Tranen

Er wordt veel gehuild in Rio. Het lijkt eigen te zijn aan Olympische Spelen. In reguliere competities zie je dat minder, zelfs niet bij wereldkampioenschappen. In Olympia gaan emoties meteen aan de haal met atleten.

Camps, Hugo 09-2013 55

Misschien komt het door de slopende trainingsarbeid die vier jaar heeft geduurd. Tranen als een schreeuw van uitputting. En er is de opgefokte medaillemagie die voor levenslange roem zorgt.

Mannen doen in dit tranendal niet onder voor vrouwen. Ik zag Novak Djokovic huilen na zijn uitschakeling. Dat hij het kon verraste me. Op een paar woede-uitbarstingen na zag je bij de tennisser nooit een glimp van emotie. Altijd het gezicht als een strijkijzer, verstorven mondhoeken, doodgevroren wimpers. Lachen deed hij ook niet. Maar in Rio was hij ineens overweldigd door tranen. Ik voelde me er ongemakkelijk bij omdat het zo ongewoon was.

Nog groter was het verdriet van de Nederlandse judoka Marhinde Verkerk na haar verlies tegen de Cubaanse Yalennis Castillo in de klasse tot 78 kilogram. De tranen van Marhinde waren onstuitbaar, een emmer vol. Ze beet voortdurend op haar lip, maar het hielp niet. De 30-jarige judoka stroomde helemaal leeg. Ontroostbaar. Voor haar was een wereld vergaan omdat ze haar tegenstander niet „gegooid” kreeg. Zelden zo’n hoopje ellende op Olympische Spelen gezien. Minutenlang bleef ze met gebogen hoofd en schuddende schouders tegen een staketsel liggen. Ze voelde de barmhartige arm van haar coach om zich heen niet meer. Marhinde was onbereikbaar geworden in peilloos verdriet. Ik moest even slikken.

Er wordt natuurlijk ook gehuild van blijdschap. Anicka van Emden barstte in tranen uit na brons in de gewichtsklasse tot 63 kilogram. Mooie tranen die haar gezicht opglinsterden, er ontstond iets van poëzie. De Amerikaanse zwemster Simone Manuel (100 meter vrije slag) hield het ook niet droog bij haar gouden plak. De zilveren Joelia Jefimova jankte zich de ziel uit het lijf na de 100 meter schoolslag. De voortdurend uitgejouwde Russin plengde vooral tranen van wraak. Terecht.

Allicht is een traantje gevloeid in het Nederlandse damesteam op de weg na de doodssmak van Annemiek van Vleuten en het goud voor Anna van der Breggen. Het was een dramatische koers die iedereen aangreep. Half Nederland zal stiekem hebben meegehuild, in de huiskamer of de stal.

Belgen waren na succes van eigen bodem in het zwemmen en het judoën dan weer vooral ontroerd door de fabuleuze tijdrit van Fabian Cancellara. De kampioen zal na het wielerseizoen gehuldigd worden in dorpen en gehuchten, want Cancellara is geliefd in Vlaanderen. Als laatste flandrien naar beeld en gelijkenis van Briek Schotte. Niet eerder hadden we ‘Der Fabian’ zo dronken van blijdschap gezien als deze week in Rio. Maar huilen deed hij niet of nauwelijks. De olympisch kampioen is een man van vele veldslagen. Geen sport went meer aan verlies dan wielrennen.

Nee, Yuri van Gelder is geen huilebalk. Er zijn wanstaltigheden waar niet tegen op te janken valt. Overigens was zijn leven al zo vol drama dat tranen niets meer toevoegen. De finale van zijn dromen ligt achter hem. Koepelorganisatie NOC*NSF kan niet trots zijn op de kostschoolterreur die het heeft toegepast. Een uithuizig biertje en misschien een nachtelijke wip horen tot het wangedrag van de vorige eeuw. Daar kun je vandaag een olympiër die in de turnfinale staat niet voor naar huis sturen. Dat zijn normen en waarden van een bobowereld die is opgetrokken uit schijn en hypocrisie. Yuri van Gelder heeft zich in Rio van eeuw vergist: atleet uit het land van Drees.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.