Als de patiënt een terrorist is

Medisch beroepsgeheim Artsen krijgen vaker te maken met potentieel gevaarlijke patiënten, die bijvoorbeeld dreigen met terreur. Psychiater Denys: „Wij moeten inschatten hoe reëel de dreiging is.”

Foto Koen Suyk/ANP

Psychiater Damiaan Denys zit in zijn spreekkamer, en een patiënt dreigt met een terroristische aanslag. De patiënt hoort stemmen, denkt dat hem wordt opgedragen een bomaanslag te plegen. Een aanval op een kerk, moskee of synagoge. Kruip eens in het hoofd van deze psychiater. Waar stopt het waanidee van de patiënt, waar worden zijn plannen concreet, en waar begint het gevaar voor de samenleving? Wanneer waarschuwt Damiaan Denys de politie?

Artsenfederatie KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst) wordt meerdere keren per maand gebeld door artsen die te maken krijgen met potentieel gevaarlijke patiënten – die bijvoorbeeld dreigen met terrorisme. Dat is veel vaker dan voorheen; toen dat nog maar één of twee keer per jaar gebeurde. De artsenfederatie merkt dat medici zich afvragen wanneer ze hun beroepsgeheim mogen doorbreken.

De artsenfederatie is duidelijk: dat mag alleen bij direct, concreet gevaar. Een wettelijke meldplicht voor artsen om justitie te informeren over geplande strafbare feiten – waarover momenteel in Duitsland wordt gedebatteerd – ziet de KNMG niet zitten. In een verklaring stelt de artsenkoepel dat de arts alleen „bij wijze van hoge uitzondering” het beroepsgeheim kan doorbreken. „Zonder beroepsgeheim stellen patiënten een bezoek aan de arts misschien uit en vertellen ze de arts waarschijnlijk niet meer alles wat hen dwarszit. Dat is onwenselijk en gevaarlijk, voor de patiënt en voor de samenleving als geheel. Een meldplicht schiet zijn doel voorbij. De arts wordt zo een soort verlengstuk van justitie.”

Waanbeelden

Bedreigingen, moord, zelfmoord en ook terreur zijn onderwerpen die in spreekkamers van psychiaters dagelijks onderwerp van gesprek zijn, vertelt Damiaan Denys. Hij is voorzitter van zijn beroepsgroep, de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. De richtlijn klinkt eenvoudig, zegt hij, maar de praktijk is dat niet. „Het komt erop neer dat wij zelf moeten inschatten hoe reëel de dreiging is. In welke mate help ik de maatschappij als ik dit ga melden, en in hoeverre zou dat de patiënt schaden?”

Dat terrorisme een thema is in de spreekkamer van de psychiater, is ergens logisch. De thematiek van een psychose, bijvoorbeeld, past dikwijls in een maatschappelijke context. In een tijd van veel terroristische aanslagen komen psychiaters naar verhouding vaker een patiënt tegen die denkt hiertegen te moeten optreden, of patiënten die ervan overtuigd zijn zelf slachtoffer te worden van terreur. Mensen die ernstig in de war zijn kunnen denken dat ze contact hebben met de paus om voor wereldvrede te zorgen, of ervan overtuigd zijn dat terreurgroepering IS werd opgericht om hén te doden.

Denys: „Ernstig verwarde mensen pikken dit soort thema’s op. Wanneer zij zelf dreigen met geweld is voor ons vaak volstrekt duidelijk dat het niet concreet is. Maar soms zijn hun waanbeelden heel subtiel, en de dreiging die zij uiten ook. Dan komt het neer op ervaring van de psychiater, op de professionaliteit van de arts. Terreur is in die zin nog een klein thema; dit dilemma hebben wij veel vaker bij patiënten die dreigen zelfmoord te plegen. Meestal schatten we het goed in, en kunnen we voorspellen of het reëel is en concreet. Maar soms gaat dat mis.”

Conflict

Toosje Valkenburg, huisarts in De Bilt, houdt zich altijd aan één les als het gaat over het beroepsgeheim. De les van de dronken man. Komt justitie haar vragen stellen over een patiënt die dronken een ongeluk heeft veroorzaakt, dan zegt ze niets. Ziet ze diezelfde patiënt dronken in een auto stappen, dan neemt ze contact op met de politie. „Ik ga justitie niet helpen met een veroordeling, dat botst met mijn beroepsgeheim. Maar als er potentieel gevaar is voor onschuldige anderen, dan noemen we dat een conflict van plichten, en dan grijp ik in.”

Doorvragen

Valkenburg heeft meegemaakt dat patiënten dreigen een collega-arts te vermoorden wanneer die een medische fout heeft gemaakt. ‘Als ik hem voor de auto krijg, dan rijd ik door’, zeggen ze dan. Of: ‘Ik krijg hem nog wel te pakken.’ Als dat gebeurt, dan vraagt Valkenburg verder. „Wij zijn getraind in het inschatten van gevaar. Wanneer patiënten dreigen zichzelf iets aan te doen – ‘ik wil niet meer leven’ – moeten we ook inschatten hoe reëel dat is. Doorvragen dus, kijken of er concrete plannen zijn. Als dat zo is, dan kan ik erover denken de politie te waarschuwen.”

Dat waarschuwen van politie of justitie is voor artsen een risico. De tuchtrechter toetst „zeer strikt” of de arts wel een goede reden had het beroepsgeheim te schenden, stelt de artsenfederatie. Ook wanneer een patiënt in de spreekkamer vertelt dat hij in het verleden betrokken was bij een terreurdaad, dan mag een dokter dat niet melden: „Hoe moreel verwerpelijk een arts dit persoonlijk ook vindt en zou willen meehelpen om de dader te straffen.”