Met z’n allen azen op Imtechs kunst

Faillissement

Negen banken, de Belastingdienst, drie curatoren: allemaal willen ze de half miljoen euro die de kunstcollectie van het failliete installatiebedrijf Imtech opbracht. Het is het laatste beetje geld dat te verdelen valt.

De ‘Bloem met blauwe ogen’ van Karel Appel uit 1977 bracht op de veiling 7.000 euro op.

De laatste resten van het failliete Imtech zien er vrolijk uit. Een collectie van 1.600 kunstwerken in bonte kleuren, met daarin 28 Corneilles, 11 Karel Appels en 4 Herman Broods. Maar ook: Perzische tapijten, Friese staartklokken, Thaise boeddha’s, zilveren puddinglepels en een globe op een standaard.

De meeste bezittingen van het installatiebedrijf dat zaterdag een jaar geleden failliet ging, werden in hoog tempo verkocht. De kunst stond nog maanden in een Haags depot, maar inmiddels is Imtechs bedrijfscollectie, ooit bedoeld als slimme investering, deze zomer ook geveild.

De werken hebben ruim een half miljoen euro opgebracht. Goed, het is wat minder dan geschat – multinational Imtech, die ten onder ging aan boekhoudfraude, had de kunstwerken zelf voor 2 miljoen euro in de boeken staan. Maar een half miljoen is wél geld, en bovendien het laatste Imtech-geld dat nog te verdelen valt. Dat zien de schuldeisers dus graag hun kant op komen.

De vraag is alleen: wie krijgt het? Allerlei partijen denken dat zíj er het meeste recht op hebben, blijkt uit het laatste faillissementsverslag over Imtech. Tot ze dat hebben uitgevochten, staat het geld op een geblokkeerde rekening waar niemand bij kan.

Kunst in Gouda

De negen banken van Imtech vinden dat het geld aan hen toekomt. Deze club, waarin onder meer ABN Amro, ING en Rabobank zitten, heeft vóór het faillissement een ‘pandrecht’ gevestigd op alle bezittingen van Imtech. Wie een pandrecht heeft, mag na een faillissement de verkoopopbrengst innen. Die half miljoen euro zouden de banken met z’n negenen moeten delen, toch willen ze het geld hebben. Inderdaad, het is „een druppel op een gloeiende plaat”, zegt een betrokkene. Maar „al die kleine beetjes” maken dat de banken nog iets van hun geld terugzien. Bij elkaar hadden ze 700 miljoen euro in Imtech zitten.

De curatoren onderzoeken echter nog of de banken, waarmee ze al vanaf het begin een moeizame relatie hebben, al die pandrechten wel hadden mogen vestigen. Als de kunstclaim van de banken onterecht blijkt, gaat die half miljoen aan ze voorbij.

De banken hebben hoe dan ook concurrentie.

De Belastingdienst zegt ook recht te hebben op de opbrengst. De kunstwerken hingen aan de muur op het Imtech-hoofdkantoor in Gouda en decoreerden ook andere Imtech-kantoren. Dat betekent, vindt de Belastingdienst, dat de kunst een ‘bodemzaak’ is – iets wat zich letterlijk op de ‘bodem’ van het bedrijf bevond, net als machines, printers en meubilair. Zulke spullen kan de fiscus na een faillissement allemaal claimen.

De Belastingdienst wil niet reageren. Zij gaat nooit in op individuele gevallen, laat een woordvoerder weten.

Echter: een groot deel van de kunst bevond zich niet meer op Imtechs bodem toen het bedrijf omviel. Al voor het faillissement hadden de curatoren een tip gekregen van het Imtech-bestuur: „We hebben hier hele dure kunst.” Om te voorkomen dat rancuneuze werknemers er na het faillissement met een schilderij vandoor zouden gaan, zijn de werken vooraf verplaatst naar een opslag in Den Haag, vertelt curator Jeroen Princen – zelf een liefhebber van moderne kunst.

„Om ze veilig te stellen, niet om ze achterover te drukken.”

Concurrerende curator

De curatoren zelf willen het geld ook wel hebben voor in hun boedel, de pot met geld die ze over alle schuldeisers verdelen. Daaronder zijn ook talloze leveranciers en uitkeringsinstantie UWV, die de salarissen van de Imtech-werknemers na het faillissement wekenlang heeft voorgeschoten. Uit de boedel betalen Princen en mede-curator Paul Peters ook hun eigen salaris. Die geldpot willen ze zo vol mogelijk krijgen.

En dan is er nog een concurrerende curator die een deel van het geld claimt. Een Nederlands dochterbedrijf van Imtech, Building Services, heeft een aparte curator, Carl Hamm, met een eigen boedel. Een deel van de kunst hing in Capelle aan de IJssel, in het kantoor van Building Services, zo’n veertig werken. De opbrengst van díé werken moet dus naar de boedel van dit dochterbedijf, vindt Hamm. Hij wil zelf geen toelichting geven.

Lees ook over Imtech Building Services: Wie maakt al die klussen af?

Honderden eigenaren

De partijen hebben nog niet uitgevochten wie die half miljoen mag hebben. Het uitzoekwerk lag even stil door de vakantie, zegt Princen, zijn mede-curator Peters is net terug en ze gaan komende week weer verder. Niemand krijgt een voorkeursbehandeling, zegt Princen:

„Alle schuldeisers zijn mij even lief.”

Terwijl het geld op de geblokkeerde rekening op zijn bestemming wacht, zijn de kunstwerken verspreid over honderden nieuwe eigenaren. Zo is De Zottenkar, een houten werkje met wielen en ballen op stokjes van kunstenares Marianne Hoogstraten, terechtgekomen bij Guido Steusel, een ‘artepreneur’ uit Duiven.

Helemaal intact is de kar niet meer: het geluid doet het nog, maar rollen kan hij niet meer. Toch is Steusel tevreden met zijn aankoop van 15 euro. „Het is een intrigerend werkje.” En, voegt Steusel toe, „meer waard dan aandelen Imtech”. Die had hij namelijk ook.