Praten met Assad? Nee, doe het niet

Het ‘niet praten’ van het Westen met president Assad is niet de oorzaak van het Syrische drama. Die verantwoordelijkheid ligt toch echt bij Assad zelf, betoogt arabist en voormalig diplomaat Petra Stienen.

©

Had het vreselijke bloedvergieten in Syrië gestopt kunnen worden door gesprekken met Bashar al-Assad? De voormalige Syrië-gezant Koos van Dam denkt van wel. Volgens zijn vele afscheidsinterviews eind vorige maand hadden vele Syrische mensenlevens gespaard kunnen worden als wij, lees ‘het Westen’, eerder met de Syrische president waren gaan praten. Maar is dat echt zo?

Bij het uitbreken van de Syrische revolutie in 2011 vond ook ik dat we snel met Assad moesten praten. Op dat moment riepen de betogers immers voor hervormingen en rechtvaardigheid, maar nog niet voor de val van het regime. Er leek nog een compromis mogelijk. Helaas bleek snel dat Bashar al-Assad koos voor ‘de Hama-aanpak’ tegen de demonstranten. Gewoon keihard de revolutie neerslaan, net zoals zijn vader Hafez al-Assad in 1982 in Hama had gedaan toen daar een opstand van Moslimbroeders plaatsvond. Er vielen tussen de 20.000 en 30.000 doden en Hama werd het symbool van de wreedheid van de Assad-dictatuur.

Bashar al-Assad overtreft zijn vader op alle fronten in zijn aanpak van de Syrische revolutie, die inmiddels in een bloedige regionale proxyoorlog is ontaard. Zeker 300.000 doden, miljoenen vluchtelingen die vooral voor Assad zijn gevlucht, een land in puin en de opkomst van verschillende extremistische islamitische terreurgroepen zoals IS.

Ik deel de frustratie van Koos van Dam over het onvermogen van de internationale gemeenschap om de cirkel van geweld in Syrië te doorbreken. Het klopt ook dat de vrienden van Assad in Moskou, Teheran en Zuid-Libanon veel standvastiger en loyaler zijn in hun materiële en morele steun dan de vrienden van de oppositie in diverse Arabische en westerse hoofdsteden. Ik ben het ook met hem eens dat de westerse landen hun ambassades in Damascus veel te snel sloten en met wat minder bombarie hadden kunnen roepen dat de dagen van de dictator waren geteld. Toch werd in het begin van de revolutie wel degelijk met Assad gepraat door regionale machten als Saoedi-Arabië, Turkije en Qatar, om zijn genadeloze aanpak van de revolutie te stoppen en tot hervormingen te komen. Maar zij ontdekten dat praten met Assad geen enkele zin had. Integendeel. Assad trok zich niets aan van Veiligheidsraadresoluties, afspraken over humanitaire hulp of wapenstilstanden. En ondertussen ging hij door met bombarderen van ziekenhuizen en woonwijken, vermoorden van vele politieke tegenstanders, het uithongeren en wegjagen van zijn eigen bevolking.

Waar wel gepraat werd de afgelopen vijf jaar, was het resultaat niet hoopgevend. Zo hebben de intra-Syrische gesprekken in Genève weinig opgeleverd. Deze ‘proximity talks’ waren geen rechtstreekse gesprekken met Assad zelf, maar er waren wel vertegenwoordigers van zijn regime aanwezig. Beide partijen hadden ingestemd met een principeverklaring met als doel om tot een overgangsregering te komen. De oppositie zette in op een staakt-het-vuren, humanitaire hulp, vrijlating van politieke gevangenen en het schetsen van de contouren van een transitieregering waarin zij geen plek ziet voor Assad. Het regime leek alleen maar uit op het zwart maken van de oppositie als terroristen, en positioneerde zichzelf als het enige alternatief voor een Syrië dat anders door IS gerund zou worden en terreur en vluchtelingen naar Europa zou exporteren. En in elke ronde gebeurde hetzelfde: zodra de gesprekken van de VN-gezant Staffan de Mistura met de delegaties enige vooruitgang leken te boeken, wierp het regime obstakels op door in Syrië de bombardementen van burgerbevolking te intensiveren en de eisen voor voortgang van de gesprekken op te schroeven.

Ondertussen duurt het verschrikkelijke drama in Syrië voort. Wachten tot ‘het vuur is uitgebrand’ is geen optie maar leidt tot nog meer slachtoffers, nog meer vluchtelingen, en een nog groter risico dat andere landen in de regio steeds meer het conflict ingezogen worden. Daarom moeten we blijven aandringen op een staakt-het-vuren, eerst in Aleppo, maar ook in de rest van Syrië. Uiteraard moeten we blijven inzetten op een politieke oplossing. Maar realistisch gezien is de kans op succes op dit spoor kleiner dan de kans op een mislukking. Assad ziet zich gesterkt door Russische militaire steun in zijn ambities geheel Syrië terug te heroveren. Alles onder het mom van ‘terrorisme bestrijding’. Assad heeft geen enkele belangstelling met wie dan ook te praten over een politieke oplossing waarbij hij na een overgangsperiode het veld zal moeten ruimen. Voor hem is de enige prioriteit de overleving van zijn regime.

Wat dat betreft deel ik wat Marcel Kurpershoek, de voorganger van Van Dam, zei in januari 2015 bij zijn afscheid in deze krant. Volgens hem is Assad de rehabilitatie voorbij en is met Assad aan het roer een toekomst voor Syrië als herenigd land onmogelijk. Deze inschatting wordt ook door vele Syrische experts en vertegenwoordigers van de oppositie gedeeld. Voor hen is dat niet het prediken van een moral high ground, maar een pragmatische inschatting van het gebrek aan bereidwilligheid van Assad het welzijn van de Syrische bevolking voorop te zetten.

Laten we dus niet oorzaak en gevolg omkeren. Het ‘niet praten’ van het Westen met Assad is niet de oorzaak van het Syrische drama. Die verantwoordelijkheid ligt toch echt bij Assad. En het is een illusie te denken dat door onze kaarten op ‘praten met Assad’ te zetten, IS kan worden uitgeschakeld en vluchtelingenstromen kunnen worden ingedamd. Want Assad bestrijdt IS helemaal niet, hij is juist mede-verantwoordelijk voor het ontstaan van dit soort extremistische groepen en gebaat bij hun voorbestaan – omdat hij dan de ‘aardigere duivel’ lijkt.

De meeste vluchtelingen zullen niet terug willen zolang Assad nog aan de macht is. En de staatsterreur van Assad tegen zijn eigen volk zal niet stoppen, dat heeft hij wel bewezen de afgelopen jaren. Bovendien zal de terreur van IS en andere extremistische groepen toenemen, want zij zullen geen moeite hoeven doen om meer recruten binnen te halen om hun strijd tegen Assad voor te zetten.