebeurt en dat de verzekeraar het beheersen van de beleggingsrisico’s die daarbij horen serieus neemt. Dat is in dit geval onvoldoende gebeurd.

Delta Lloyd heeft een verleden als het om scherp beleggen gaat. Met toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) lag het jarenlang in de clinch over het beleggingsbeleid, dat weliswaar succesvol was – Delta Lloyd had tijdens de financiële crisis als enige grote verzekeraar geen staatssteun nodig – maar volgens DNB te veel risico’s met zich meebracht.

De beleggingen in Amerikaanse levensverzekeringen waar het concern zo’n fors verliep op heeft geleden, is een sprekend voorbeeld van de praktijk waar DNB op doelde. Kritiek die aan dovemansoren was gericht. Delta Lloyd bleef zijn beleggingsbeleid lange tijd hartstochtelijk verdedigen.

De ruzie tussen DNB en Delta Lloyd ging uiteindelijk zo ver dat de toezichthouder het vertrouwen in de belangrijkste bestuurders verloor en voor Nederlandse begrippen keihard optrad. DNB eiste het vertrek van financieel directeur Emiel Roozen en legde het concern een recordboete van 23 miljoen euro op.

Inmiddels heeft Delta Lloyd een nieuwe leiding, die is begonnen aan het doorvoeren van een conservatiever beleggingsbeleid. Het risicomanagement is verscherpt, wat ook tot uitdrukking komt in de samenstelling van de raad van commissarissen van het concern. Dat valt te prijzen. De samenwerking met de Bussumse tussenpersoon waarmee het debacle begon, is beëindigd.

Het valt te hopen dat er geen andere beleggingsdrama’s uit het verleden op het bord van het nieuwe Delta Lloyd-management liggen. Beleggen is per definitie een riskante bezigheid. Juist daarom is van belang dat de interne controlemechanismen optimaal werken. Daar heeft het bij Delta Lloyd aan ontbroken.

De affaire bewijst nog eens de juistheid van de uitbreiding van de toezichthoudende functie van De Nederlandsche Bank. Aan deze toezichthouder nu de taak er streng op toe te zien of het concern zijn leven ook werkelijk gebeterd heeft.