‘Vis’ Phelps gedijt nu ook op ’t droge

Portret Michael Phelps

De teller stond vrijdag op 22x goud. Misschien belangrijker nog is zijn emotionele ontwikkeling. „Ik ben veel opener.”

Foto Michael Sohn / AP

In het olympisch dorp van Rio circuleert al dagen een lijstje dat bij alle sporters een glimlach oproept. Ongeloof. Verbijstering. Respect. Als Michael Phelps een land was, stond hij met zijn vier gouden medailles in de top-tien in het medailleklassement, kort achter Rusland. Met de 22 gouden medailles die hij tot en met donderdag bij elkaar zwom laat hij op de eeuwige ranglijst landen als Argentinië en Jamaica achter zich.

Er is geen enkele reden om aan te nemen dat Phelps (31) al klaar is in Rio, zijn vijfde Spelen. En geen mens had anderhalf jaar geleden durven voorspellen dat de menselijke vis uit Baltimore ook in Rio weer zou uitgroeien tot de koning van de Spelen. Hij zat aan de grond, was veroordeeld en geschorst wegens rijden onder invloed.

Recordregen

De zeldzame medaillehonger is slechts één kant van het verhaal van Phelps, het meest belichte deel vanwege de duizelingwekkende recordregen. De meest succesvolle olympiër na hem is Larissa Latynina, turnster uit de Sovjetunie. Zij verzamelde negen gouden medailles. Phelps is op weg naar een verdrievoudiging daarvan. Of meer.

De andere kant van zijn verhaal speelt zich af in de jaren zonder olympische ringen. Dan weet de zwemmende medaillefabriek zich geen raad met zijn leven, zei coach Bob Bowman onlangs in The New York Times. Pure verveling, geen doel in zijn leven, niets om zich kapot voor te trainen.

Phelps leefde altijd al in zijn eigen wereld. Vroeger nam hij niet eens de moeite de namen van zijn collega’s in de Amerikaanse zwemploeg te onthouden. Altijd maar met die koptelefoon op, letterlijk tot op het startblok. Die afzondering had hij nodig om te presteren, meende hij. Phelps, die door zijn moeder op zwemmen was gestuurd om zijn ADHD te beteugelen, zwom niet voor niets zijn eerste wereldrecord toen hij vijftien was - en op het zwaarste nummer, de 200 meter vlinderslag.

Maar bij zijn emotionele ontwikkeling liep hij onderweg flinke klappen op. Na Athene (2004, zes goud) werd hij opgepakt wegens rijden onder invloed. In de nasleep van Beijing (2008, acht goud) verscheen een foto waarop te zien was dat hij een waterpijp rookte. En na Londen (2012, vier goud) werd hij opnieuw gearresteerd, weer drank achter het stuur. Weer in de fout, weer drank. Hij was kapot van zichzelf. „Ik wil niet meer in leven zijn”, sms’te hij in die gitzwarte dagen naar zijn manager.

Het was het dieptepunt in het leven van een iconische sportheld. Phelps liet zich kort daarop, herfst 2014, behandelen in een kliniek in Arizona. Hij leerde er menselijk worden - opende zich eindelijk naar de rest van de wereld, zegt zijn coach. Phelps leerde dat hij meer is dan een medailleverzamelende machine. Veel dankt hij aan zijn vriendin Nicole Johnson, voormalig Miss California met wie hij zich vorig jaar verloofde, en aan de geboorte van hun zoon Boomer, drie maanden terug.

Zelfs in het olympisch dorp gedraagt hij zich anders. „Vroeger liep ik altijd met mijn koptelefoons op en ik praatte met niemand. Ik ben veel opener nu, meer relaxed”, zei Phelps op zijn persconferentie voor het zwemtoernooi in Rio. „Ik kwam Novak Djokovic tegen in het dorp en ik zei: ‘O, ik wil op de foto’. Er zijn veel sporters die ik heel erg bewonder en hij is er absoluut een van.”

Vlaggendrager

Hij liep in Rio zelfs voor het eerst mee tijdens de openingsceremonie en was vol trots dat hij de Amerikaanse vlag mocht dragen. „Ik geniet weer van de dingen die ik doe. De gebeurtenissen van de afgelopen twee jaar hebben ervoor gezorgd dat mijn hoofd weer leeg is. Alles valt op zijn plaats, mijn zwemcarrière, het gezinsleven. Ik ben tien keer emotioneler sinds onze zoon is geboren. Ik kan veel meer genieten van het leven. Dit zijn de twee beste jaren van mijn leven geweest.”

Hij is er ook harder van gaan zwemmen, want zijn niveau komt in Rio weer in de buurt van dat van Beijing, toen hij volstrekt onverslaanbaar was. Pieter van den Hoogenband, toch niet de minste in de olympische zwemgeschiedenis, weet er alles van. Hij voelde zich soms een diplomazwemmer op jacht naar een dolfijn, als Phelps op de 200 vrij bij de keerpunten bij hem wegspoot.

De wonderbaarlijke reis van Michael Phelps duurt al zestien jaar. De zeldzame kracht, de machtige slagen, de perfecte techniek: alles valt telkens weer op zijn plaats onder de vlag met de vijf ringen. Zijn blik staat op onweer in de ruimte van de voorstart. Daar zitten nu jongens die hem als idool zagen toen ze klein waren, zoals de Zuid-Afrikaan Chad le Clos, zijn belangrijkste tegenstander op de vlinderslag. Die was zeven toen Phelps debuteerde in Sydney. Ging de vlinderslag doen dóór Phelps.

Hij is weer zo goed, de Baltimore Bullet, dat het nog maar de vraag is of Rio wel zijn eindbestemming is, zoals werd aangenomen. Jaren geleden zei hij al: „In het water voel ik me het meest thuis. Dan verdwijn je even van de wereld. Daar hoor ik thuis.” Het is slecht nieuws voor de concurrentie.