Wekenlang wakker liggen van La Place

Interview Bart van den Nieuwenhof, directeur La Place

Rationeel was hij voorbereid op het faillissement van V&D, waar La Place onder viel. Emotioneel niet. Een half jaar en een „littekentje” later gaat het stukken beter met La Place. Nieuwe eigenaar Jumbo is een „verademing”.

La Place-directeur Bart van den Nieuwenhof: „Als de raad van bestuur van Jumbo koffie met je wil drinken denk je wel: jeetje, dát is interessant.” Foto Andreas Terlaak

Als hij ’s avonds laat thuiskwam, ging hij nog een eind wandelen. „Dat deed ik nooit.” En als hij ’s nachts wakker lag, stuurde hij mails. Aan zichzelf. „Kwam ik ’s ochtends op kantoor, had ik dertig nieuwe e-mails. In één nacht. Met allemaal dingen waar ik aan moest denken of die ik nog moest doen.”

Bart van den Nieuwenhof (45) heeft een turbulent jaar achter de rug. ‘Zijn’ La Place, waar hij sinds mei 2012 de baas is, werd meegesleept in de val van V&D.

Hij is net terug van een vakantie met zijn vrouw en zijn dochters van 14, 12 en 10. Hij was er hard aan toe. De spanning had toch meer grip op hem gekregen dan je normaal kunt verwerken, zegt hij. En het was ook wel weer eens heerlijk om wekenlang nergens anders mee bezig te zijn dan met zijn „meiden”.

Zijn vrouw, huisarts van beroep, heeft hem „fantastisch geholpen” in de periode rond het faillissement van V&D en La Place. „Zij is heel no-nonsense. ‘Niet zeuren, morgen weer verder’, zei ze dan.” Zijn dochters heeft hij zo min mogelijk lastiggevallen met zijn sores.

Eind vorig jaar, op Oudejaarsdag, gingen de warenhuizen van V&D – inclusief de succesvolle en winstgevende horecaformule La Place – failliet. Onzekere weken volgden. Wat zou er gebeuren met de 62 V&D-winkels en de 120 La Place-filialen? Met de ruim tienduizend werknemers? Op 26 januari bleek familiebedrijf Jumbo, de op een na grootste supermarktketen van Nederland, La Place te hebben gekocht. Althans, de restaurants buiten de warenhuizen. Voor de winkels van V&D was op dat moment nog geen koper gevonden. Toen de doorstartpoging van CoolCat-oprichter Roland Kahn mislukte, ging V&D definitief dicht.

Alleen La Place was gered, al gingen er van de 62 zelfstandige vestigingen nog zeven dicht. Het hoofdkantoor ging van 70 naar 35 werknemers. Van de 5.500 werknemers van La Place hielden iets meer dan 1.500 hun baan.

Heeft u zich ooit zorgen gemaakt dat er geen koper zou zijn voor La Place?

„Nee, er was altijd al veel interesse. De kans op een doorstart was dus heel groot, maar we konden onmogelijk met iedereen verder. Daarom kon ik nóóit volmondig zeggen: het komt goed. Terwijl onze medewerkers ook de krant lazen. Met ‘de parel van V&D’ zou het wel goed komen, was de teneur. Ga dan maar eens uitleggen dat het inderdaad goed komt maar dat zíj er niet meer bij horen… Ik heb daar erg mee geworsteld.”

Begin 2015 werd voor de buitenwereld duidelijk dat het flink mis was bij V&D. Wanneer wist u dat?

„Eind 2014 begon ik me zorgen te maken. Dat had niet alleen te maken met de oplopende verliezen, maar ook met de bereidheid van de toenmalige eigenaar [de Amerikaanse investeringsmaatschappij Sun Capital, red.] om daadwerkelijk veranderingen tot stand te brengen. Die ontbrak. In het geheel.”

Waar merkte u dat aan?

„Er werd minder geïnvesteerd dan het bedrijf verdiende. Bij mijn aantreden was beloofd dat La Place zou kunnen groeien. Al na een paar maanden kreeg ik te horen dat ik toch geen nieuwe restaurants mocht openen. De nadruk moest liggen op het herstel van V&D. Maar terwijl de warenhuizen het steeds lastiger kregen, gebeurde er niks. Reorganiseren is ook investeren, hè? Je moet eerst kosten maken om later te kunnen besparen. Je proefde de twijfel bij Sun om het bedrijf nog een kans te geven.”

In het najaar van 2015 ging het echt fout. Mede door de ongewoon hoge temperaturen voor de tijd van het jaar kelderden de verkopen. Van den Nieuwenhof: „Ik zag ineens indexen die ik in twintig jaar detailhandel nog nooit had gezien. Ja, een dag, of twee. Bij een hittegolf ofzo. Maar nooit week in, week uit. Het was schrijnend. Er was niet tegenaan te vechten.”

Samen met de financieel directeur had Van den Nieuwenhof een draaiboek gemaakt voor hoe La Place verder moest als V&D zou omvallen. „Rationeel gezien waren we goed voorbereid”, zegt hij. „Emotioneel niet. Op het moment dat het bedrijf failliet gaat kom je in een fase waarbij je voortdurend je hoofd omhoog moet houden, moet glimlachen en moet uitstralen dat je vertrouwen in de toekomst hebt. Dat gaf een unheimisch gevoel.”

Intussen maakt La Place sinds een half jaar deel uit van Jumbo. Vorige maand werd het oude hoofdkantoor in Nieuwegein verruild voor een kantoor in Hilversum. In de hal staan een kas en een lange houten tafel met gloeilampen. Die komen uit het La Place-restaurant in Leiden, zegt Van den Nieuwenhof. Het nieuwe kantoor heeft meer de uitstraling van een start-up dan van een bedrijf dat in 1987 is opgericht. „We hebben een littekentje opgelopen, dus het is belangrijk dat we weer lachen met elkaar.” Daar moeten het biljart en de tafelvoetbaltafel aan bijdragen.

Tekst gaat verder onder de tijdlijn.

U zou Jumbo zelf benaderd hebben of ze interesse hadden in La Place.

„Nee hoor, begin januari werd ik gebeld of ik koffie wilde drinken met de raad van bestuur. Dan denk je wel: jeetje, dát is interessant. Je kunt weer door een investeringsmaatschappij worden gekocht, maar je weet dat de ontvlechting van V&D complex is. Dat vergt investeringen, maar vooral geduld, tijd en begrip. En stabiliteit. Dan is een strategische partner de beste optie voor het bedrijf.”

Wat is het grootste verschil tussen een Amerikaanse private-equitybedrijf als eigenaar of een Brabants familiebedrijf?

„Laat dat Brabants maar weg, dat drukt meteen zo’n stempel. Maar natuurlijk zijn er grote verschillen. Jumbo heeft ons omarmd als lid van de familie, bij Sun waren we één van de assets. Ik was verkocht toen Frits van Eerd [algemeen directeur van Jumbo, red.] tijdens een van onze eerste gesprekken zei: ‘Bij ons mogen mensen fouten maken. Dat betekent niet dat ik niet boos word als het gebeurt, maar het mág wel.’ Dat is typisch de kracht van een familiebedrijf.”

Sun Capital zette iemand direct op straat?

„Dat ook weer niet. Maar laat ik het zo zeggen: Amerikanen plaatsen over het algemeen niet de mens voorop, maar het resultaat. Zowel bij Jumbo als bij Sun moet je gewoon presteren. Maar een familiebedrijf kijkt meer naar de lange termijn en gaat anders met zijn mensen om, dat zit er van nature in.”

De werkwijze van Sun Capital ging Van den Nieuwenhof zo tegenstaan, dat hij inging op een aanbod voor een andere baan. Dit voorjaar zou hij de baas worden van een groot Nederlands detailhandelsbedrijf. Dat was hij overeengekomen in de periode dat het slecht ging met V&D. Hij praat er liever niet over, doet het af als „niet interessant”. De reden dat hij „al met één been buiten stond”, heeft níéts met La Place te maken, zegt hij tenslotte. „Ik heb niet egoïstisch willen zijn, ik wilde gewoon niet meer met Sun verder. Toen bleek dat La Place met Jumbo weer een toekomst had en er een beroep op mij werd gedaan, heb ik besloten dat ik niet weg kon gaan. Ik ben verknocht aan La Place.”

Hoe ziet de toekomst van La Place eruit?

„We gaan weer heel veel locaties openen of heropenen. Als je Lelystad voorbij rijdt naar het noorden kom je geen La Place meer tegen. Dat moet veranderen. We zijn ver met de gesprekken met de vastgoedeigenaren en nieuwe huurders van oude V&D-panden, maar we zijn bijvoorbeeld ook in gesprek met Hudson’s Bay [de Canadese partij die tientallen warenhuizen wil openen in Nederland, red]. Ook langs snelwegen en op vliegvelden en stations willen we nieuwe restaurants openen, net als in het buitenland. Kom over zes maanden nog maar eens terug, ik voorzie dat er dan weer van alles is gebeurd.”

Zal de consument iets merken van de samenwerking tussen La Place en Jumbo?

„De koffiebonen van La Place zijn inmiddels te koop bij Jumbo. We zijn nu bezig met meer producten en we kijken hoe we elkaar verder kunnen versterken. Het afgelopen half jaar lag de nadruk op het loskomen van de oude V&D-organisatie. De weken vliegen voorbij.”

Vlak na de overname zei u tegenover NRC dat u een beetje „verliefd” was op Jumbo. Is dat nog steeds zo?

„Haha, ja, daar ben ik vaak op aangesproken. En mijn vrouw ook. Die verliefdheid is er nog steeds, het is zelfs al een beetje ‘houden van’. De waarden van Jumbo – hoe ze de klant centraal stellen, hoe ze met hun eigen mensen omgaan, hoe ze altijd willen winnen – dat sluit zó aan bij wat ik al die jaren bij La Place zo had gemist. Het gaat nu over de inhoud. Over hoe de koffie smaakt. Een verademing.”