Obsessie met levensgeluk

Het gaat goed met de ‘Spotify voor de journalistiek’. Eergisteren kondigde Blendle zijn miljoenste lid aan. Bijzonder om te zien waar al die mensen hun geld aan uitgeven als ze kunnen kiezen uit bijna alles wat de Nederlandse journalistiek te bieden heeft. Maandelijks reikt Blendle ‘de Gouden Pen’ uit voor de best gelezen verhalen. Die gaat vaak naar een stuk over seks, uiteraard. Maar persoonlijke verhalen over ziekte en de dood scoren ook goed. In juni ging de Gouden Pen naar een verhaal over een 33-jarige vrouw met kanker die in de reservetijd leeft. „Ik haal mijn geluk nu uit de kleine dingen: buiten zitten als de zon doorbreekt, het kleuren van een mandala, een half uurtje met een vriendin”. In mei was de nummer drie van de best gelezen artikelen een interview met opiniemaakster Marianne Zwagerman, van wie leven en carrière door ziekte ineenstortte, maar die nu tot het inzicht is gekomen dat ze er gelukkiger van werd. Ook bij The Guardian, highbrow krant van Engeland, zijn zulke stukken populair. Het op een na best gelezen artikel ooit gaat over een palliatief verpleegkundige die van elk van haar stervende patiënten noteerde waar ze het meeste spijt van hadden. Het antwoord? Te hard gewerkt, te weinig tijd met de kinderen. Het verhaal was in 2014 al 3,7 miljoen keer gelezen. Dat stuk blijft maar in mijn kop zitten. Bijna dagelijks buigen ouderen zich over mijn kinderwagen om hun levenswijsheid te delen. Iedereen drukt me op het hard om keihard te genieten. Nu – want je knippert met je ogen en ze zijn groot.

Ik haal mijn zes maanden oude zoon op van de crèche, leg hem op zijn buik op het speelkleed, waar hij meteen zijn grondige studie van het hekje van de speelboerderij hervat. Open-dicht-open-dicht-open-dicht. Na vijf minuten denk ik: even op Twitter kijken of iemand gereageerd heeft. Een kwartier later denk ik: ik hoop dat hij zo in slaap valt zodat ik mijn stuk kan afschrijven. Helemaal fout natuurlijk. Dat weet iedereen die de verhalen van al die zieke of stervende Blendle-hoofdpersonen lazen. Gij zult genieten van uw kinderen. Nu. Snel. Aandacht erbij houden. Prioriteiten stellen. Grijp de tijd, want straks is hij op.

Toch maken veel mensen een denkfout bij het lezen van die Blendle-toppers. Dat is dat stervende of zieke mensen opeens een soort diepe intrinsieke levenswijsheid bezitten. Dat ze de waarheid in pacht hebben. Dat hun prioriteiten ook dé prioriteiten zijn. Terwijl je dat perspectief ook gewoon met een korreltje zout moet nemen. Je kunt ook concluderen dat mensen op hun sterfbed carrière niet zo belangrijk vinden, maar liever nog wat tijd met hun kinderen doorbrengen. Nogal wiedes. Je wereld wordt klein, je gaat van de kleine dingen genieten. Niet door een plotselinge openbaring van het enige echte levensdoel, maar vooral omdat de grote dingen er domweg niet meer zijn. Uiteindelijk is sterven ook gewoon een levensfase. En dan is er nog iets: tachtigers spendeerden in hun levensjaren minder tijd aan hun kinderen. In de VS steeg de tijd die ouders met hun kinderen doorbrachten de afgelopen 20 jaar van 12 uur per week naar 21 uur per week. Ook in Nederland zijn we sinds 1980 bijna een dagdeel aan uren meer naar onze kinderen gaan staren.

Ik vraag me af waarom. Voor de kinderen? Ik betwijfel het. Het is voor onszelf. Die Blendle-stukken reflecteren wat ik om me heen zie. De massale obsessie met ons eigen levensgeluk. Voor sommigen is het bijna een dagtaak. Eerst moet je erachter komen wat je gelukkig maakt, daarna moet je tegen de klippen op gaan genieten, anders krijg je spijt. Ook zonder dat je aan kanker lijdt of het einde in zicht is, kun je proberen om gelukkig te worden van de kleine dingen. Weet u, veel dertigers verschillen qua prioriteiten niet veel van de stervenden. Ik weet niet of dat gezond is.

Hier een hypothese. Over zestig jaar ligt mijn generatie op sterven en is het meest gelezen stuk op Blendle een interview met een palliatief verpleegkundige die vertelt waar wij tachtigjarigen zoal spijt van hebben. Met stip op één: dat we geen grotere dingen hebben nagejaagd. Dat we het zo druk hadden met gelukkig worden. En naar onze kinderen staren.

Rosanne Hertzberger is microbioloog. Deze column is wekelijks.