Nulgroei in Italië probleem voor banken en voor premier Renzi

Stagnatie

De Italiaanse economische groei is in het tweede kwartaal stilgevallen. Het land presteert al een tijd beduidend slechter dan andere eurolanden.

De mensen lopen langs een gesloten winkel in de winkelstraat Via del Corso in Rome. Foto Filippo Monteforte / AFP

De economische groei in Italië, de derde economie van de eurozone, is in het tweede kwartaal van dit jaar volledig stilgevallen. Het Italiaanse bruto binnenlands product (bbp) nam niet toe in vergelijking met het voorgaande kwartaal, zo blijkt uit vrijdag gepubliceerde cijfers.

In vergelijking met andere eurolanden, die vrijdag eveneens bbp-cijfers meldden, presteert Italië slecht. De Nederlandse economie blijft gestaag groeien, het afgelopen kwartaal met 0,6 procent, zo meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek vrijdag. Het Duitse bbp groeide met 0,4 procent.

Frankrijk noteerde in het tweede kwartaal net als Italië nulgroei, maar dit wel na enkele kwartalen waarin de Franse economie het redelijk deed (het laatste kwartaal was sprake van 0,7 procent groei). Italië geeft meer reden tot pessimisme. Daar kwam de bbp-groei de voorbije vijf kwartalen niet boven de 0,3 procent uit, dit na een drie recessies op rij. Terwijl de meeste eurolanden het bbp-niveau van voor de crisis alweer hebben bereikt, ligt het Italiaanse bbp, dat na de eeuwwisseling toch al nauwelijks was toegenomen, daar nog onder.

De stagnatie vormt een belangrijke achtergrond bij de crisis rondom de ‘slechte leningen’ op de balans van Italiaanse banken. Verarmde burgers en bedrijven kunnen de leningen niet terugbetalen of kunnen de rentelasten niet opbrengen. Onlangs kreeg proleembank Monte dei Paschi di Siena, een private kapitaalinjectie van 5 miljard euro. Maar onduidelijk blijft of de Italiaanse staat, die zelf kampt met een schuld van 133 procent van het bbp, zal moeten bijspringen.

In november wil premier Matteo Renzi een referendum organiseren over constitutionele hervormingen. De kans bestaat dat kiezers zich, onder meer vanwege de teleurstellende economische cijfers, van Renzi zullen afkeren en ‘nee’ zullen stemmen.