Holland Acht toch wel trots op brons

Pas na de huldiging en de vele felicitaties van familie en roeivrienden verdween het katterige gevoel dat de acht roeiers en hun stuurman onmiddellijk na de finish bekroop.

Dirk Uittenbogaard, Boaz Meylink, Kaj Hendriks, Boudewijn Roell, Olivier Siegelaar, Tone Wieten, Mechiel Versluis, Robert Luecken en Peter Wiersum na de medailleceremonie. Luca Bruno/AP

Exact twee jaar geleden luidde een krantenkop in NRC: ‘Holland Acht is niet meer de oude’. Een verhaal over de teloorgang van een roeiboot, die in 1996 naam maakte met een olympische titel in Atlanta. De Holland Acht was sinds toen een A-merk, maar gaandeweg zonder de bijhorende kwaliteit. Sinds zaterdag is dat beeld enigszins gekanteld dankzij een bronzen medaille op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.

Pas na de huldiging en de vele felicitaties van familie en roeivrienden verdween het katterige gevoel dat de acht roeiers en hun stuurman onmiddellijk na de finish bekroop. Ze waren naar Rio gekomen voor goud en moesten zich tevreden stellen met brons.

Net ingehaald

De mannen die het water onder het Christusbeeld met hun oerkracht doorkliefden hadden er temeer de pest in, omdat ze met de laatste halen nét voorbij waren geroeid door Duitsland. Gingen die, achter de winnende Britten, ook nog met zilver aan de haal. Dat voelde als een zware nederlaag. Of zoals Boudewijn Roëll het plastisch uitdrukte: “Je maakt drie kuthalen en dan gaan die Duitsers nog over je heen.”

Eenmaal vaste grond onder de voeten keerde het realisme terug bij de roeiers. Groot-Brittannië één, Duitsland twee en Nederland drie, zo liggen tegenwoordig de internationale verhoudingen bij de Achten. In die volgorde finishten dezelfde boten een jaar geleden ook op de WK in het Franse Aguebelette.

Na hun machtige overwinning, eind mei, bij de wereldbekerwedstrijd in Luzern bekroop de Nederlanders het gevoel van onoverwinnelijkheid en de nestelde zich de hoop op olympisch goud. Dat goede gevoel van ‘Luzern’ keerde evenwel niet teug, ook niet in Rio de Janeiro. Op het olympische water werd de oude rangorde hersteld.

Krachtpatser

Boudewijn Roëll, de krachtpatser die in het midden van de boot tot de motoren van de Holland Acht wordt gerekend, nam na afloop de bronzen plak in zijn handen, wreef er over en evalueerde dat hij en zijn maten toch een mooie prestatie hebben geleverd. “Ik ben héél blij met brons en beetje teleurgesteld dat we zilver hebben verspeeld”, liet hij optekenen.

De Leidse geneeskundestudent blikt met trots terug op de olympische voorbereiding van twee jaar. Nadat de Holland Acht in 2013 stuurloos was geworden en op de uitslagenlijsten diep was gezonken, werd het schip in 2014 vlot getrokken door de teruggekeerde coach Mark Enke. De Holland Acht werd een zogeheten ‘prioriteitsboot’ met een nieuw geselecteerde bemanning. De beste boordroeiers werden bijeengebracht en the road to Rio werd ingezet. Focussen, heet dat in topsportjargon.

Eindeloos schaven

Het was hard werken, blikt Roëll terug. Elke dag twee keer trainen, kilometers maken en maar schaven aan de techniek. “Eindeloos, want technisch kan het altijd beter. Het was hard werken tot de ploeg een sterk geheel vormde. Dat was een organisch proces, dat ging min of meer vanzelf. We begonnen op de Bosbaan altijd met een bakkie en even bijpraten. Zo kom je tot elkaar.”

Natuurlijk was er niet dagelijks sprake van romantisch roeien. Met een boot vol mannen is het ook vaak hengstenbal. Vertel Roëll wat. Maar haantjesgedrag ontwrichtte volgens hem niet de cohesie. „Ja, hoe gaat dat met mannen onderling. De ene keer kun je elkaar de hersens inslaan en anderzijds ontwikkelt zich een sterke band. Als we er moeten staan, staan we er. Dat proces heeft coach Enke in goede banen geleid. Nee, praatsessies hielen we zelden, er ontstond heel organisch een samenhang. We zijn ook heel direct naar elkaar geweest. Als iemand zich aan iets stoorde, kreeg je dat direct te horen. Op die manier hielden we elkaar subtiel in het gareel.”

Erfenis

Met een bronzen olympische plak tot gevolg. Niet zo mooi als het goud van de befaamde Holland Acht in 1996, maar dat was ook een uitzonderlijke goede boot, zegt Roëel. „Nee, die erfenis voelt zeker niet als een last. Het was voor mij juist de inspiratie te gaan roeien. Toen ik als zeventienjarige begon in de eerstejaarsacht keken we naar de video van de Holland Acht. Omdat het zo vet is. We waren graag hun troonopvolger geworden, om die Hollandse traditie voort te zetten, maar ik vind dat we ook trots op brons mogen zijn.”

Stoppen of doorgaan?

Hoe nu verder? Roëll weet het niet. Zijn roeiagenda liep tot zaterdag 13 augustus en hij weet dat ie op 12 september aan zijn coschappen moet beginnen. Zijn roeitoekomst is ongewis. Hij wil de sport trouw blijven, maar of dat te combineren blijft met zijn nieuwe verplichtingen, hij moet het nog ervaren.

Roëll: „Ik wil best door tot en met de Olympisch Spelen in Tokio, maar dat hangt sterk af van de plannen van de bondscoach. Als die zegt: ik wil dat je fulltime gaat trainen en ik kom dan in conflict met mijn coschappen, moet ik daar heel goed over nadenken. Ik moet op een goed moment ook door. Of hier, in Rio de Janeiro, een eind aan mijn roeicarrière is gekomen? Misschien. Maar ik neig ook sterk naar doorgaan, hoor.”