Liefde maakt de mens groot, klein en dodelijk

Non-fictie

Aan de hand van drie geruchtmakende rechtszaken over misdaden uit hartstocht laat Lisa Appignanesi zien hoe rond 1900 de samenleving veranderde. Haar boek leest als een roman.

Op de avond van 7 januari 1880 hield Marie Bière, een gevierd zangeres, de wacht bij het huis van haar voormalige minnaar, Robert Gentien. Dat had ze ook in de avonden daarvoor gedaan, licht vermomd met een hoed met brede rand en een monocle, een revolver op zak. Deze avond greep ze haar kans. Toen Robert in gezelschap van zijn nieuwe minnares, een jonge actrice, zijn huis verliet, stormde Marie haar huurkoets uit – en vuurde drie kogels op hem af. Twee raakten doel, de derde miste. Ze had Robert niet gedood, en dat speet haar, zei ze tegen de politie, die snel ter plaatse was.

De rechtszaak die volgde, hield Frankrijk maandenlang in spanning. Je kon de verwikkelingen van dag tot dag lezen in de kranten, waarvan er in die jaren steeds meer werden uitgegeven, en die steeds vaker rechtszaken versloegen. Dankzij al die berichtgeving werden de spelers in de rechtszaal – verdachten, advocaten, rechters – nationale sterren. Journalist Albert Bataille van Le Figaro, van wie de rechtbankverslagen werden gebundeld in goed verkopende boeken, noemde Marie Bières liefde ‘een tragische roman’ en vroeg zich af wat ze was, ‘misdadigster of slachtoffer’.

Want precies daarom draaide het, in deze tijd van de ‘belle époque’, waarin „oude gewoonten steeds harder botsten op de nieuwe, zoals de treinen die nu dwars door het land reden”, schrijft Lisa Appignanesi (1946) in Een zaak van liefde. Misdaden in de naam van hartstocht en waanzin. Aan de hand van drie met veel details beschreven rechtszaken, waardoor haar boek leest als een roman, laat ze zien wanneer ‘de waanzin van de liefde’ tot een misdaad kan leiden. En vooral: hoe deze in hun tijd geruchtmakende rechtszaken in Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten aantonen wat eind negentiende, begin twintigste eeuw gaande was: verdwijnende klassenverschillen, opkomend feminisme. Voor haar boek baseerde Appignanesi zich op krantenartikelen, rechtbankverslagen en, in het Amerikaanse geval, op boeken en zelfs een film.

Hoofdact

Terug naar Marie Bière, een zangeres die optrad aan de Rivièra, in Pau, in Biarritz, er bestaan nog theaterprogramma’s waarin ze als hoofdact vermeld staat. Ze had, kortom, een carrière, het was geen vrouw van de demi-monde zoals Alexandre Dumas fils die enkele decennia eerder had beschreven in La Dame aux camélias. Dus toen Robert Gentien, een man van de wereld uit een hogere sociale klasse dan zij, haar het hof maakte, kon ze denken dat hij misschien met haar zou trouwen. Maar nee. En de dochter die zij baarde, hun kind, wilde hij niet zien: hij had een abortus gewenst. Het meisje overleed een half jaar oud aan bronchiale complicaties. Toen hij Marie Bière ook nog eens verving voor een andere minnares, sloeg haar liefde voor Robert om in haat.

Marie Bière werd vrijgesproken, de jury was er na vijf minuten uit, schrijft Lisa Appignanesi. Het publiek in de rechtszaal, onder wie ook Alexandre Dumas fils, barstte uit in gejuich. De zaak werd een precedent voor andere vrouwen die zich kwaad maakten over de heersende seksuele etiquette.

Ook de andere rechtszaken in het boek draaien daarom: ze laten de maatschappelijke veranderingen op een bepaald moment in de tijd zien. Zo injecteerde, in het Brighton van 1871, Christiana Edmunds vergif in snoepgoed dat ze, anoniem, op verschillende adressen in de stad liet bezorgen. Op die manier wilde ze verbloemen dat het haar eigenlijk te doen was om Emily Beard, de vrouw van haar huisarts, Charles Izard Beard, op wie ze verliefd was geworden.

De victoriaanse pers van die tijd smulde van vergiftigingszaken, maar ze stonden ook ergens voor: gif was gemakkelijk verkrijgbaar, en onder mannen bestond de angst dat veel meer wraakzuchtige vrouwen stille, geheime moorden op hun geweten hadden. En: Christiana Edmunds verbeeldde zich grotendeels dat Charles Beard verliefd op haar was, een soort seksuele hysterie die, zo citeert Lisa Appignanesi een tijdgenoot, vooral werd toegeschreven aan vrouwen uit de hogere kringen, „met hun gebrek aan een noodzakelijke activiteit om de geest bezig te houden en door allerlei andere oorzaken, zoals het lezen van romans, poëzie, liefdesverhalen”.

In de Amerikaanse zaak is het een man die, in 1906, een passiemoord pleegt, miljonairszoon Harry Thaw. Die zaak draait om wat de toenmalige elite van nouveaux riches zich mocht veroorloven, aan uitspattingen, perversiteiten en gestoord gedrag.

Freud

Behalve om de vergelijkingen tussen samenlevingen op een bepaald moment in de tijd gaat het Lisa Appignanesi, oud-directeur van het Freud Museum in Londen, om de opkomst van de psychiatrie aan het einde van de negentiende eeuw, zowel in het gewone leven als in de rechtszaal, en de spanning die dat opriep. Appignanesi noemt het ‘een machtsstrijd die tot op de dag van vandaag voortduurt: het conflict tussen de juridische definities van krankzinnigheid of ontoerekeningsvatbaarheid en het complexere begrip van de mens dat specialisten van de geest verspreiden.’

En natuurlijk gaat het boek over passie, „die van nature excessieve emotie die leidt tot fantasieën en dagdromen, en even zo vaak tot obsessief gedrag”. Liefde maakt groot, maar ook klein en wanhopig, op het moment dat je wordt afgewezen. We kennen allemaal de gevoelens, schrijft ze, „en het is niet goed te bepalen op welk punt al deze vaak voorkomende ervaringen overgaan in waanzin”.

In feite is Een zaak van liefde het laatste deel van een trilogie. Eerder schreef Lisa Appignanesi de non-fictiewerken Alles over de liefde (2011) en Gek, slecht en droevig (2009). Doordat ze geruchtmakende zaken beschrijft in Een zaak van liefde was er een overvloed aan meeslepende details beschikbaar en is het boek een ware pageturner geworden. Wel is het wat erg gedetailleerd op de momenten dat Appignanesi de verschillende psychiaters en hun opvattingen breed uitmeet. En de korte, vaak plotselinge sprongen naar hedendaagse zaken, vaak alweer van enkele decennia geleden, houden de verhalen eerder op dan dat ze iets toevoegen.

Zeker is dat na lezing haar conclusie overtuigt: „Door oog te hebben voor de verstoorde emoties en verwarde rede waarvoor de wet in zijn disciplinaire strengheid blind kan zijn”, hebben psychiaters de afgelopen anderhalve eeuw „hun eigen tijd en de onze een beetje menselijker gemaakt”.